Consumenten

Hoe wordt het bedrag van de over te dragen reserve bepaald als ik mijn reserve pas enige tijd na mijn ontslag zou overdragen?

  • Het is mogelijk dat u uw pensioenreserve, nadat u uit dienst bent getreden, in het pensioenplan van uw vorige werkgever of sector heeft gelaten, hetzij omdat u hiervoor uitdrukkelijk hebt gekozen, hetzij omdat u geen keuze hebt gemaakt.

    Als u nadien (bv. na een aantal jaren) beslist om alsnog uw pensioenreserve over te dragen, dan moet de pensioeninstelling op dat ogenblik nagaan of uw verworven reserve niet minder bedraagt dan de wettelijke rendementsgarantie. Zij moet daarbij twee bedragen vergelijken:

    • de verworven reserve berekend op het ogenblik van de overdracht.
      De verworven reserve waarover u beschikte op het ogenblik van uw uitdiensttreding is ondertussen verder geëvolueerd volgens de regels van het pensioenplan. In veel gevallen zal de verworven reserve op het ogenblik van de overdracht hoger liggen dan op het ogenblik van de uitdiensttreding.
      In sommige gevallen, in het bijzonder bij pensioenplannen van het type vaste bijdragen beheerd door een pensioenfonds of in het kader van een verzekeringsproduct zonder gewaarborgd rendement (tak 23), kan het echter gebeuren dat de verworven reserve is gedaald;
    • indien van toepassing, de wettelijke rendementsgarantie berekend op het ogenblik van de uitdiensttreding. Op het ogenblik van de uitdiensttreding wordt het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie definitief vastgesteld. Dit bedrag evolueert na de uitdiensttreding niet meer. Daarom spreekt men van een 0 % garantie.

    Als zou blijken dat de verworven reserve lager ligt dan het bedrag waarop u recht heeft op basis van de wettelijke rendementsgarantie, dan moet de inrichter (uw voormalige werkgever of de sectorale inrichter) het verschil bijpassen

  • Het is mogelijk dat u bij uw uitdiensttreding heeft gekozen om uw pensioenreserve over te dragen naar de onthaalstructuur, naar de pensioeninstelling van uw nieuwe werkgever of sector of naar een individueel verzekeringscontract.

    In dat geval behoudt u het recht om uw pensioenreserve nadien nogmaals over te dragen (bijvoorbeeld omdat u opnieuw van job bent veranderd).

    Het bedrag dat u oorspronkelijk had overgedragen, is ondertussen geëvolueerd volgens de regels van de onthaalstructuur, de regels van het pensioenplan van de nieuwe werkgever of de regels van het individueel verzekeringscontract. Logischerwijs is het dit geëvolueerde bedrag dat u kan overdragen.

Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

  • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

en/of

  • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info

Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

  • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
  • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

Werknemers: Meer info

Een onthaalstructuur is een verzekeringsovereenkomst of een bijzonder reglement beheerd door een pensioenfonds dat specifiek bestemd is voor het beheer van verworven reserves van aangeslotenen die uit dienst zijn getreden. Na de uitdiensttreding kan een aangeslotene ervoor kiezen om zijn reserves niet in het pensioenplan te laten, maar over te dragen naar de onthaalstructuur.

Werknemers: Meer info

Een pensioenfonds is een instelling die wordt opgericht door één of meerdere ondernemingen of bedrijfssectoren met als doel het beheer van hun aanvullende pensioenplannen. De raad van bestuur van deze instelling bestaat voor het merendeel uit vertegenwoordigers van deze onderneming(en) of bedrijfssector(en) en soms ook vertegenwoordigers van de aangeslotenen. Op die manier hebben de oprichtende onderneming(en) of sector(en) rechtstreeks inspraak in het beheer van hun aanvullend pensioenplan en de manier waarop de bijdragen worden belegd.

Een pensioenfonds wordt ook instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of IBP genoemd.

Werknemers: Meer info

Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

Werknemers: Meer info

In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

Werknemers: Meer info

Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

Voorbeeld:

U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

Werknemers: Meer info

Dit is het bedrag aan pensioenreserve dat een aangeslotene op een bepaald ogenblik tijdens zijn loopbaan al heeft opgebouwd en dat verworven is. Dit wil zeggen dat deze reserve niet meer kan worden afgenomen. Wanneer de aangeslotene uit dienst treedt, kan hij dit bedrag overdragen naar een andere pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info

  • Een voorbeeld van een pensioenplan van het type vaste bijdragen, beheerd door een pensioenfonds of via een verzekeringsproduct zonder gewaarborgd rendement (tak 23)

    Bij een pensioenfonds of een tak 23 verzekeringsproduct waarborgt de pensioeninstelling geen vast rendement. Het rendement hangt af van de opbrengst van de beleggingen die van jaar tot jaar sterk kan verschillen. De blauwe lijn toont de evolutie van de verworven reserve bij zo’n type pensioenplan.

    De rode lijn geeft de evolutie weer van de wettelijke rendementsgarantie. Op het ogenblik van de uitdiensttreding wordt het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie definitief vastgesteld.

