Consumenten

Kan ik mijn pensioenreserve overdragen ?

Welke gevolgen heeft een overdracht?

Indien u beslist om uw pensioenreserve over te dragen, knipt u de band met het pensioenplan door. U zal dan een nieuwe overeenkomst sluiten, waardoor uw pensioenreserve verder zal evolueren volgens de regels van deze nieuwe overeenkomst en niet langer volgens de regels van het oorspronkelijke pensioenplan. Dit heeft enkele belangrijke gevolgen:

  • u verliest de waarborgen en garanties waarop u recht had in het kader van het oorspronkelijke pensioenplan. U sluit een nieuwe overeenkomst af en u kan zich voortaan enkel nog richten tot de pensioeninstelling waarnaar u uw pensioenreserve heeft overgedragen;
  • de verworven prestatie, die u terugvindt op uw uittredingsfiche, wordt niet langer gegarandeerd. U heeft enkel recht op de verworven prestatie op voorwaarde dat u uw pensioenreserve tot uw pensionering in het pensioenplan laat staan zonder wijziging van de pensioentoezegging.  Kiest u voor de overdracht van de pensioenreserve, dan vervalt dit recht. Wat u op het ogenblik van uw pensionering zal ontvangen, hangt af van de inhoud van de nieuwe overeenkomst en de behaalde rendementen;
  • ook verliest u na de overdracht de bescherming van de wettelijke rendementsgarantie. Welk pensioen u zal ontvangen, hangt opnieuw af van de inhoud van de nieuwe overeenkomst en de behaalde rendementen, zonder wettelijk minimum;
  • de rendementen die mogelijk werden gewaarborgd door de pensioeninstelling zijn na overdracht niet meer van toepassing. De kans is reëel dat u zich na de overdracht moet tevreden stellen met een lager gewaarborgd rendement.

Welk bedrag kan ik overdragen?

Als u er na uw uitdiensttreding voor kiest om uw pensioenreserve over te dragen, dan moet de pensioeninstelling nagaan of uw verworven reserve niet minder bedraagt dan de wettelijke rendementsgarantie. Zo nodig moet de inrichter bij de overdracht het verschil bijpassen.

Om het over te dragen bedrag te bepalen, vergelijkt men dus de verworven reserve met het bedrag waarop u recht heeft op basis van de wettelijke rendementsgarantie. In elk geval wordt het hoogste van de twee bedragen overgedragen.

Over welke keuzemogelijkheden beschik ik?

Wenst u uw pensioenreserve over te dragen, dan beschikt u over drie mogelijkheden. U kan uw reserve overdragen:

  1. naar de onthaalstructuur van uw voormalige werkgever of sector;
  2. naar de pensioeninstelling van uw nieuwe werkgever. Het pensioenreglement van uw nieuwe werkgever (of sector) bepaalt wat er met uw pensioenreserve gebeurt: ofwel wordt deze ondergebracht in het eigen pensioenplan van de nieuwe werkgever of sector, ofwel in de met dat pensioenplan verbonden onthaalstructuur. U beschikt meestal niet over de keuze;
  3. naar een bijzonder individueel verzekeringscontract.

Na uw uitdiensttreding kan u op ieder moment beslissen om uw pensioenreserve over te dragen, ook als u er eerst voor hebt gekozen om uw reserve in het pensioenplan te laten. Meer informatie.

 

Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

  • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

en/of

  • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info

Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

  • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
  • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

Werknemers: Meer info

Een onthaalstructuur is een verzekeringsovereenkomst of een bijzonder reglement beheerd door een pensioenfonds dat specifiek bestemd is voor het beheer van verworven reserves van aangeslotenen die uit dienst zijn getreden. Na de uitdiensttreding kan een aangeslotene ervoor kiezen om zijn reserves niet in het pensioenplan te laten, maar over te dragen naar de onthaalstructuur.

Werknemers: Meer info

Een pensioenfonds is een instelling die wordt opgericht door één of meerdere ondernemingen of bedrijfssectoren met als doel het beheer van hun aanvullende pensioenplannen. De raad van bestuur van deze instelling bestaat voor het merendeel uit vertegenwoordigers van deze onderneming(en) of bedrijfssector(en) en soms ook vertegenwoordigers van de aangeslotenen. Op die manier hebben de oprichtende onderneming(en) of sector(en) rechtstreeks inspraak in het beheer van hun aanvullend pensioenplan en de manier waarop de bijdragen worden belegd.

Een pensioenfonds wordt ook instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of IBP genoemd.

