Professionelen

Regels over de vergunning als alternatieve-financieringsplatform

  • A.1. Wat zijn de wettelijke vereisten om een vergunning als alternatieve-financieringsplatform te krijgen?

    Om een vergunning te krijgen als alternatieve-financieringsplatform moet een onderneming aan de volgende voorwaarden voldoen:

    Een alternatieve-financieringsplatform is een onderneming

    • die geen gereglementeerde onderneming is
    • en die bij wijze van gewone professionele activiteit alternatieve-financieringsdiensten verstrekt op Belgisch grondgebied, ook als dat niet haar hoofdactiviteit is.
  • A.2. Wat zijn de wettelijke vereisten om een vergunning als alternatieve-financieringsplatform te behouden?

    Algemene principes

    Zodra een alternatieve-financieringsplatform een vergunning heeft gekregen, moet het aan de wettelijke vereisten blijven voldoen om zijn vergunning te behouden. Doet het dat niet, dan kan de FSMA zijn vergunning intrekken.

    Alternatieve-financieringsplatformen moeten daarom

    Verboden activiteiten: alternatieve-financieringsplatformen mogen geen...

    • beleggingsdiensten verstrekken aan cliënten, behalve beleggingsadvies en ontvangen en doorgeven van orders, en enkel met betrekking tot effecten en deelbewijzen van startersfondsen;
    • geld of financiële producten aanhouden die toebehoren aan hun cliënten
    • debiteurenpositie hebben tegenover cliënten;
    • volmacht op een cliëntenrekening hebben.

    Toegelaten activiteiten: alternatieve-financieringsplatformen mogen...

    • beleggingsadvies gegeven en orders ontvangen en doorgeven, onder volgende voorwaarden:
      • het platform moet de MiFID-gedragsregels naleven;
      • het verstrekt alleen beleggingsdiensten over effecten en deelbewijzen van startersfondsen;
      • het geeft orders alleen door aan gereglementeerde ondernemingen die in België gevestigd zijn of er op regelmatige wijze diensten verstrekken;
    • hun diensten buiten België verlenen, mits voorafgaande goedkeuring van de FSMA en mits ze de lokale wetgeving naleven (er is geen Europees paspoort voor crowdfundingplatformen);
    • andere professionele activiteiten ontwikkelen, voor zover
      • er geen belangenconflict bestaat tussen de hoofdactiviteit van het platform en de bijkomende professionele activiteiten;
      • er geen reputatierisico voor het platform mee gepaard gaat;
      • het platform niet verwijst naar zijn status als alternatieve-financieringsplatform, tenzij het er enkel om gaat zijn bestaan bij het publiek bekend te maken.

    Een alternatieve-financieringsplatform is een onderneming

    • die geen gereglementeerde onderneming is
    • en die bij wijze van gewone professionele activiteit alternatieve-financieringsdiensten verstrekt op Belgisch grondgebied, ook als dat niet haar hoofdactiviteit is.

    Er is sprake van beleggingsadvies als er (b) gepersonaliseerde (a) aanbevelingen worden verstrekt aan een cliënt, hetzij op diens verzoek, hetzij op initiatief van de dienstverlener, met betrekking tot één of meer (c) verrichtingen die betrekking hebben op (d) financiële instrumenten.

    Om te kunnen spreken van beleggingsadvies moeten er dus verschillende elementen aanwezig zijn:

    (a) de dienstverlener geeft een aanbeveling

    Een aanbeveling bevat een oordeel van de adviesverlener over de te ondernemen acties die worden voorgesteld als in het belang van de belegger. Louter algemene informatie verstrekken, zonder verdere toelichting of enig waardeoordeel over het nut ervan voor de beslissingen die de belegger kan nemen, wordt niet beschouwd als een aanbeveling.

    (b) de aanbeveling is gepersonaliseerd

    Een aanbeveling is gepersonaliseerd als zij wordt voorgesteld als specifiek afgestemd op de betrokken cliënt of als zij gebaseerd is op een analyse van zijn persoonlijke situatie. Als de dienstverlener informatie inwint over zijn cliënt alvorens hem een belegging aan te bevelen, mag de cliënt redelijkerwijs verwachten dat de informatie die hij verstrekt heeft, is aangewend om de aanbeveling af te stemmen op zijn situatie. In een dergelijk geval is de aanbeveling dus altijd gepersonaliseerd aangezien zij gebaseerd is of zou moeten zijn, op de persoonlijke situatie van de cliënt.

    (c) de aanbeveling heeft betrekking op een of meer verrichtingen

    Er is sprake van een 'verrichting' als een bepaald financieel instrument wordt gekocht, verkocht, geruild, te gelde gemaakt, gehouden, overgenomen of als erop ingetekend wordt. Hieronder valt eveneens het al dan niet uitoefenen van het door een bepaald financieel instrument verleende recht om een financieel instrument te kopen, te verkopen, te ruilen, te gelde te maken of om erop in te tekenen.

