Consumenten

Dit is het bedrag aan pensioenreserve dat u op 1 januari al heeft opgebouwd en dat verworven is. Dit wil zeggen dat deze reserve niet meer kan worden afgenomen, bijvoorbeeld omdat u de onderneming of de sector verlaat. Wanneer u uit dienst zou treden, kan u de verworven reserve overdragen naar een andere pensioeninstelling.

Opgelet:

Vroeger kon het pensioenreglement bepalen dat u pas na één jaar aansluiting bij het pensioenplan recht had op de verworven rechten opgebouwd met werkgeversbijdragen. In dat geval had u geen recht op de verworven reserves opgebouwd op basis van de gestorte werkgeversbijdragen als u uit dienst trad binnen het jaar nadat u bij het pensioenplan werd aangesloten.

Vanaf 1 januari 2019 is deze minimumperiode van 1 jaar niet meer geldig en zijn de opgebouwde pensioenrechten onmiddellijk verworven. 

Opgelet indien u pensioenrechten heeft opgebouwd vóór 1996:

Pas vanaf 1996 worden de aanvullende pensioenen wettelijk beschermd en is het verplicht om aan de aangesloten werknemers verworven rechten toe te kennen, ook wanneer zij de onderneming vroegtijdig verlaten.
Voordien voorzagen veel pensioenplannen dat opgebouwde rechten konden vervallen, bijvoorbeeld wanneer de werknemer zelf ontslag nam, wanneer de werknemer bij zijn ontslag geen minimum aantal loopbaanjaren (5, 10, 20…) binnen de onderneming had, of nog wanneer de werknemer de onderneming verliet vóór de pensioenleeftijd.
Dergelijke voorwaarden zijn vandaag verboden. De wettelijke regels ter bescherming en behoud van opgebouwde pensioenrechten gelden echter maar voor de loopbaanjaren vanaf 1996. Wanneer een deel van uw loopbaan zich situeert vóór 1996 is het dus mogelijk dat een deel van de door u opgebouwde rechten verloren gaat in geval van ontslag. Dit hangt af van wat in het pensioenreglement was geregeld. Bent u in dienst getreden vóór 1996, sla er dan zeker het pensioenreglement op na om te vernemen in welke mate uw pensioenrechten behouden blijven bij een eventuele uitdiensttreding.

De berekening van de verworven reserve verschilt naargelang het type pensioenplan. Ook de waarborgen die de pensioeninstelling mogelijkerwijs biedt, hebben een impact op het bedrag van de verworven reserve. We maken een onderscheid tussen volgende gevallen:

Om te laten zien hoe de evolutie van uw verworven reserve verloopt, vermeldt de pensioenfiche (in deel 2) ook het bedrag van de verworven reserve van het jaar voordien. Bovendien wordt het bedrag van de verworven reserve uitgesplitst: er wordt vermeld welk deel van de verworven reserve is opgebouwd met werkgeversbijdragen en welk deel met werknemersbijdragen.

Zo lang een aangeslotene in dienst is, krijgt hij één maal per jaar van de pensioeninstelling of de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) een pensioenfiche met een overzicht van de stand van het door hem opgebouwde aanvullend pensioen.

Werknemers: Meer info

Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

Werknemers: Meer info

In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

Werknemers: Meer info

Het pensioenreglement beschrijft de spelregels van het aanvullend pensioenplan.

Het pensioenreglement kan worden opgevraagd bij de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of bij de pensioeninstelling. Op de jaarlijkse pensioenfiche wordt vermeld bij wie men hiervoor terecht kan. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website www.mypension.be.

Werknemers: Meer info

Dit is het bedrag aan pensioenreserve dat een aangeslotene op een bepaald ogenblik tijdens zijn loopbaan al heeft opgebouwd en dat verworven is. Dit wil zeggen dat deze reserve niet meer kan worden afgenomen. Wanneer de aangeslotene uit dienst treedt, kan hij dit bedrag overdragen naar een andere pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info

  • Een pensioenplan van het type vaste prestaties

    Bij pensioenplannen van het type vaste prestaties wordt het bedrag van de verworven reserve afgeleid van de verworven prestatie.

