Consumenten

1. Inspraak op het ogenblik van de invoering of de wijziging van een pensioenplan

Als een pensioenplan wordt ingevoerd op het niveau van een bedrijfssector, is hiervoor een Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) vereist. Tijdens het onderhandelen van de CAO hebben de werknemers (via de vakbonden) medebeslissingsrecht over het aanvullend pensioenplan. Een sectorplan kan ook enkel via een CAO worden gewijzigd.

Wanneer het gaat om een pensioenplan op het niveau van een onderneming, kan de werkgever in principe zelf beslissen over de invoering of wijziging van het pensioenplan.  
Echter, als het ondernemingsplan in een persoonlijke bijdrage van de werknemers voorziet en het pensioenplan voor alle werknemers in de onderneming geldt, dan moet er een CAO worden afgesloten om het aanvullend pensioenplan in te voeren of te wijzigen. In dat geval hebben de werknemers (via de vakbonden) medebeslissingsrecht over het aanvullend pensioenplan. Als in de onderneming geen ondernemingsraad, comité voor preventie en bescherming op het werk, noch een vakbondsafvaardiging bestaat, dan moet het pensioenplan worden ingevoerd of gewijzigd door middel van een wijziging van het arbeidsreglement.


2. Adviesrecht

Wanneer het pensioenplan wordt georganiseerd op het niveau van een onderneming, dan moet de werkgever over een aantal zaken het advies vragen van de sociale overlegorganen, die binnen de onderneming actief zijn. Dit is het geval voor:

  1. de wijze van financiering van het pensioenplan en de structurele verschuivingen in die financiering;
  2. de vaststelling van de reserves en de jaarlijkse opstelling van de pensioenfiche;
  3. de toepassing, de interpretatie en de wijziging van het pensioenreglement;
  4. de keuze van een pensioeninstelling en de overgang naar een andere pensioeninstelling, met inbegrip van de eventuele overdracht van reserves;
  5. de verklaring inzake de beleggingsbeginselen.

De werkgever moet het advies vragen aan de ondernemingsraad. Indien er geen ondernemingsraad is, moet hij het advies vragen aan het comité voor preventie en bescherming op het werk. Wanneer er in de onderneming ook geen comité voor preventie en bescherming op het werk is, moet het advies worden gevraagd aan de vakbondsafvaardiging.
Als er in de onderneming geen ondernemingsraad, comité voor preventie en bescherming op het werk, noch een vakbondsafvaardiging is, moet de werkgever de werknemers individueel informeren alvorens een beslissing te nemen.

Als de werkgever deze procedures niet volgt, kunnen zijn beslissingen binnen het jaar nietig worden verklaard. Werknemers die dit wensen moeten zich hiervoor binnen het jaar naar de arbeidsrechtbank begeven.


3. paritair beheer of toezichtscomité

In een aantal gevallen worden de werknemers nauw betrokken bij het beheer van het pensioenplan. 

Als het pensioenplan wordt beheerd door een pensioenfonds, dan moet in een aantal gevallen de raad van bestuur van het pensioenfonds paritair worden samengesteld, dit wil zeggen: evenveel vertegenwoordigers van de werknemers als van de werkgever tellen. De werknemers maken in dat geval rechtstreeks deel uit van het bestuur van het pensioenfonds.
Dit is het geval voor:

  • een sectorplan;
  • een ondernemingsplan waarbij de onderneming heeft beslist om het pensioenplan dat op het niveau van de sector bestaat zelf uit te voeren (ook opting out genoemd);
  • een sociale pensioentoezegging;
  • een ondernemingsplan dat in persoonlijke bijdragen van de werknemers voorziet.

Als het pensioenplan wordt beheerd door een verzekeringsonderneming, moet er in een aantal gevallen een toezichtscomité worden opgericht dat moet toezien op de correcte uitvoering van het pensioenplan. Dit toezichtscomité moet paritair worden samengesteld, dit wil zeggen evenveel vertegenwoordigers van de werknemers als van de werkgever tellen.
Dit is het geval voor:

  • een sectorplan;
  • een ondernemingsplan waarbij de onderneming heeft beslist om het pensioenplan dat op het niveau van de sector bestaat zelf uit te voeren (ook opting out genoemd);
  • een sociale pensioentoezegging;
  • een pensioenplan dat gemeenschappelijk is aan verschillende ondernemingen (in de zin van 'technische bedrijfseenheden').