Professionelen

De verschillende ondernemingen van een groep hebben soms uiteenlopende belangen bij een groepsinterne verrichting.

Wanneer beslissingen of verrichtingen van genoteerde vennootschappen een effect kunnen hebben op andere groepsvennootschappen, voorziet de wetgeving in een belangenconflictregeling. Het uitgangspunt hiervan is dat intragroepsverrichtingen toegelaten zijn, maar worden onderworpen aan een procedure waarin de onafhankelijke bestuurders worden betrokken en die gepaard gaat met een informatieverplichting naar de aandeelhouders en naar derden toe via het jaarverslag.

De meeste rechtsleer is van mening dat deze belangenconflictregeling alleen geldt voor beslissingen of verrichtingen die tot de bevoegdheid behoren van de raad van bestuur en niet van toepassing is op beslissingen of verrichtingen die, zoals de beslissingen en verrichtingen die in deze FAQ aan bod komen, tot de bevoegdheid behoren van de algemene vergadering. De bescherming die de procedure biedt, is volgens de heersende opvatting niet nodig als de algemene vergadering de eindbeslissing neemt. Immers, als de algemene vergadering van oordeel is dat een door de raad van bestuur voorgestelde verrichting niet in het belang van de vennootschap is, staat het haar in beginsel vrij het voorstel te weigeren. In de praktijk is dat echter niet altijd het geval, bijvoorbeeld in situaties waar de referentieaandeelhouder zelf al over voldoende stemrechten beschikt om de verrichting te laten goedkeuren. Om die reden is de FSMA er voorstander van dat bij verrichtingen die belangenconflicten doen rijzen in hoofde van de personen die de verrichting initiëren, de belangenconflictregeling vrijwillig of 'naar analogie' wordt toegepast.

De FSMA stelt trouwens vast dat dat in de praktijk vaak gebeurt. De raad van bestuur van de genoteerde vennootschap past de belangenconflictregeling dan vrijwillig toe met als doel na te gaan of de verrichting geschiedt aan voorwaarden die ook tussen onafhankelijke economische actoren zouden gelden. Deze praktijk verdient navolging omdat de toepassing van de belangenconflictregeling de onafhankelijke bestuurders, bijgestaan door één of meer onafhankelijke experts, de mogelijkheid biedt en tegelijkertijd dwingt een uitdrukkelijk standpunt in te nemen over de verrichting.

De FSMA beschouwt het ook een goede praktijk om het verslag dat door de onafhankelijke bestuurders wordt opgesteld integraal ter beschikking te stellen van de aandeelhouders op het ogenblik van de oproeping van de algemene vergadering.