Consumenten
  • Mijn onderneming probeert tijdens de Coronacrisis actief te blijven, maar heeft minder omzet dan anders. Wat gebeurt er als ik de bijdragen voor de opbouw van het aanvullend pensioen van mijn werknemers niet kan betalen?

    De mogelijkheid tot betalingsuitstel, die was voorzien in het kader van tijdelijke werkloosheid, gold niet voor de werknemers die aan het werk waren, zelfs indien de onderneming financiële moeilijkheden ondervond ten gevolge van de Coronacrisis. Meer informatie.

    Daarnaast wordt er na 30 september 2020 niet meer voorzien in een wettelijke mogelijkheid tot betalingsuitstel en moeten de bijdragen onverwijld worden betaald.

    De gewone regels zijn van toepassing. De pensioeninstelling moet ervoor zorgen dat uw pensioenplan steeds voldoende gefinancierd is. Om deze reden zal de pensioeninstelling u vragen om de bijdragen voor de opbouw van het aanvullend pensioen en de andere dekkingen van uw werknemers te betalen.

    Indien u deze bijdragen niet betaalt, zal de pensioeninstelling de aangesloten werknemers uiterlijk 3 maanden na de vervaldag van die bijdragen hiervan op de hoogte brengen.

    De niet-betaling van de bijdragen kan aanleiding geven tot een onderfinanciering van uw pensioenplan:

    • Indien uw pensioenplan wordt beheerd door een verzekeringsonderneming, dan zal deze een vastgestelde onderfinanciering onmiddellijk melden. Uw onderneming heeft dan zes maanden de tijd om het tekort aan te zuiveren. Indien binnen deze periode het tekort niet of niet volledig wordt gefinancierd, dan moet de verzekeraar de groepsverzekering reduceren. Dit betekent dat de pensioenreserves per aangesloten werknemer op een individuele rekening worden geplaatst en de eventuele aanwezige collectieve reserves worden verdeeld onder de aangeslotenen. Nadien zullen de pensioenrechten van de aangeslotenen niet meer evolueren volgens de regels van het pensioenplan, maar enkel volgens de opbrengst van de onderliggende beleggingen.

    Als gevolg hiervan maakt uw onderneming een inbreuk op de externaliseringsverplichting: het pensioenplan loopt door, maar is niet meer gefinancierd bij een externe pensioeninstelling.

    • Indien uw pensioenplan wordt beheerd door een IBP (instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of ook pensioenfonds genoemd) dan zal deze bij eventuele tekorten een herstelplan moeten voorleggen bij de FSMA.

    Het is bij betalingsproblemen aangewezen om de pensioeninstelling en de FSMA te contacteren.

    Niet enkel onbetaalde bijdragen kunnen een probleem vormen. De Coronacrisis heeft ook een belangrijke impact op de financiële markten. Zo zullen IBP’s moeten analyseren in welke mate ze aan hun kortetermijnverplichtingen kunnen blijven voldoen, niet enkel rekening houdend met de situatie vandaag maar tevens rekening houdend met het feit dat de huidige crisisomstandigheden nog een periode zouden kunnen aanhouden.

    De FSMA zal in het licht van de evolutie op de financiële markten communiceren over de herstelmaatregelen. Zij zal ook bilateraal contact nemen met de IBP’s die tekorten vertonen ten aanzien van de kortetermijnverplichtingen om met hen te overleggen over de termijn binnen dewelke ze een herstelplan moeten indienen en over de looptijd van de herstelmaatregelen zelf. Meer informatie.

  • Wat als de pensioeninstelling in problemen komt?

    In de huidige economische context maken werkgevers zich soms zorgen over een eventueel faillissement van hun pensioeninstelling en de gevolgen hiervan voor hun aanvullend pensioenplan.

    De FSMA wenst te signaleren dat de kans op een faillissement van een pensioeninstelling klein is. De Belgische pensioenfondsen staan onder toezicht van de FSMA en de Nationale Bank van België oefent toezicht uit op de verzekeringsondernemingen. Deze instellingen waken over de financiële gezondheid van de pensioeninstellingen.

    De activa die tegenover de verbintenissen van de pensioeninstellingen staan, vormen een bijzonder vermogen dat bij voorrang is voorbehouden ter nakoming van de verbintenissen tegenover de aangeslotenen. Bij een eventueel faillissement van de pensioeninstelling, hebben de aangeslotenen een voorrecht op het geld dat vrijkomt bij de verkoop van deze activa.

    In het geval er toch problemen ontstaan bij de pensioeninstelling, gelden de richtlijnen die u hier kan nalezen.