Consumenten

Bij een pensioenfonds of een tak 23 verzekeringsproduct waarborgt de pensioeninstelling geen vast rendement. Het rendement hangt af van de opbrengst van de beleggingen die van jaar tot jaar sterk kan verschillen. De blauwe lijn toont de evolutie van de verworven reserve bij zo’n type pensioenplan.

De rode lijn geeft de evolutie weer van de wettelijke rendementsgarantie. Op het ogenblik van de uitdiensttreding wordt het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie definitief vastgesteld.

Als u er na uw uitdiensttreding voor kiest om uw pensioenreserve over te dragen, dan moet de pensioeninstelling nagaan of uw verworven reserve niet minder bedraagt dan wettelijke rendementsgarantie. Zo nodig moet de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) bij de overdracht het verschil bijpassen.

In onderstaand voorbeeld is de verworven reserve op het ogenblik van de uitdiensttreding hoger dan de wettelijke rendementsgarantie. De verworven reserve wordt overgedragen. De inrichter moet in dat geval dan ook niets bijstorten.

Door uw pensioenreserve over te dragen, verlaat u het pensioenplan. Als gevolg daarvan verliest u nadien de bescherming van de wettelijke rendementsgarantie. 

In onderstaand voorbeeld is de verworven reserve op het ogenblik van de uitdiensttreding lager dan de wettelijke rendementsgarantie. Het tekort wordt aangeduid door het oranje blokje. U heeft in dat geval recht op de wettelijke rendementsgarantie. De verworven reserve zal worden overgedragen, aangevuld tot het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie. De inrichter (werkgever of sectorale inrichter) moet op het ogenblik van de overdracht het tekort bijpassen.

Door uw pensioenreserve over te dragen, verlaat u het pensioenplan. Als gevolg daarvan verliest u nadien de bescherming van de rendementsgarantie. 

 

Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

  • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
  • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

Werknemers: Meer info

Een pensioenfonds is een instelling die wordt opgericht door één of meerdere ondernemingen of bedrijfssectoren met als doel het beheer van hun aanvullende pensioenplannen. De raad van bestuur van deze instelling bestaat voor het merendeel uit vertegenwoordigers van deze onderneming(en) of bedrijfssector(en) en soms ook vertegenwoordigers van de aangeslotenen. Op die manier hebben de oprichtende onderneming(en) of sector(en) rechtstreeks inspraak in het beheer van hun aanvullend pensioenplan en de manier waarop de bijdragen worden belegd.

Een pensioenfonds wordt ook instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of IBP genoemd.

Werknemers: Meer info

Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

Werknemers: Meer info

In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

Werknemers: Meer info

Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

Voorbeeld:

U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

Werknemers: Meer info

Dit is het bedrag aan pensioenreserve dat een aangeslotene op een bepaald ogenblik tijdens zijn loopbaan al heeft opgebouwd en dat verworven is. Dit wil zeggen dat deze reserve niet meer kan worden afgenomen. Wanneer de aangeslotene uit dienst treedt, kan hij dit bedrag overdragen naar een andere pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info