Consumenten

Dit voorbeeld toont een pensioenplan van het type vaste bijdragen. Het pensioenplan wordt beheerd door een verzekeringsonderneming in een verzekeringsproduct met gewaarborgd rendement (tak 21) waardoor de verzekeringsonderneming een jaarlijks rendement waarborgt. 

De blauwe lijn toont de evolutie van de bij de verzekeringsonderneming opgebouwde reserve, rekening houdend met het gewaarborgde rendement.

De rode lijn toont de evolutie van de wettelijke rendementsgarantie.

Wanneer de aangeslotene met pensioen gaat, wordt de bij de verzekeringsonderneming opgebouwde reserve vergeleken met het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie. De aangeslotene heeft recht op het hoogste van de 2 bedragen. Wanneer de opgebouwde reserve lager uitvalt dan de wettelijke rendementsgarantie, dan moet de inrichter op dat ogenblik het verschil bijpassen.

In dit voorbeeld is op het ogenblik van de pensionering het bedrag van de reserve lager dan het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie. In dit geval moet de inrichter het tekort (oranje blokje) bijstorten.

Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

  • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

en/of

  • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info

Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

  • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
  • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

Werknemers: Meer info

In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

Werknemers: Meer info

Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

Voorbeeld:

U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

Werknemers: Meer info