Werknemers: Meer info

Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

Werknemers: Meer info

In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

Werknemers: Meer info

Het pensioenreglement beschrijft de spelregels van het aanvullend pensioenplan.

Het pensioenreglement kan worden opgevraagd bij de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of bij de pensioeninstelling. Op de jaarlijkse pensioenfiche wordt vermeld bij wie men hiervoor terecht kan. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website www.mypension.be.

Werknemers: Meer info

Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

Voorbeeld:

U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

Werknemers: Meer info

Nadat een aangeslotene uit dienst is getreden (vb. wegens ontslag of brugpensioen) ontvangt hij van de pensioeninstelling een uittredingsfiche met informatie over de stand van zijn aanvullende pensioenrechten en wat hij hiermee kan doen.

Werknemers: Meer info

De verworven prestatie is het aanvullend pensioen dat op de pensioenleeftijd zal worden uitbetaald, rekening houdend met het aantal loopbaanjaren dat de aangeslotene op een bepaald ogenblik al 'op de teller' heeft.

Werknemers: Meer info

  • U kan uw reserve overdragen naar de onthaalstructuur van uw voormalige werkgever of sector

    Een onthaalstructuur is een verzekeringsovereenkomst - of een bijzonder reglement binnen een pensioenfonds - onderschreven door de inrichter van een pensioenplan (de werkgever of sectorale inrichter), die specifiek is bestemd voor het beheer van pensioenreserves van aangeslotenen die uit dienst zijn getreden en die hun pensioenreserves willen overdragen.

    Een onthaalstructuur kan zich richten tot:

    1. de voormalige werknemers van de onderneming of de sector;  
    2. de nieuwe werknemers binnen de onderneming of sector die hun elders opgebouwde pensioenreserve wensen over te dragen naar de pensioeninstelling van hun nieuwe werkgever of sector. 

    Hieronder hebben we het over de eerste situatie. Meer informatie over de tweede situatie – de overdracht naar de onthaalstructuur van uw nieuwe werkgever of sector.

    Niet alle pensioenplannen beschikken over een onthaalstructuur. Het aanbieden van een onthaalstructuur is niet verplicht.

    De overdracht van de reserve naar de onthaalstructuur is steeds een vrije keuze van de werknemer en kan niet worden verplicht.

    Welke gevolgen heeft een overdracht?

    Hoewel de onthaalstructuur is verbonden met het pensioenplan van uw voormalige werkgever of sector, is het een afzonderlijke structuur met eigen voorwaarden en bepalingen, los van het oorspronkelijke pensioenplan. Wanneer u beslist om uw pensioenreserve over te dragen naar de onthaalstructuur, stapt u dus uit het pensioenplan. Uw pensioenreserve zal na de overdracht verder evolueren volgens de regels van de onthaalstructuur en niet langer volgens de regels van het oorspronkelijke pensioenplan. Dit betekent onder meer dat:

    • de verworven prestatie, die u terugvindt op uw uittredingsfiche, niet langer wordt gegarandeerd;
    • de wettelijke rendementsgarantie niet langer van toepassing is op de reserves die u overdraagt naar de onthaalstructuur;
    • de rendementen die mogelijk werden gewaarborgd door de pensioeninstelling in het kader van het oorspronkelijke pensioenplan na de overdracht niet meer van toepassing zijn.

    Wat zal ik krijgen wanneer ik met pensioen ga?

    Wat u zal krijgen op het ogenblik van uw pensionering hangt af van twee factoren:

    • de formule waarvoor u kiest

      In het kader van een onthaalstructuur worden vaak verschillende formules aangeboden, waarbij u binnen zekere perken zelf kan bepalen hoe u uw pensioenreserve verdeelt over de financiering van het aanvullend pensioen, enerzijds, en een overlijdensdekking, anderzijds. Het pensioenreglement van uw voormalige werkgever of sector beschrijft de verschillende formules waartussen u kan kiezen.

      Wanneer u kiest voor een formule met een (hogere) overlijdensdekking, dan zal er een groter deel van uw pensioenreserve worden gebruikt voor de financiering van die overlijdensdekking en zal er minder overblijven voor de financiering van uw aanvullend pensioen. Uw aanvullend pensioen zal dan ook lager uitvallen dan wanneer u kiest voor een formule met een beperktere overlijdensdekking of zonder overlijdensdekking.