    De verworven reserve is de huidige waarde (ook actuele waarde genoemd) van de verworven prestatie die bij pensionering zal worden uitbetaald. Om die huidige waarde te kennen, wordt de verworven prestatie “geactualiseerd”. Actualiseren betekent dat men het bedrag berekent waarover men vandaag moet beschikken om op de pensioenleeftijd een vooraf bepaald bedrag – in dit geval de verworven prestatie – te kunnen uitbetalen. Bij die berekening wordt gebruik gemaakt van twee belangrijke parameters: (i) de interestvoet of actualisatievoet en (ii) de overlevingskans.

    1. De actualisatievoet geeft weer welk jaarlijks rendement er wordt verondersteld tussen het huidige ogenblik en de pensioenleeftijd. Aangezien dit toekomstige rendement ook bijdraagt tot de financiering van het latere pensioen, is het niet nodig om vandaag al het volledige pensioen te financieren. Hoe hoger het rendement dat men veronderstelt – en dus hoe hoger de actualisatievoet – hoe lager de reserve waarover men vandaag al moet beschikken. Immers zal in dat geval een groter deel van het latere pensioen vanuit het rendement kunnen worden gefinancierd. De actualisatievoet die mag worden gebruikt bij de berekening van de verworven reserve is wettelijk begrensd. Deze mag niet meer bedragen dan 6 %. Het pensioenreglement moet bepalen welke actualisatievoet wordt gebruikt. Bij veel pensioenplannen wordt de verworven reserve berekend aan de hand van de maximale rentevoet van 6 %.
       
    2. De overlevingskans drukt uit welke kans een aangeslotene van een bepaalde leeftijd heeft om op de pensioenleeftijd nog in leven te zijn. Bij een grote groep aangeslotenen zal helaas niet iedereen de pensioenleeftijd bereiken. Bij dit type van pensioenplannen blijven bij overlijden van een aangeslotene diens pensioenreserves doorgaans bij de pensioeninstelling en dragen zij bij in de financiering van de pensioenrechten van de andere aangeslotenen. Hoe lager de overlevingskans waarmee men rekening houdt, hoe lager de reserve waarover men vandaag al moet beschikken. Immers zal in dat geval een groter deel van het latere pensioen gefinancierd kunnen worden vanuit de reserves van aangeslotenen die voortijdig overlijden. Voor de berekening van de overlevingskansen doen de pensioeninstellingen beroep op zogenaamde sterftetafels. Dit zijn officiële statistieken die aangeven hoeveel personen er op elke leeftijd nog in leven zijn.
    Het gebruik van de interestvoet en de overlevingskansen leidt ertoe dat, hoe verder men nog van de pensioenleeftijd verwijderd is, hoe kleiner de verworven reserve zal zijn. Immers:

     

    • hoe verder men nog van de pensioenleeftijd verwijderd is, des te langer de reserve nog kan worden belegd en dus hoe meer rendement er nog kan worden behaald;
    • hoe verder men nog van de pensioenleeftijd verwijderd is, hoe groter de kans dat aangeslotenen vóór de pensioenleeftijd overlijden. 

    Personen die zijn aangesloten bij een aanvullend pensioenplan worden aangeslotenen genoemd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

    • actieve aangeslotenen: dit zijn personen die nog in dienst zijn:

      • van de werkgever die voor hen een aanvullend pensioen opbouwt;
      • of binnen de bedrijfssector waarvoor het pensioenplan geldt;
    • slapers: dit zijn personen die niet meer in dienst zijn binnen de onderneming of bedrijfssector, maar hun reserves in het pensioenplan achterlaten;
    • rentegenieters: dit zijn personen die met pensioen zijn en waarvan het aanvullend pensioen in de vorm van een rente wordt uitbetaald.

