Consumenten

Op het ogenblik van uw uitdiensttreding wordt de wettelijke rendementsgarantie definitief vastgesteld. Dit bedrag evolueert nadien niet verder. Bij uw uitdiensttreding wordt de rendementsgarantie als het ware 'bevroren'.

Na uw uitdiensttreding kunnen volgende situaties zich voordoen:

  • U laat uw pensioenreserve in het pensioenplan.

    De wettelijke rendementsgarantie wordt bij uw uitdiensttreding vastgesteld en blijft gegarandeerd. Wanneer u met pensioen gaat, heeft u sowieso minstens recht op dit bedrag. Aangezien de rendementsgarantie na uw uitdiensttreding niet verder evolueert, spreekt men van een 0 %-garantie. 
     

    Bij uw uitdiensttreding wordt het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie vastgesteld. Dit bedrag wordt gegarandeerd tot aan de pensionering, maar zonder dat dit nog evolueert of een rendement opbrengt. Er is dus geen bescherming tegen de inflatie: na verloop van jaren zal dit bedrag minder waard zijn omdat het leven steeds duurder wordt.

    Als de pensioeninstelling op het ogenblik van uw pensionering uw aanvullend pensioen uitkeert, moet zij nagaan of het uitgekeerde bedrag niet minder bedraagt dan de wettelijke rendementsgarantie. U heeft in elk geval recht op het hoogste van de twee bedragen.

    Als zou blijken dat uw aanvullend pensioen lager ligt, dan zal de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) dit verschil moeten bijstorten.

  • Op het ogenblik dat de pensioeninstelling de overdracht uitvoert, moet zij nagaan of uw verworven reserve niet minder bedraagt dan de wettelijke rendementsgarantie. U heeft in elk geval recht op het hoogste van de twee bedragen.

    Als zou blijken dat de reserve lager ligt, dan zal de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) dit verschil moeten bijstorten. 

Het aanvullend pensioen is een pensioen dat door een werkgever (of een bedrijfssector) wordt opgebouwd voor zijn werknemers. Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen en kan de vorm aannemen van een eenmalig kapitaal of een periodieke (maandelijkse, jaarlijkse,...) rente.

De aanvullende pensioenen worden ook wel de 'tweede pensioenpijler' genoemd.

Werknemers: Meer info

Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

  • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
  • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

Werknemers: Meer info

Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

Werknemers: Meer info

Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

Voorbeeld:

U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

Werknemers: Meer info