De dekking van het overlijdensrisico: impact op de wettelijke rendementswaarborg en verworven reserves

    Artikel 24, §§ 1-2 van de WAP bepalen welke de geldende rendementswaarborg is voor de persoonlijke bijdragen, alsook de bijdragen die gestort zijn door de inrichter in het kader van een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen of cash balance.

    Het bedrag van de rendementswaarborg wordt berekend uitgaande van de kapitalisatie van de bijdragen, bedoeld in artikel 24, §§ 1-2. Enkel het gedeelte van de bijdragen dat gebruikt werd voor de dekking van het overlijdens- en invaliditeitsrisico wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de rendementswaarborg.

    Vermits de uittreding tot gevolg heeft dat de bedoelde bijdragen wegvallen, is de FSMA van mening dat het niet mogelijk is om de kostprijs van een overlijdensdekking met betrekking tot de periode na uittreding, aan te rekenen op het bedrag van de rendementswaarborg, zoals dat op het ogenblik van de uittreding wordt vastgesteld. De enige omstandigheid waarbij er wel sprake kan zijn van een dergelijke aanrekening, betreft het geval van een overdracht van de reserves in toepassing van artikel 32, § 3, eerste lid van de WAP, zoals beschreven in artikel 2 van het KB/WAP.

    De FSMA is bovendien van oordeel dat het niet mogelijk is om contractueel te voorzien dat de aangeslotene de wettelijke rendementsgarantie kan inruilen ter verwerving van een ander voordeel, bijvoorbeeld de handhaving van een risicodekking bij overlijden met betrekking tot de periode na de uittreding.

    Naast bovenvermelde impact op de rendementsgarantie, is de FSMA, in het licht van de voorbereidende werkzaamheden van de Wet van 18 december 2015 (Parl. St., Kamer 2015-16, nr. 54 1510/001, p. 23), van oordeel dat de verworven reserves hoe dan ook slechts kunnen worden aangewend ter financiering van een overlijdensdekking op basis van een uitdrukkelijk akkoord van de aangeslotene. De praktijk waarbij in geval van uittreding de overlijdensdekking standaard wordt verder gezet door middel van risicopremies te onttrekken aan de opgebouwde verworven reserves, kan dan ook niet beantwoorden aan de optie beschreven in artikel 32, § 1, eerste lid, 3°, a) van de WAP, gegeven het ‘default-karakter’ van deze optie.