Professionelen

1. Algemene presentatie van het voorstel voor een verordening inzake Benchmark

Het voorstel voor een verordening inzake Benchmark heeft dezelfde doelstellingen als de Taxonomie of Disclosure: zorgen voor meer transparantie voor beleggers op het gebied van duurzaamheid en een referentiekader bieden waar beroepsbeoefenaren van de sector zich op elkaar kunnen afstemmen. Deze aanpak komt tot uiting in twee initiatieven: het voorstellen van twee nieuwe duurzaamheid indexen en het versterken van de publicatie van ESG-informatie door de beheerders van benchmarkindexen, in lijn met comply or explain. Deze wijzigingen zijn in Verordening 2016/1011 opgenomen.[1]

De tekst is op dinsdag 26 maart 2019 in eerste lezing in het Parlement goedgekeurd en wordt momenteel in de Raad besproken. De verordening inzake Benchmark kan nog voor eind 2019 worden gepubliceerd. 

2. De twee nieuwe Europese indexstandaarden

Met de ontwikkeling van twee nieuwe indexen wil de Commissie een duidelijk onderscheid maken tussen de benchmarks “koolstofarm” en de benchmarks “positieve koolstofbalans”. Terwijl de onderliggende activa die in een benchmarkindex voor “koolstofarm” zijn opgenomen, moeten worden gekozen om de koolstofemissies van de indexportefeuille ten opzichte van de moederindex te verminderen, mag een index “positieve koolstofbalans” alleen componenten omvatten waarvan de koolstofemissiereducties hoger liggen dan hun emissies[2].

Er worden twee nieuwe indexen gecreëerd door de verordening Benchmarks, de “EU Climate transition Benchmark”, die de index “koolstofarm” is en de “EU Paris Paris-Alligned Benchmark”’, die index “positieve koolstofbalans” is.

De “EU Climate Transition benchmark” is een index waarvan de onderliggende activa worden geselecteerd, gewogen of uitgesloten om een portefeuille samen te stellen die een ontkolingstraject volgt en voldoet aan de vereisten van toekomstige gedelegeerde verordeningen. De indexaanbieders die conform de “EU Climate Transition” zijn, moeten de activa van ondernemingen selecteren, wegen of uitsluiten, die activiteiten uitoefeneb die de ESG-doelstellingen niet noemenswaardig in gevaar brengen en die ook uiterlijk op 31 december 2022 aan de volgende voorwaarden moeten voldoen :

  • meetbare en tijdgebonden doelstellingen vaststellen voor de vermindering van koolstofemissies;
  • een vermindering van de koolstofuitstoot vaststellen  op het niveau van de betrokken operationele dochterondernemingen;
  • jaarlijks informatie publiceren over de voortgang in de realisatie van deze doelstellingen.

De “EU Paris-Alligned benchmark” is een index waarvan de onderliggende activa zijn geselecteerd om een portefeuille te vormen waarvan de koolstofemissies in lijn zijn met de langetermijndoelstelling voor de beperking van de opwarming van de aarde die in het Parijse Klimaatverdrag is vastgelegd. Meer in het bijzonder, om als gelijkwaardig aan “EU Paris-Alligned” te worden erkend, moet de index:

  • Activa zodanig selecteren, wegen of uitsluiten dat de emissies van de benchmarkportefeuille die hieruit ontstaan in lijn zijn met de doelstellingen van het  Akkoord van Parijs;
  • Geen activiteiten opnemen die verband houden met onderliggende activa die andere ecologische, sociale en bestuurlijke doelstellingen in belangrijke mate in gevaar brengen;
  • Opgericht zijn overeenkomstig de in de gedelegeerde handelingen vastgestelde minimumnormen.

De tekst voorziet in een specifieke bijlage bij de twee indexen in verschillende methodologische eisen waaraan de indexbeheerder moet voldoen.

3. De integratie van ESG-dimensies in de indexen

Het voorstel voor een verordening versterkt de transparantie- en informatieverplichtingen inzake ESG-aspecten waarmee bij de opstelling van de indexen rekening werd gehouden. De bedoeling is om de indexen nauwer te betrekken bij de nakoming van de klimaatverbintenissen van de Unie en om beleggers en ook productontwikkelaars de mogelijkheid te bieden om de ESG-kenmerken van de indexen nauwkeuriger te meten.

In de in artikel 27 van Verordening 2016/1011 bedoelde benchmarkverklaring moet worden toegelicht hoe in elke verstrekte en gepubliceerde benchmarkindex of benchmarkfamilie rekening wordt gehouden met ESG-factoren. Indien de indexen geen ESG-doelstellingen nastreven, kunnen de beheerders zich beperken om dit te vermelden zonder dat zij dit hoeven te verantwoorden.

Indien een beheerder  in zijn of haar portefeuille geen index verstrekt die ESG-doelstellingen nastreeft of in aanmerking neemt, moet deze informatie worden opgenomen in de indexverklaring van alle door de bestuurder verstrekte benchmarks.

De tekst schrijft in ieder geval voor dat de beheerders van de belangrijkste benchmarks voor aandelen en obligaties en van “EU Climate Transition” of “EU Paris-Alligned” indexen in hun benchmarkverklaring gedetailleerde informatie moeten publiceren over de mate waarin de algemene koolstofreductiedoelstelling of de doelstellingen van het Akkoord van Parijs zijn nageleefd. Deze informatie wordt vermeld in de verordening Disclosure en moet openbaar worden gemaakt.

Ten slotte is artikel 13 aangevuld om de transparantie op het gebied van de methodologie te vergroten. De administrateur moet kunnen uitleggen hoe de belangrijkste elementen van de methodologie rekening houden met ESG-factoren voor elke index of indexfamilie. De tekst voorziet echter in een uitzondering voor wisselkoers- en rentebenchmarks. De Commissie zal de inhoud en het formaat van de te verstrekken informatie in een gedelegeerde handeling specificeren. Deze informatie moet uiterlijk op 30 april 2020 door de beheerders worden verstrekt.

4. Voordeel voor de belegger

Na de inwerkingtreding van de wijzigingen in de Benchmark-verordening zal de belegger over meer relevante informatie beschikken over de ESG-aspecten van de indexen. Met deze informatie kan hij de verschillende indices beter vergelijken en bepalen welke het best beantwoordt aan zijn duurzaamheidsoverwegingen. Het in aanmerking nemen van de ESG-dimensies van een index maakt trouwens ook deel uit van de informatie die financiëlemarktdeelnemers op grond van de Disclosure-verordening moeten publiceren.

De invoering van Europese indexen, waarbij minimumcriteria worden vastgesteld voor benchmarks die een vermindering of positief effect op de uitstoot van broeikasgassen bevorderen, in aansluiting op het Akkoord van Parijs, biedt een norm voor de energietransitie-indexen. Deze indexen bieden de belegger ook een garantie voor efficiëntie en relevante informatie voor productfabrikanten over de prijzen van bedrijven die de energietransitie in hun doelstellingen hebben geïntegreerd. Om ervoor te zorgen dat er op hun grondgebied ten minste één “EU Climate Transition” of “EU Paris-Alligned” index aanwezig is, kunnen de nationale autoriteiten van de beheerders van indexen van aanzienlijk belang verlangen dat zij ten minste één benchmark verstrekken. Deze verplichte bijdrageplicht mag niet langer duren dan vijf jaar en treedt uiterlijk op 1 januari 2022 in werking.


[1] Verordening 2016/1011 van het Parlement van 8 juni 2016

[2] Voorstel voor een verordening Benchmark, Rekening houdend met 13.