    (d) de aangeraden verrichting heeft betrekking op financiële instrumenten

    Er is enkel sprake van beleggingsadvies als dit betrekking heeft op financiële instrumenten. Een aanbeveling die betrekking heeft op een beleggingsinstrument dat wettelijk gezien geen financieel instrument is, zoals een niet-verhandelbare gestandaardiseerde lening, wordt dus niet beschouwd als beleggingsadvies.

      Het Europees paspoort laat de VVB toe om hun activiteiten ook in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte ('EER') uit te oefenen, wanneer ze een vergunning hebben gekregen van de FSMA. Er is geen voorafgaande vergunning of inschrijving nodig in de andere lidstaat. De VVB moet aan de FSMA meedelen in welke andere lidstaat zij actief wil zijn. De FSMA moet die andere lidstaat ervan op de hoogte brengen dat de VVB gebruik wil maken van het Europees paspoort. Dit gebeurt via een gestandaardiseerde 'notificatie', waarbij de bevoegde autoriteiten bepaalde basisinformatie over de onderneming uitwisselen.

      Er bestaan twee soorten van Europees paspoort: één voor het vrij verrichten van diensten en één voor de vrijheid van vestiging (bijkantoren).

      Wie op basis van een Europees paspoort actief is in een andere lidstaat, moet zich houden aan de bepalingen van algemeen belang die gelden in deze lidstaat.

    • A.3. Hoeveel kost een vergunning als alternatieve-financieringsplatform?

      Met een vergunning bij de FSMA als alternatieve-financieringsplatform gaan twee types kosten gepaard, die

      • voor het onderzoek van de aanvraag tot vergunning is eenmalig een bedrag van 2.500 EUR verschuldigd, te betalen bij de indiening van de aanvraag tot vergunning;
      • jaarlijks is een bijdrage van 2.500 EUR tot dekking van de toezichtskosten van de FSMA verschuldigd; deze vergoeding is verschuldigd door de ondernemingen die op 1 januari van het boekjaar op de lijst van alternatieve-financieringsplatformen zijn vermeld.

      Deze bedragen zijn bij koninklijk besluit vastgelegd en worden jaarlijks aangepast naar verhouding van de evolutie van de werkingskosten van de FSMA.

      Niet-betaling van de jaarlijkse vergoeding kan tot sancties leiden.

      Een alternatieve-financieringsplatform is een onderneming

      • die geen gereglementeerde onderneming is
      • en die bij wijze van gewone professionele activiteit alternatieve-financieringsdiensten verstrekt op Belgisch grondgebied, ook als dat niet haar hoofdactiviteit is.
    • A.4. Is de Belgische crowdfundingwet van toepassing op alle alternatieve-financieringsdiensten die in België worden verstrekt of aangeboden?

      De Belgische crowdfundingwet is niet van toepassing op ondernemingen die

      • enkel mededelingen verspreiden over aanbiedingen van beleggingsinstrumenten en die geen rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben bij het resultaat van deze aanbiedingen;
      • alternatieve-financieringsdiensten enkel aan de volgende beleggers verstrekken of aanbieden:
        • rechtspersonen;
        • gekwalificeerde beleggers;
        • minder dan 150 personen.

      Wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 20 december 2016.

    • A.5. Is er een gepubliceerde lijst van alternatieve-financieringsplatformen die vergund zijn door de FSMA?

      De FSMA publiceert op haar website een lijst van alle alternatieve-financieringsplatformen die een vergunning hebben gekregen. Ze vermeldt voor elk vergund alternatieve-financieringsplatform:

      • de identificatiegegevens;
      • de datum waarop het platform een vergunning heeft gekregen;
      • de diensten die het platform verstrekt:

      (a) commercialisering van beleggingsinstrumenten;
      (b) beleggingsadvies (beperkt tot effecten en startersfondsen);
      (c) ontvangen en doorgeven van orders (beperkt tot effecten en startersfondsen);

      • bij schorsing of intrekking van de vergunning van het platform: de datum van schorsing of schrapping;
      • elke andere informatie die de FSMA nuttig acht om het publiek correct in te lichten.

      De FSMA publiceert ook een lijst van gereglementeerde onderneming die te kennen hebben gegeven dat ze alternatieve-financieringsdiensten zullen verstrekken, die de informatie bevat die de FSMA nuttig acht om het publiek correct in te lichten.

      Er is sprake van beleggingsadvies als er (b) gepersonaliseerde (a) aanbevelingen worden verstrekt aan een cliënt, hetzij op diens verzoek, hetzij op initiatief van de dienstverlener, met betrekking tot één of meer (c) verrichtingen die betrekking hebben op (d) financiële instrumenten.