    Werknemers: Meer info.

    Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

    Werknemers: Meer info

    Het pensioenreglement beschrijft de spelregels van het aanvullend pensioenplan.

    Het pensioenreglement kan worden opgevraagd bij de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of bij de pensioeninstelling. Op de jaarlijkse pensioenfiche wordt vermeld bij wie men hiervoor terecht kan. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website www.mypension.be.

    Werknemers: Meer info

    Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

    Voorbeeld:

    U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

    Bij een pensioenplan van het type vaste prestaties wordt de betaling van een welbepaald pensioen beloofd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) belooft aan zijn werknemers een eenmalig kapitaal of een bepaalde rente bij hun pensionering.

    Het pensioenreglement beschrijft hoe groot dit kapitaal of de rente zal zijn: dit wordt meestal berekend op basis van een formule die rekening houdt met het aantal jaren dat de werknemer heeft gewerkt en zijn loon.

    Werknemers: Meer info

    De verworven prestatie is het aanvullend pensioen dat op de pensioenleeftijd zal worden uitbetaald, rekening houdend met het aantal loopbaanjaren dat de aangeslotene op een bepaald ogenblik al 'op de teller' heeft.

    Werknemers: Meer info

    Dit is het bedrag aan pensioenreserve dat een aangeslotene op een bepaald ogenblik tijdens zijn loopbaan al heeft opgebouwd en dat verworven is. Dit wil zeggen dat deze reserve niet meer kan worden afgenomen. Wanneer de aangeslotene uit dienst treedt, kan hij dit bedrag overdragen naar een andere pensioeninstelling.

    Werknemers: Meer info

  • Een pensioenplan van het type vaste bijdragen

    Bij pensioenplannen van het type vaste bijdragen worden de bijdragen door de pensioeninstelling voor elke aangeslotene afzonderlijk op individuele rekeningen bijgehouden.

    Als het pensioenplan wordt beheerd in het kader van een verzekeringsproduct met gewaarborgd rendement (tak21), wordt de verworven reserve berekend door de gestorte bijdragen te kapitaliseren op basis van het rendement dat gewaarborgd wordt door de verzekeringsonderneming. Daarnaast is het mogelijk dat er een winstdeelname wordt toegekend.

    Als het pensioenplan wordt beheerd in het kader van een verzekeringsproduct zonder gewaarborgd rendement (tak23), wordt de verworven reserve berekend door de gestorte bijdragen te kapitaliseren volgens de opbrengst van de beleggingen. Het pensioenreglement bepaalt de regels hiervoor.

    Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

    • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

    en/of

    • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

    Werknemers: Meer info

    Kapitaliseren betekent dat de interest die men op een bepaald bedrag krijgt, nadien bij dat bedrag wordt gevoegd en zo op zijn beurt ook interest zal opbrengen.
    Voorbeeld: er wordt een rendement van 2% gegarandeerd.

    • Jaar 1: een bedrag van 100 euro brengt een rendement van 2 euro op;
    • Jaar 2: een bedrag van 102 euro brengt een rendement van 2,04 euro op;
    • Jaar 3: een bedrag van 104,04 euro brengt een rendement van 2,0808 euro op;
    • ...

    Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

    Werknemers: Meer info

    In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

    Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

    Werknemers: Meer info

    Het pensioenreglement beschrijft de spelregels van het aanvullend pensioenplan.

    Het pensioenreglement kan worden opgevraagd bij de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of bij de pensioeninstelling. Op de jaarlijkse pensioenfiche wordt vermeld bij wie men hiervoor terecht kan. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website www.mypension.be.