    • het (gewaarborgd) rendement

      Uw pensioenreserve zal na de overdracht verder evolueren volgens de regels van de onthaalstructuur. U doet er dus goed aan om u op voorhand te informeren over de contractuele voorwaarden van de onthaalstructuur. Veel onthaalstructuren nemen de vorm van een verzekeringsovereenkomst met gewaarborgd rendement (tak 21). De wet legt geen minimumrendement vast voor de onthaalstructuur. De rendementen die verzekeringsondernemingen vandaag de dag waarborgen, zullen vaak lager liggen dan het rendement waarop u recht zou hebben, indien u uw pensioenreserve in het pensioenplan van uw voormalige werkgever of sector zou laten. De kans is dan ook reëel dat uw aanvullend pensioen een stuk lager zal uitvallen wanneer u uw pensioenreserves overdraagt naar de onthaalstructuur. Dit zal des te meer het geval zijn naarmate u binnen de onthaalstructuur opteert voor een (hogere) overlijdensdekking. 

    Sommige pensioeninstellingen vermelden op de uittredingsfiche uitdrukkelijk het bedrag (of de bedragen, indien er meerdere formules worden aangeboden) dat u bij pensionering vanuit de onthaalstructuur zou krijgen. Wanneer u dit bedrag vergelijkt met de verworven prestatie – dat is het bedrag waarop u recht heeft wanneer u uw pensioenreserve in het pensioenplan laat zonder wijziging van de pensioentoezegging – kan u onmiddellijk vaststellen welke impact de overdracht naar de onthaalstructuur heeft op uw toekomstig aanvullend pensioen.
    Vaak vermeldt de uittredingsfiche echter niet uitdrukkelijk wat u bij pensionering vanuit de onthaalstructuur zal ontvangen. In dat geval moet u contact opnemen met de pensioeninstelling om dit bedrag (of deze bedragen) te kennen. 

    Om na te gaan welke impact de overdracht naar de onthaalstructuur heeft op uw later aanvullend pensioen, moet u de verworven prestatie die vermeld wordt op uw uittredingsfiche vergelijken met de bedragen die u bij pensionering vanuit de onthaalstructuur zou ontvangen. Wanneer deze laatste bedragen niet uitdrukkelijk op de uittredingsfiche worden vermeld, vraagt u hier best naar bij de pensioeninstelling. Zonder deze bedragen is het onmogelijk om een correcte vergelijking te maken.

    Wat krijgen mijn nabestaanden wanneer ik overlijd?

    U kan in het kader van een onthaalstructuur vaak kiezen uit verschillende formules, met een verschillende verhouding tussen pensioen en overlijden.

    Vaak voorkomende formules zijn:

    • uitsluitend pensioenopbouw, zonder overlijdensdekking. De pensioenreserve groeit verder aan, maar wanneer u overlijdt, ontvangen uw nabestaanden niets (dit wordt in het jargon uitgesteld kapitaal zonder tegenverzekering genoemd, afgekort UKZT);
    • terugbetaling van de pensioenreserve bij overlijden. De pensioenreserve groeit verder aan. Wanneer u overlijdt, wordt de op dat ogenblik gevormde pensioenreserve uitbetaald aan uw nabestaanden (dit wordt in het jargon uitgesteld kapitaal met terugbetaling van de reserves genoemd, afgekort UKMR);
    • overlijdenskapitaal gelijk aan het pensioenkapitaal. De pensioenreserve groeit verder aan. Bij overlijden ontvangen uw nabestaanden een kapitaal gelijk aan het pensioenkapitaal dat u zou hebben ontvangen op het ogenblik van uw pensionering (dit wordt in het jargon een gemengde verzekering 10/10 genoemd);

    Aangezien de onthaalstructuur u toelaat te kiezen voor een overlijdensdekking, kan de overdracht naar de onthaalstructuur interessant zijn wanneer de overlijdensdekking binnen het oorspronkelijke pensioenplan na uw uitdiensttreding wegvalt.

    Hou er wel rekening mee dat de overlijdensdekking wordt gefinancierd vanuit uw pensioenreserve en dat een hogere overlijdensdekking noodzakelijkerwijs zal leiden tot een lager aanvullend pensioen.  

    Wanneer u nà 1 januari 2016 uit dienst bent getreden, kan u er ook voor kiezen om uw pensioenreserve in het pensioenplan te laten met een overlijdensdekking die overeenstemt met de verworven reserve. Wanneer u daarvoor kiest, worden uw opgebouwde pensioenreserves in geval van overlijden uitbetaald aan uw nabestaanden. Is het u enkel te doen om uw pensioenreserves te beschermen en bent u niet geïnteresseerd in een hogere overlijdensdekking, dan zal die mogelijkheid wellicht interessanter zijn voor u dan een overdracht van uw reserves. U blijft dan immers aangesloten bij het oorspronkelijke pensioenplan en alle waarborgen en garanties in het kader van dat pensioenplan blijven van kracht. Meer informatie. Neemt u geen genoegen met alleen de terugbetaling van uw pensioenreserve bij overlijden en wil u een hogere overlijdensdekking, dan zal u uw reserves moeten overdragen en kan de onthaalstructuur een oplossing bieden.

