Professionelen

Zoals de voorgestelde verordeningen ons eraan herinneren, creëren toekomstige Europese verordeningen geen nieuwe labels. Op termijn is de Commissie van plan om het Europese ecolabel uit te breiden naar financiële producten, maar de datum van deze uitbreiding en de voorwaarden voor het verkrijgen van het Europese ecolabel voor financiële producten zijn nog niet bekend. De aanwezigheid van dit Europese label belet niet dat andere nationale of particuliere labels blijven bestaan, zolang in hun kwaliteitsnormen en -methodologie rekening wordt gehouden met de Europese verplichtingen. 

In het voorstel voor een verordening inzake Taxonomie worden in de toelichting de eisen voor duurzame activiteiten uiteengezet die van toepassing zijn op de labels die een bepaalde ecologische duurzaamheid waarborgen:

“Deze verordening is van toepassing op de lidstaten en de Unie, in het kader van de marketingvoorwaarden die van toepassing zijn op marktdeelnemers voor de aanbieding van financiële producten of bedrijfsobligaties met milieudoelstellingen en, in het bijzonder, in de context van de labeling van dergelijke financiële producten en bedrijfsobligaties.

Deze verordening creëert geen label voor duurzame financiële producten. Het biedt veeleer het noodzakelijke kader voor de vaststelling van de criteria waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van dergelijke labels op nationaal of EU-niveau. Dus, het verbiedt de lidstaten niet om labelingsregelingen te handhaven of verder te ontwikkelen, zolang zij voldoen aan de milieuduurzaamheidscriteria van de economische activiteiten waarin zij voorziet.

Indien in de toekomst een label wordt ontwikkeld voor financiële producten in het kader van de verordening die het ecologisch label van de EU vaststelt, kunnen de bestaande nationale labelsystemen naast deze verordening bestaan, mits zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 11 van die verordening.”[1]

In het verslag van de groep van technische deskundigen wordt explicieter aandacht besteed aan de methode van cohabitatie tussen de bestaande labels en de definitie van ecologisch duurzame activiteiten die in de Taxonomie wordt voorgesteld:

« A portfolio must invest a minimum percentage of total assets in green or climate-related activities in order to obtain any of the existing green labels (e.g. French Label for the Energy and Ecological Transition, the LuxFLAG Environment, Green Bond or the LuxFLAG Climate Finance) in Europe. It is important to note that the Taxonomy regulation does not establish a standard or label, and hence there are no minimum thresholds for the share of sustainable activities at company or at portfolio-level under the proposed Taxonomy regulation. The future voluntary Ecolabel for financial products, currently under development, is expected to establish thresholds at holding and/or portfolio level. »[2]

Duurzame labels moeten dus, volgens onze interpretatie van deze dubbele lezing:

  • Voldoen aan de definitie van ecologisch duurzame economische activiteiten zoals ontwikkeld in de Taxonomie om de criteria vast te stellen;
  • Een minimumdrempel vaststellen voor ecologisch duurzame activiteiten, vereist voor financiële producten waarvoor men een milieuduurzaamheidslabel wenst te ontvangen - zonder het vereiste percentage te specificeren. De verwijzing naar artikel 11 veronderstelt echter dat de drempels van de labels in overeenstemming moeten worden gebracht met die van het Europese label[3].

De nationale autoriteit moet normalerwijze verantwoordelijk zijn voor het toezicht op het gebruik door financiëlemarktdeelnemers van het bij de verordeningen vastgestelde kader. Momenteel wordt over gecentralisserde controle op Europees niveau nog besproken.

Op grond van het voorstel voor een verordening inzake Disclosure moet de financiëlemarktdeelnemer of de financiële adviseur die het product voorstelt, de informatie publiceren over de ecologische en sociale duurzaamheid van het gelabelde financiële product, zoals voor elk ander financieel product, en moet hij of zij rechtvaardigen hoe de ESG-doelstellingen of -kenmerken worden bereikt als het product deze gebruikt. Ook moet hij op basis van de Taxonomie meedelen welk percentage van de activiteiten voor het gelabelde product als milieuvriendelijk wordt beschouwd.

Ten slotte moeten de beheerders van gelabelde benchmarks op grond van het voorstel voor een Benchmark-verordening uitleg geven over de wijze waarop de belangrijkste elementen van hun methodologie rekening houden met ESG-factoren voor elke ontworpen en gepubliceerde benchmark of benchmarkfamilie.

Voorbeeld: Vergelijking van de beoordeling van een fonds op basis van een privaat label en op basis van de toekomstige definitie van ecologisch duurzame activiteiten door de Taxonomie


[1] Voorstel voor een verordening Taxonomie, p.14.

[2] TEG on sustainable finance, « Taxonomy Technical Report », 18 juin 2019, p. 63.

[3] Verordening 66/10 van 25 november 2009 tot vaststelling van het ecologische label van de EU J.O.U.E., L 27 van 30 januari 2010, blz. 1. In artikel 11 wordt het naast elkaar bestaan van de EU-milieukeurcriteria en andere keuren als volgt geregeld:

  1. Wanneer de EU-milieukeurcriteria voor een bepaalde productgroep zijn gepubliceerd, kunnen andere officieel erkende ecologische EN ISO 14024-labelystemen van type I op nationaal of regionaal niveau die op het moment van publicatie die productgroep niet dekken, alleen worden uitgebreid tot die productgroep wanneer de in het kader van die systemen ontwikkelde criteria ten minste even streng zijn als de EU-milieukeurcriteria.
  2. Om de criteria van de Europese milieukeursystemen (EN ISO 14024, type I) te harmoniseren, wordt in de EU-milieukeurcriteria ook rekening gehouden met bestaande criteria die in het kader van officieel erkende milieukeursystemen in de lidstaten zijn ontwikkeld.