    Als u er na uw uitdiensttreding voor kiest om uw pensioenreserve in het pensioenplan te laten, moet de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie blijven garanderen tot aan de pensionering of tot aan het ogenblik van overdracht. Aangezien de rendementsgarantie na uw uitdiensttreding niet verder evolueert, spreekt men van een '0 % garantie'.

    Op het ogenblik van overdracht moet de pensioeninstelling nagaan of uw verworven reserve niet lager uitvalt dan het bedrag waarop u recht heeft op basis van de wettelijke rendementsgarantie.

    In onderstaand voorbeeld is op het ogenblik van de overdracht de verworven reserve hoger dan de wettelijke rendementsgarantie: het bedrag van de verworven reserve zal worden overgedragen. De inrichter moet in dat geval dan ook niets bijstorten.

    Door de overdracht verlaat men het pensioenplan, waardoor de wettelijke rendementsgarantie nadien wegvalt.

    In onderstaand voorbeeld is de verworven reserve op het ogenblik van de overdracht lager dan de wettelijke rendementsgarantie. Het tekort wordt aangeduid door het oranje blokje. De wettelijke rendementsgarantie zal worden uitbetaald, waardoor de ex-inrichter (werkgever of sectorale inrichter) het verschil tussen beide bedragen moet bijstorten.

     

    Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

    • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
    • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

    Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

    Werknemers: Meer info

    Een pensioenfonds is een instelling die wordt opgericht door één of meerdere ondernemingen of bedrijfssectoren met als doel het beheer van hun aanvullende pensioenplannen. De raad van bestuur van deze instelling bestaat voor het merendeel uit vertegenwoordigers van deze onderneming(en) of bedrijfssector(en) en soms ook vertegenwoordigers van de aangeslotenen. Op die manier hebben de oprichtende onderneming(en) of sector(en) rechtstreeks inspraak in het beheer van hun aanvullend pensioenplan en de manier waarop de bijdragen worden belegd.

    Een pensioenfonds wordt ook instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of IBP genoemd.

    Werknemers: Meer info

    Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

    Werknemers: Meer info

    In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

    Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

    Werknemers: Meer info

    Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

    Voorbeeld:

    U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

    Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

    Werknemers: Meer info

    Dit is het bedrag aan pensioenreserve dat een aangeslotene op een bepaald ogenblik tijdens zijn loopbaan al heeft opgebouwd en dat verworven is. Dit wil zeggen dat deze reserve niet meer kan worden afgenomen. Wanneer de aangeslotene uit dienst treedt, kan hij dit bedrag overdragen naar een andere pensioeninstelling.

    Werknemers: Meer info

  • Een voorbeeld van een pensioenplan van het type vaste bijdragen, beheerd in het kader van een verzekeringsproduct met gewaarborgd rendement (tak 21)

    Bij een tak 21 verzekeringsproduct waarborgt de verzekeringsonderneming een vast rendement. Het is mogelijk dat de verzekeringsonderneming daar bovenop nog winstdeelnames toekent. De blauwe lijn toont de evolutie van de verworven reserve. Als u uw reserve in het pensioenplan van uw ex-inrichter (werkgever of sectorale inrichter) laat staan, dan wordt het rendement dat de verzekeringsonderneming waarborgt, ook na de uitdiensttreding verder toegepast.

    De rode lijn geeft de evolutie weer van de wettelijke rendementsgarantie. Op het ogenblik van de uitdiensttreding wordt het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie definitief vastgesteld.

    Als u er na uw uitdiensttreding voor kiest om uw pensioenreserves in het pensioenplan te laten, moet de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie blijven garanderen tot aan de pensionering of tot aan het ogenblik van overdracht. Aangezien de rendementsgarantie na uw uitdiensttreding niet verder evolueert, spreekt men van een '0 % garantie'.

    Op het ogenblik van de overdracht moet de pensioeninstelling nagaan of uw verworven reserve niet lager uitvalt dan het bedrag waarop u recht heeft op basis van de wettelijke rendementsgarantie.

    In onderstaand voorbeeld is op het ogenblik van de overdracht de verworven reserve hoger dan de wettelijke rendementsgarantie: het bedrag van de verworven reserve wordt overgedragen. De inrichter moet in dat geval dan ook niets bijstorten.

    Door de overdracht verlaat men het pensioenplan, waardoor de wettelijke rendementsgarantie nadien wegvalt.

    Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

    • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
    • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

    Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

    Werknemers: Meer info

    Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

    Werknemers: Meer info

    In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

    Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

    Werknemers: Meer info

    Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

    Voorbeeld:

    U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

    Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

    Werknemers: Meer info

    Dit is het bedrag aan pensioenreserve dat een aangeslotene op een bepaald ogenblik tijdens zijn loopbaan al heeft opgebouwd en dat verworven is. Dit wil zeggen dat deze reserve niet meer kan worden afgenomen. Wanneer de aangeslotene uit dienst treedt, kan hij dit bedrag overdragen naar een andere pensioeninstelling.

    Werknemers: Meer info