    De voor- en nadelen van de onthaalstructuur 

    Voordelen 
    • In de onthaalstructuur sluit u eigenlijk een nieuwe overeenkomst: hierdoor kan u een andere formule kiezen die mogelijk beter bij u past. De keuzemogelijkheden worden in het pensioenreglement beschreven.
    • U kan kiezen voor een overlijdensdekking. Een overlijdensdekking zorgt ervoor dat uw nabestaanden een kapitaal of rente ontvangen als u zou overlijden vóór uw pensionering.
    Nadelen
    • De overlijdensdekking wordt gefinancierd vanuit uw pensioenreserve. Een (hogere) overlijdensdekking zal noodzakelijkerwijs leiden tot een lager aanvullend pensioen.
    • Door de overdracht van uw pensioenreserve naar de onthaalstructuur, stapt u uit het pensioenplan en verliest u de daarmee samenhangende garanties, zoals de wettelijke rendementsgarantie en de verworven prestatie.
    • U heeft niet langer recht op het gewaarborgd rendement dat gold in het oorspronkelijk pensioenplan: het gewaarborgd rendement van de onthaalstructuur is van toepassing. Dit zal in veel gevallen lager zijn.

    Personen die zijn aangesloten bij een aanvullend pensioenplan worden aangeslotenen genoemd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

    • actieve aangeslotenen: dit zijn personen die nog in dienst zijn:

      • van de werkgever die voor hen een aanvullend pensioen opbouwt;
      • of binnen de bedrijfssector waarvoor het pensioenplan geldt;
    • slapers: dit zijn personen die niet meer in dienst zijn binnen de onderneming of bedrijfssector, maar hun reserves in het pensioenplan achterlaten;
    • rentegenieters: dit zijn personen die met pensioen zijn en waarvan het aanvullend pensioen in de vorm van een rente wordt uitbetaald.

    Werknemers: Meer info.

    Het aanvullend pensioen is een pensioen dat door een werkgever (of een bedrijfssector) wordt opgebouwd voor zijn werknemers. Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen en kan de vorm aannemen van een eenmalig kapitaal of een periodieke (maandelijkse, jaarlijkse,...) rente.

    De aanvullende pensioenen worden ook wel de 'tweede pensioenpijler' genoemd.

    Werknemers: Meer info

    Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

    • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
    • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

    Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

    Werknemers: Meer info

    De uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een eenmalig kapitaal betekent dat het volledige opgebouwde bedrag in één keer wordt uitbetaald.

    Dit in tegenstelling tot de uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een rente, waarbij het opgebouwde bedrag gespreid in de tijd wordt uitbetaald: er wordt dan maandelijks of jaarlijks een deel uitbetaald, meestal zolang de begunstigde in leven is.

    Werknemers: Meer info

    Een onthaalstructuur is een verzekeringsovereenkomst of een bijzonder reglement beheerd door een pensioenfonds dat specifiek bestemd is voor het beheer van verworven reserves van aangeslotenen die uit dienst zijn getreden. Na de uitdiensttreding kan een aangeslotene ervoor kiezen om zijn reserves niet in het pensioenplan te laten, maar over te dragen naar de onthaalstructuur.

    Werknemers: Meer info

    Een overlijdensdekking zorgt ervoor dat wanneer een werknemer sterft, zijn partner, kinderen of mogelijk nog andere begunstigden een kapitaal of een rente uitbetaald krijgen.

    Werknemers: Meer info

    Een pensioenfonds is een instelling die wordt opgericht door één of meerdere ondernemingen of bedrijfssectoren met als doel het beheer van hun aanvullende pensioenplannen. De raad van bestuur van deze instelling bestaat voor het merendeel uit vertegenwoordigers van deze onderneming(en) of bedrijfssector(en) en soms ook vertegenwoordigers van de aangeslotenen. Op die manier hebben de oprichtende onderneming(en) of sector(en) rechtstreeks inspraak in het beheer van hun aanvullend pensioenplan en de manier waarop de bijdragen worden belegd.

    Een pensioenfonds wordt ook instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of IBP genoemd.

    Werknemers: Meer info

    Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

    Werknemers: Meer info

    In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

    Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

    Werknemers: Meer info

    Het pensioenreglement beschrijft de spelregels van het aanvullend pensioenplan.

