Aanzuivering en financiering van de wettelijke minimum rendementswaarborg

    Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de aanzuivering en anderzijds de financiering van de wettelijke minimum rendementswaarborg.

    Eventuele tekorten op de individuele rekeningen ten opzichte van de rendementswaarborgen als bedoeld in artikel 24 van de WAP moeten uiterlijk worden aangezuiverd wanneer de eerste van de volgende gebeurtenissen plaatsvindt: de overdracht van de verworven reserves als bedoeld in artikel 32 van de WAP, de pensionering of de opheffing van de pensioentoezegging (artikel 30 van de WAP).

    De vraag rijst of een financiering van deze minimum rendementswaarborg moet gebeuren vóór bovenvermelde momenten.

    Wat de waarborg betreft in artikel 24, § 1 van de WAP (persoonlijke bijdragen), moet krachtens de geldende bepalingen aangaande de financiering van groepsverzekeringen en IBP’s worden nagegaan of het vermogen van de IBPof de reserves van de groepsverzekering (met inbegrip van het financieringsfonds) het bedrag van deze waarborg dekt. Deze waarborg hoeft evenwel niet gefinancierd te worden op de individuele rekening van de aangeslotene. Wanneer het bedrag van de waarborg het bedrag van de reserves op de inviduele rekening overschrijdt, moet worden nagegaan of het saldo aanwezig is in het financieringsfonds van de groepsverzekering of in het vrij vermogen van de IBP. Desgevallend wordt een bijkomende storting gedaan op dit niveau.

    Voor de waarborg in artikel 24, § 2 van de WAP (werkgeversbijdragen) schrijft de wetgeving geen minimale financiering voor.