search_api_autocomplete

Begrip van zelfstandige, meewerkende echtgenoot en helper

Artikel 42 van de WAPZ definieert de aangesloteneals de zelfstandige, de meewerkende echtgenoot en de helper die een pensioenovereenkomst hebben aangegaan en de gewezen zelfstandige, meewerkende echtgenoot en helper die nog steeds actuele of uitgestelde rechten genieten overeenkomstig de pensioenovereenkomst.

1. De zelfstandige (42,3° WAPZ)

Enkel zelfstandigen die in de loop van jaar X voldoen aan de onderstaande voorwaarden mogen in de loop van datzelfde jaar bijdragen betalen voor een VAPZ:

  • de verzekeringsplichtige zelfstandige als bedoeld in artikel 12, § 1 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen = een verzekeringsplichtige in hoofdberoep;
  • de verzekeringsplichtige zelfstandige als bedoeld in artikel 12, § 2 van hetzelfde besluit, die sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de bijdragen als bedoeld in artikel 12, § 1 van hetzelfde besluit = een verzekeringsplichtige in bijberoep die bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de bijdragen van een verzekeringsplichtige in hoofdberoep; 
  • de verzekeringsplichtige zelfstandige als bedoeld in artikel 13bis, § 2, 1° van hetzelfde besluit  = een verzekeringsplichtige in hoofdberoep - starter;
  • de verzekeringsplichtige zelfstandige als bedoeld in artikel 13, § 1 van hetzelfde besluit, die geen effectieve uitkering van een rust- of overlevingspensioen geniet, vervroegd of niet, krachtens de pensioenregeling voor zelfstandigen of een andere pensioenregeling, en die sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de bijdragen als bedoeld in artikel 12, § 1 van hetzelfde besluit = een verzekeringsplichtige die de pensioenleeftijd heeft bereikt maar die geen effectieve pensioenuitkering krijgt en die bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de bijdragen van een verzekeringsplichtige in hoofdberoep.

Om uit te maken of een zelfstandige in bijberoep of een verzekeringsplichtige die de pensioenleeftijd heeft bereikt maar die geen effectieve pensioenuitkering krijgt, sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de bijdragen van een verzekeringsplichtige zelfstandige in hoofdberoep, moet hij, in de loop van jaar X-3 een minimum aan inkomsten hebben gehad aangezien de sociale bijdragen worden berekend op grond van de inkomsten van het jaar X-3.

De FSMA is van oordeel dat de vrijwillige betaling van sociale bijdragen die minstens gelijk zijn aan de sociale bijdragen verschuldigd door een verzekeringsplichtige zelfstandige in hoofdberoep, geen invloed heeft op het recht om een VAPZ op te bouwen. In dat geval is de zelfstandige immers geen bijdragen verschuldigd aangezien hij ze vrijwillig betaalt (deze zienswijze wordt eveneens verdedigd door de FOD Sociale Zekerheid, DG Zelfstandigen in zijn nota van 16 december 2014 aan de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen aangaande de hervorming van de berekening van de sociale bijdragen voor zelfstandigen en de weerslag op de bijdrage voor het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen).

Een zelfstandige in bijberoep - starter zal bijgevolg tijdens de eerste 3 jaren waarin hij actief is nooit bijdragen kunnen betalen voor een VAPZ aangezien de voorlopige bijdragen die hij verschuldigd is beduidend lager zijn dan de bijdragen die een verzekeringsplichtige in hoofdberoep verschuldigd is.

Andersom moet rekening worden gehouden met de vermindering van sociale bijdragen als gevraagd door de zelfstandige indien dit ertoe leidt dat lagere sociale bijdragen worden betaald dan verschuldigd door een verzekeringsplichtige in hoofdberoep.

2.      De meewerkende echtgenoot (42,4° WAPZ)

De meewerkende echtgenoot is de persoon bedoeld in artikel 7bis, § 1 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, die de in artikel 12, § 1 (verzekeringsplichtige in hoofdberoep) en 13bis, § 2, 2° (meewerkende echtgenoot - starter) bedoelde bijdragen of de overeenkomstig artikel 12, § 1ter berekende bijdragen van voormeld koninklijk besluit nr. 38 verschuldigd is.

Onder deze definitie vallen de volgende personen: de meewerkende echtgenoten die onderworpen zijn aan het volledige sociaal statuut (maxi-statuut) en bijdragen betalen als een zelfstandige in hoofdberoep. Ter informatie wordt vermeld dat de onderwerping aan het statuut verplicht is voor personen die geboren zijn na 1956 en vrijwillig is voor personen die geboren zijn vóór 1956 voor zover zij niet over eigen rechten beschikken ingevolge een ander stelsel.

De meewerkende echtgenoten, al dan geen starters, die onderworpen zijn aan het maxi-statuut mogen dus een VAPZ opbouwen net als een zelfstandige in hoofdberoep.

3.      De helper (42,5° WAPZ)

De helper wordt gedefinieerd als de verzekeringsplichtige helper die de voor een hoofdberoep voorziene bijdragen verschuldigd is overeenkomstig artikel 12, § 1 en 13bis, § 2, 1° van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.

De helper is een persoon die een zelfstandige-natuurlijke persoon bijstaat of helpt zonder met hem verbonden te zijn via een arbeidsovereenkomst. Bij wijze van uitzondering moet een occasionele helper (die minder dan 90 dagen per jaar helpt of die student is en kinderbijslag geniet) niet zijn onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen.

Bijgevolg mag de helper een VAPZ opbouwen onder dezelfde voorwaarden als een zelfstandige in hoofdberoep, ongeacht hij een starter is of niet.