    Het pensioenreglement kan worden opgevraagd bij de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of bij de pensioeninstelling. Op de jaarlijkse pensioenfiche wordt vermeld bij wie men hiervoor terecht kan. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website www.mypension.be.

    Werknemers: Meer info

    Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

    Voorbeeld:

    U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

    Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

    Werknemers: Meer info

    De uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een rente betekent dat het opgebouwde bedrag gespreid in de tijd wordt uitbetaald. Er wordt maandelijks of jaarlijks een deel uitbetaald, meestal zolang de begunstigde in leven is.

    Dit in tegenstelling tot de uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een eenmalig kapitaal, waarbij het volledige bedrag in één keer wordt uitbetaald.

    Werknemers: Meer info

    Nadat een aangeslotene uit dienst is getreden (vb. wegens ontslag of brugpensioen) ontvangt hij van de pensioeninstelling een uittredingsfiche met informatie over de stand van zijn aanvullende pensioenrechten en wat hij hiermee kan doen.

    Werknemers: Meer info

    De verworven prestatie is het aanvullend pensioen dat op de pensioenleeftijd zal worden uitbetaald, rekening houdend met het aantal loopbaanjaren dat de aangeslotene op een bepaald ogenblik al 'op de teller' heeft.

    Werknemers: Meer info

  • U kan uw reserve overdragen naar de pensioeninstelling van uw nieuwe werkgever

    Als u aan de slag gaat bij een nieuwe werkgever en daar wordt aangesloten bij het pensioenplan van de onderneming of van de bedrijfssector, dan kan u uw pensioenreserve overdragen naar de pensioeninstelling die dat nieuwe pensioenplan beheert. De nieuwe inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of zijn pensioeninstelling mogen de overdracht van uw pensioenreserve niet weigeren. Ze mogen er ook geen kosten voor aanrekenen.

    Het pensioenreglement van uw nieuwe werkgever (of sector) bepaalt wat er met uw pensioenreserve gebeurt: ofwel wordt deze ondergebracht in het eigen pensioenplan van de nieuwe werkgever of sector, ofwel in de met dat pensioenplan verbonden onthaalstructuur. U beschikt meestal niet over de keuze.

    Bestaat er in de onderneming of de sector van uw nieuwe werkgever geen pensioenplan of voldoet u niet aan de voorwaarden om te worden aangesloten, dan kan u uw reserve niet overdragen naar de pensioeninstelling van uw nieuwe werkgever. Wel kan u uw reserve overdragen naar de andere mogelijkheden. Daarnaast is het mogelijk om onder bepaalde voorwaarden zelf uw aanvullend pensioen verder op te bouwen. Meer informatie. 

    Wanneer u wordt aangeworven door een werkgever in het buitenland en wordt aangesloten bij diens aanvullend pensioenplan, dan kan u uw pensioenreserve naar de pensioeninstelling van uw nieuwe werkgever overdragen. In tegenstelling tot een werkgever in België, is de buitenlandse werkgever of diens pensioeninstelling echter niet verplicht om de overdracht van uw reserve te aanvaarden.

    Het aanvullend pensioen is een pensioen dat door een werkgever (of een bedrijfssector) wordt opgebouwd voor zijn werknemers. Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen en kan de vorm aannemen van een eenmalig kapitaal of een periodieke (maandelijkse, jaarlijkse,...) rente.

    De aanvullende pensioenen worden ook wel de 'tweede pensioenpijler' genoemd.

    Werknemers: Meer info

    Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

    • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
    • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

    Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

    Werknemers: Meer info

    Een onthaalstructuur is een verzekeringsovereenkomst of een bijzonder reglement beheerd door een pensioenfonds dat specifiek bestemd is voor het beheer van verworven reserves van aangeslotenen die uit dienst zijn getreden. Na de uitdiensttreding kan een aangeslotene ervoor kiezen om zijn reserves niet in het pensioenplan te laten, maar over te dragen naar de onthaalstructuur.

    Werknemers: Meer info

    Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

    Werknemers: Meer info

    In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

    Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

    Werknemers: Meer info

    Het pensioenreglement beschrijft de spelregels van het aanvullend pensioenplan.

    Het pensioenreglement kan worden opgevraagd bij de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of bij de pensioeninstelling. Op de jaarlijkse pensioenfiche wordt vermeld bij wie men hiervoor terecht kan. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website www.mypension.be.