    Werknemers: Meer info

    Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

    Voorbeeld:

    U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

    Dit is het bedrag aan pensioenreserve dat een aangeslotene op een bepaald ogenblik tijdens zijn loopbaan al heeft opgebouwd en dat verworven is. Dit wil zeggen dat deze reserve niet meer kan worden afgenomen. Wanneer de aangeslotene uit dienst treedt, kan hij dit bedrag overdragen naar een andere pensioeninstelling.

    Werknemers: Meer info

    In een tak 21 verzekeringsproduct waarborgt de verzekeringsonderneming een vast rendement.

    Als de resultaten van de verzekeringsonderneming het toelaten, kan zij bovendien een winstdeelname toekennen. Dit is een bijkomend rendement bovenop het gewaarborgde rendement. Het bedrag van de winstdeelname kan van jaar tot jaar verschillen omdat dit afhangt van de algemene resultaten van de verzekeringsonderneming. Het is de algemene vergadering van de verzekeringsonderneming die daarover beslist.

    Werknemers: Meer info

  • Een pensioenplan van het type cash balance

    Bij een pensioenplan van het type cash balance belooft de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) een pensioen dat wordt samengesteld uit een bepaalde bijdrage, verhoogd met een in het pensioenreglement vastgesteld rendement.

    Hoewel dit erg lijkt op een pensioenplan van het type vaste bijdragen met een door de inrichter gewaarborgd rendement, is het eigenlijk een bijzonder type van vasteprestatieplan. De inrichter (werkgever of sectorale inrichter) belooft immers een welbepaald eindresultaat. Dit eindresultaat wordt uitgedrukt als de kapitalisatie (aan een in het pensioenreglement vastgesteld rendement) van de aan de aangeslotene toegewezen bijdragen.

    Bij dit type pensioenplannen is de verworven prestatie gelijk aan het bedrag dat wordt bekomen door de toegewezen bijdragen verder te kapitaliseren overeenkomstig het in het pensioenreglement vastgesteld rendement.

    Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

    • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

    en/of

    • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

    Werknemers: Meer info

    Bij een pensioenplan van het type cash balance belooft de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) een pensioen dat wordt samengesteld uit een bepaalde bijdrage, verhoogd met een in het pensioenreglement vastgesteld rendement.

    Hoewel dit erg lijkt op een pensioenplan van het type vaste bijdragen met een door de werkgever gegarandeerd rendement, is het eigenlijk een bijzonder type van vaste prestatieplan. De inrichter belooft immers een welbepaald eindresultaat. Dit eindresultaat wordt uitgedrukt als de kapitalisatie (aan een in het pensioenreglement vastgesteld rendement) van de aan de aangeslotene toegewezen bijdragen.

    Werknemers: Meer info

    Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

    • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
    • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

    Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

    Werknemers: Meer info

    Kapitaliseren betekent dat de interest die men op een bepaald bedrag krijgt, nadien bij dat bedrag wordt gevoegd en zo op zijn beurt ook interest zal opbrengen.
    Voorbeeld: er wordt een rendement van 2% gegarandeerd.

    • Jaar 1: een bedrag van 100 euro brengt een rendement van 2 euro op;
    • Jaar 2: een bedrag van 102 euro brengt een rendement van 2,04 euro op;
    • Jaar 3: een bedrag van 104,04 euro brengt een rendement van 2,0808 euro op;
    • ...

    In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

    Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

    Werknemers: Meer info

    Het pensioenreglement beschrijft de spelregels van het aanvullend pensioenplan.

    Het pensioenreglement kan worden opgevraagd bij de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of bij de pensioeninstelling. Op de jaarlijkse pensioenfiche wordt vermeld bij wie men hiervoor terecht kan. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website www.mypension.be.

    Werknemers: Meer info

    Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

    Voorbeeld:

    U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

    De verworven prestatie is het aanvullend pensioen dat op de pensioenleeftijd zal worden uitbetaald, rekening houdend met het aantal loopbaanjaren dat de aangeslotene op een bepaald ogenblik al 'op de teller' heeft.

    Werknemers: Meer info