Professionelen

C.2. Moet het financieringsvehikel een specifieke juridische vorm hebben?

Een financieringsvehikel moet een rechtspersoon zijn. Voorts moet een rechtsvorm worden gekozen waarbij de aansprakelijkheid van de belegger beperkt blijft tot zijn inbreng. In de praktijk kan het vehikel dus opteren voor een van de volgende rechtsvormen:

  • naamloze vennootschap (nv);
  • besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (bvba);
  • coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba);
  • Europese vennootschap (se);
  • Europese coöperatieve vennootschap (sce).

Er kan ook geopteerd worden voor de rechtsvorm gewone commanditaire vennootschap (gcv) of commanditaire vennootschap op aandelen (cva) op voorwaarde dat geen enkele belegger beherend vennoot is.

Een 'financieringsvehikel' vormt de schakel tussen beleggers en ondernemers-emittenten, om te vermijden dat ondernemers-emittenten die een beroep doen op alternatieve-financieringsdiensten naderhand geconfronteerd zouden worden met een te beheren versnipperde aandeelhoudersstructuur (met legio kleine aandeelhouders) of met talrijke schuldeisers. Concreet gezien belegt een belegger in een financieringsvehikel, dat de ontvangen gelden op zijn beurt aanwendt om aandelen te kopen of dat deze gelden uitleent aan de door de belegger gekozen ondernemer-emittent.

Een financieringsvehikel is dus

  • een uitgever van beleggingsinstrumenten;
  • die geen instelling voor collectieve belegging is;
  • die als enige activiteit heeft om aandelen te nemen in of leningen te verstrekken aan één of meer ondernemers-emittenten; en
  • die gefinancierd wordt door beleggers.

Financieringsvehikels verschillen fundamenteel van instellingen voor collectieve belegging, die fondsen discretionair beheren. Het zijn zogenaamde 'één-op-één'-vehikels die de belegger toelaten om te kiezen in welke ondernemer-emittent hij belegt. De opbrengst voor de belegger wordt enkel bepaald door de opbrengst die deze ondernemer-emittent biedt.