    Werknemers: Meer info

  • U kan uw reserve overdragen naar een bijzonder individueel verzekeringscontract

    Misschien wenst u uw aanvullende pensioenreserve te beheren zonder band met het pensioenplan van uw vroegere of uw nieuwe werkgever (of sector). In dat geval laat de wet toe om uw pensioenreserve over te dragen naar een individueel levensverzekeringscontract, dat u daartoe kan afsluiten bij een verzekeringsonderneming. Niet om het even welk verzekeringscontract komt echter in aanmerking. Het gaat om een specifiek type van verzekeringscontracten, waarvoor bijzondere regels gelden en die enkel mogen worden aangeboden door verzekeringsondernemingen die daartoe over een bijzondere erkenning beschikken.

    Welke contracten komen in aanmerking? Wie mag dergelijke contracten aanbieden? 

    • Enkel verzekeringsondernemingen die over een bijzondere erkenning beschikken, mogen dit type contracten aanbieden. U kan de lijst van deze verzekeringsondernemingen hier raadplegen;
    • De verzekeringsondernemingen die deze contracten aanbieden, zijn verplicht om de volledige winst die zij in het kader van deze overeenkomsten realiseren te verdelen onder de aangeslotenen;
    • Enkel verzekeringsovereenkomsten met een gewaarborgd rendement (tak 21) komen in aanmerking;
    • De betrokken verzekeringsonderneming is verplicht om uw pensioenreserve te aanvaarden. Wanneer u een overlijdensdekking wenst die meer bedraagt dan 60 % van het latere aanvullend pensioen, dan mag de verzekeringsonderneming de aanvaarding van die hogere overlijdensdekking wel afhankelijk maken van een geneeskundig onderzoek;
    • De kosten die de verzekeringsondernemingen mogen aanrekenen, zijn wettelijk begrensd:
      • Wanneer er een kost wordt afgehouden van de bijdragen, dan mag deze niet meer bedragen dan 5 % van de bijdragen. Dit geldt ook voor de kosten die bij de overdracht worden afgehouden van uw pensioenreserve;
      • De jaarlijkse beheersvergoeding mag niet meer bedragen dan 0,1 % van de pensioenreserve en 0,05 % van het kapitaal dat is verzekerd in geval van overlijden.

    Het is niet mogelijk om uw aanvullende pensioenreserve op een spaarrekening te plaatsen of samen te voegen met het bedrag dat u al heeft opgebouwd in het kader van pensioensparen (derde pijler).

    Welke gevolgen heeft een overdracht? 

    Wanneer u beslist om uw pensioenreserve over te dragen naar een individueel verzekeringscontract, stapt u uit het pensioenplan van uw voormalige werkgever of sector. Uw pensioenreserve zal na de overdracht verder evolueren volgens de regels van het nieuwe verzekeringscontract en niet langer volgens de regels van het oorspronkelijke pensioenplan. Dit betekent onder meer dat:

    • de verworven prestatie, die u terugvindt op uw uittredingsfiche, niet langer wordt gegarandeerd;
    • de wettelijke rendementsgarantie niet langer van toepassing is op de reserve die u overdraagt naar het nieuwe verzekeringscontract;
    • de rendementen die mogelijk werden gewaarborgd door de pensioeninstelling in het kader van het oorspronkelijke pensioenplan na de overdracht niet meer van toepassing zijn. 

    Wat zal ik krijgen wanneer ik met pensioen ga?

    Wat u zal krijgen op het ogenblik van uw pensionering hangt af van twee factoren: 

    • de formule waarvoor u kiest

      Verzekeringsondernemingen bieden doorgaans verschillende formules aan. Daarbij kan u binnen zekere perken zelf bepalen hoe u uw pensioenreserve verdeelt over de financiering van het aanvullend pensioen enerzijds en een overlijdensdekking anderzijds.

      Wanneer u kiest voor een formule met een (hogere) overlijdensdekking, zal er een groter deel van uw pensioenreserve worden gebruikt voor de financiering van die overlijdensdekking en zal er minder overblijven voor de financiering van uw aanvullend pensioen. Uw aanvullend pensioen zal dan ook lager uitvallen dan wanneer u kiest voor een formule met een beperktere overlijdensdekking of zonder overlijdensdekking. 

    • het (gewaarborgd) rendement

      Uw pensioenreserve zal na de overdracht verder evolueren volgens de regels van het nieuwe contract. U doet er dus goed aan om u op voorhand te informeren over de contractuele voorwaarden. De verzekeringsovereenkomsten die u in dit kader kan afsluiten, zijn altijd verzekeringsovereenkomsten met gewaarborgd rendement (tak 21). De wet legt wel geen minimumrendement vast. Dit kan van onderneming tot onderneming verschillen. De rendementen die verzekeringsondernemingen vandaag de dag waarborgen, liggen vaak lager dan het rendement waarop u recht zou hebben, indien u uw pensioenreserve in het pensioenplan van uw voormalige werkgever of sector zou laten. De kans is dan ook reëel dat uw aanvullend pensioen een stuk lager zal uitvallen, wanneer u uw pensioenreserve overdraagt naar een individueel verzekeringscontract. Dit zal des te meer het geval zijn naarmate u opteert voor een (hogere) overlijdensdekking.

    Wanneer u wil weten wat de overdracht naar een individueel verzekeringscontract concreet voor u zou betekenen, moet u contact opnemen met de verzekeringsonderneming waarnaar u een overdracht overweegt. Wanneer u het bedrag van uw pensioenreserve meedeelt, kan deze verzekeringsonderneming berekenen welk aanvullend pensioen u later zal ontvangen, rekening houdend met de formule waarvoor u kiest. Dit bedrag (of die bedragen wanneer er meerdere formules worden aangeboden) moet u vergelijken met de verworven prestatie die u terugvindt op de uittredingsfiche. De verworven prestatie is het bedrag waarop u recht heeft, wanneer u uw pensioenreserve in het pensioenplan van uw voormalige werkgever of sector zou laten zonder wijziging van de pensioentoezegging.

    Om na te gaan welke impact de overdracht naar een individueel verzekeringscontract heeft op uw later aanvullend pensioen, moet u de verworven prestatie, die vermeld wordt op uw uittredingsfiche, vergelijken met de bedragen die u bij pensionering zou krijgen op basis van het nieuwe verzekeringscontract. Vraag daarom op voorhand aan de verzekeringsonderneming om te berekenen op welk bedrag (of welke bedragen, wanneer er meerdere formules zijn) u recht zou hebben. Zonder deze bedragen is het onmogelijk om een correcte vergelijking te maken.

    Wat krijgen mijn nabestaanden wanneer ik overlijd?

    U kan doorgaans kiezen uit verschillende formules, met een verschillende verhouding tussen pensioen en overlijden.

    Vaak voorkomende formules zijn:

    • uitsluitend pensioenopbouw, zonder overlijdensdekking. De pensioenreserve groeit verder aan, maar wanneer u overlijdt, ontvangen uw nabestaanden niets (dit wordt in het jargon uitgesteld kapitaal zonder tegenverzekering genoemd, afgekort UKZT);
    • terugbetaling van de pensioenreserve bij overlijden. De pensioenreserve groeit verder aan. Wanneer u overlijdt, wordt de op dat ogenblik gevormde pensioenreserve uitbetaald aan uw nabestaanden (dit wordt in het jargon uitgesteld kapitaal met terugbetaling van de reserves genoemd, afgekort UKMR);
    • overlijdenskapitaal gelijk aan het pensioenkapitaal. De pensioenreserve groeit verder aan. Bij overlijden ontvangen uw nabestaanden een kapitaal gelijk aan het pensioenkapitaal dat u zou hebben ontvangen op het ogenblik van uw pensionering (dit wordt in het jargon een gemengde verzekering 10/10 genoemd);

    Aangezien u kan kiezen voor een overlijdensdekking, kan de overdracht naar een individueel verzekeringscontract interessant zijn wanneer de overlijdensdekking binnen het oorspronkelijke pensioenplan wegvalt na uw uitdiensttreding.

    Hou er rekening mee dat de overlijdensdekking wordt gefinancierd vanuit uw pensioenreserve en dat een (hogere) overlijdensdekking noodzakelijkerwijs zal leiden tot een lager aanvullend pensioen. 

    Wanneer u nà 1 januari 2016 uit dienst bent getreden, kan u er ook voor kiezen om uw pensioenreserve in het pensioenplan te laten met een overlijdensdekking die overeenstemt met de verworven reserve. Wanneer u daarvoor kiest, worden uw opgebouwde pensioenreserves in geval van overlijden uitbetaald aan uw nabestaanden. Is het u enkel te doen om uw pensioenreserves te beschermen en bent u niet geïnteresseerd in een hogere overlijdensdekking, dan zal die mogelijkheid wellicht interessanter zijn voor u dan een overdracht van uw reserves. U blijft dan immers aangesloten bij het oorspronkelijke pensioenplan en alle waarborgen en garanties in het kader van dat pensioenplan blijven van kracht. Meer informatie. Neemt u geen genoegen met alleen de terugbetaling van uw pensioenreserve bij overlijden en wil u een hogere overlijdensdekking, dan zal u uw reserves moeten overdragen en kan een individueel verzekeringscontract een oplossing bieden.

    De voor- en nadelen van een overdracht naar een bijzonder individueel verzekeringscontract:

    Voordelen 
    • U sluit een nieuwe verzekeringsovereenkomst: hierdoor kan u een andere verzekeringsformule kiezen die mogelijk bij u past.
    • U kan kiezen voor een overlijdensdekking en zelf tot op zekere hoogte de omvang daarvan bepalen. Een overlijdensdekking zorgt ervoor dat uw nabestaanden een kapitaal of rente ontvangen als u zou overlijden vóór uw pensionering.
    • De overdracht naar een individueel verzekeringscontract laat u toe om uw pensioenreserves te centraliseren.
    • De verzekeringsonderneming moet een kostenbeperking respecteren en is verplicht de volledige winst te verdelen onder de aangeslotenen.
    Nadelen
    • De overlijdensdekking wordt gefinancierd vanuit uw pensioenreserve. Een (hogere) overlijdensdekking zal noodzakelijkerwijs leiden tot een lager aanvullend pensioen.
    • Door de overdracht van uw pensioenreserve naar een individueel verzekeringscontract, stapt u uit het pensioenplan en verliest u de daarmee samenhangende garanties, zoals de wettelijke rendementsgarantie.
    • U heeft niet langer recht op het gewaarborgd rendement dat gold in het oorspronkelijk pensioenplan: het gewaarborgd rendement van het individueel verzekeringscontract is van toepassing. Dit zal in veel gevallen lager zijn.

    Personen die zijn aangesloten bij een aanvullend pensioenplan worden aangeslotenen genoemd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

    • actieve aangeslotenen: dit zijn personen die nog in dienst zijn:

      • van de werkgever die voor hen een aanvullend pensioen opbouwt;
      • of binnen de bedrijfssector waarvoor het pensioenplan geldt;
    • slapers: dit zijn personen die niet meer in dienst zijn binnen de onderneming of bedrijfssector, maar hun reserves in het pensioenplan achterlaten;
    • rentegenieters: dit zijn personen die met pensioen zijn en waarvan het aanvullend pensioen in de vorm van een rente wordt uitbetaald.

    Werknemers: Meer info.

    Het aanvullend pensioen is een pensioen dat door een werkgever (of een bedrijfssector) wordt opgebouwd voor zijn werknemers. Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen en kan de vorm aannemen van een eenmalig kapitaal of een periodieke (maandelijkse, jaarlijkse,...) rente.

    De aanvullende pensioenen worden ook wel de 'tweede pensioenpijler' genoemd.

    Werknemers: Meer info

    Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

    • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

    en/of

    • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

    Werknemers: Meer info

    De uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een eenmalig kapitaal betekent dat het volledige opgebouwde bedrag in één keer wordt uitbetaald.

    Dit in tegenstelling tot de uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een rente, waarbij het opgebouwde bedrag gespreid in de tijd wordt uitbetaald: er wordt dan maandelijks of jaarlijks een deel uitbetaald, meestal zolang de begunstigde in leven is.

    Werknemers: Meer info

    Een overlijdensdekking zorgt ervoor dat wanneer een werknemer sterft, zijn partner, kinderen of mogelijk nog andere begunstigden een kapitaal of een rente uitbetaald krijgen.

    Werknemers: Meer info

    Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

    Werknemers: Meer info

    In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

    Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

    Werknemers: Meer info

    Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

    Voorbeeld:

    U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

    Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

    Werknemers: Meer info

    De uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een rente betekent dat het opgebouwde bedrag gespreid in de tijd wordt uitbetaald. Er wordt maandelijks of jaarlijks een deel uitbetaald, meestal zolang de begunstigde in leven is.

    Dit in tegenstelling tot de uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een eenmalig kapitaal, waarbij het volledige bedrag in één keer wordt uitbetaald.

    Werknemers: Meer info

    Nadat een aangeslotene uit dienst is getreden (vb. wegens ontslag of brugpensioen) ontvangt hij van de pensioeninstelling een uittredingsfiche met informatie over de stand van zijn aanvullende pensioenrechten en wat hij hiermee kan doen.

    Werknemers: Meer info

    De verworven prestatie is het aanvullend pensioen dat op de pensioenleeftijd zal worden uitbetaald, rekening houdend met het aantal loopbaanjaren dat de aangeslotene op een bepaald ogenblik al 'op de teller' heeft.

    Werknemers: Meer info