      Om te kunnen spreken van beleggingsadvies moeten er dus verschillende elementen aanwezig zijn:

      (a) de dienstverlener geeft een aanbeveling

      Een aanbeveling bevat een oordeel van de adviesverlener over de te ondernemen acties die worden voorgesteld als in het belang van de belegger. Louter algemene informatie verstrekken, zonder verdere toelichting of enig waardeoordeel over het nut ervan voor de beslissingen die de belegger kan nemen, wordt niet beschouwd als een aanbeveling.

      (b) de aanbeveling is gepersonaliseerd

      Een aanbeveling is gepersonaliseerd als zij wordt voorgesteld als specifiek afgestemd op de betrokken cliënt of als zij gebaseerd is op een analyse van zijn persoonlijke situatie. Als de dienstverlener informatie inwint over zijn cliënt alvorens hem een belegging aan te bevelen, mag de cliënt redelijkerwijs verwachten dat de informatie die hij verstrekt heeft, is aangewend om de aanbeveling af te stemmen op zijn situatie. In een dergelijk geval is de aanbeveling dus altijd gepersonaliseerd aangezien zij gebaseerd is of zou moeten zijn, op de persoonlijke situatie van de cliënt.

      (c) de aanbeveling heeft betrekking op een of meer verrichtingen

      Er is sprake van een 'verrichting' als een bepaald financieel instrument wordt gekocht, verkocht, geruild, te gelde gemaakt, gehouden, overgenomen of als erop ingetekend wordt. Hieronder valt eveneens het al dan niet uitoefenen van het door een bepaald financieel instrument verleende recht om een financieel instrument te kopen, te verkopen, te ruilen, te gelde te maken of om erop in te tekenen.

      (d) de aangeraden verrichting heeft betrekking op financiële instrumenten

      Er is enkel sprake van beleggingsadvies als dit betrekking heeft op financiële instrumenten. Een aanbeveling die betrekking heeft op een beleggingsinstrument dat wettelijk gezien geen financieel instrument is, zoals een niet-verhandelbare gestandaardiseerde lening, wordt dus niet beschouwd als beleggingsadvies.

        In de context van de Belgische crowdfundingwet is commercialisering het voorstellen van een beleggingsinstrument, ongeacht de wijze waarop dit gebeurt, om beleggers of potentiële beleggers aan te zetten om het te kopen of erop in te schrijven.

        In de context van de Belgische crowdfundingwet zijn er twee soorten gereglementeerde ondernemingen: 

        • kredietinstellingen, en
        • beleggingsondernemingen.
      • A.6. Is er een overgangsregime voor crowdfundingplatformen die al actief waren voor 1 februari 2017?

        De Belgische crowdfundingwet treedt in werking op 1 februari 2017.

        Ondernemingen die al alternatieve-financieringsdiensten verleenden voor 1 februari 2017 moeten de FSMA daar ten laatste op 31 maart van op de hoogte brengen, door een registratieformulier aan de FSMA te bezorgen.

        Ondernemingen die geen gereglementeerde onderneming zijn zullen een voorlopige vergunning van de FSMA krijgen als ze deze kennisgeving hebben gedaan. Ze moeten ten laatste op 31 mei 2017 een volledig vergunningsdossier indienen. Hun volledige vergunning blijft gelden tot de FSMA over hun definitieve vergunning heeft beslist.

      • A.7. Op welke soorten crowdfundingplatformen houdt de FSMA toezicht?

        Er bestaan verschillende soorten crowdfunding:

        Type
        Wat is dit?
        Wat krijgt u voor uw geld?
        Toezicht door de FSMA?

        Op basis van schenking

        Het publiek geeft geld aan een project of een onderneming. Donoren geven meestal kleine bedragen in ruil voor dankbaarheid en het gevoel dat ze een doel steunen waarin ze geloven.

        dankbaarheid

        nee

        Op basis van beloning in natura

        Het publiek geeft een klein bedrag in ruil voor een beloning in natura (een kunstwerk, een commercieel geschenk...) dat typisch veel minder waard is dan het geschonken bedrag.

        een bescheiden beloning

        nee

        Op basis van investering

        Het publiek investeert in beleggingsinstrumenten uitgegeven door een onderneming.

        een mogelijke opbrengst (verkoop uw aandelen tegen een hogere prijs dan de aankoopprijs; ontvang een dividend; ontvang interest op een lening die u verstrekte), tegen een risico (de aandelen die u kocht, verliezen een deel van hun of zelfs al hun waarde; er wordt geen dividend betaald; de onderneming kan geen interest betalen of kan de hoofdsom niet terugbetalen)

        ja

        De FSMA houdt alleen toezicht op platformen die beleggingsinstrumenten commercialiseren die worden uitgegeven door ondernemingen (ondernemers-emittenten), door vehikels die de belegger toelaten te beleggen in een ondernemer-emittent van zijn keuze (financieringsvehikels) of door startersfondsen.

        In de context van de Belgische crowdfundingwet is een ondernemer-emittent een onderneming die beleggingsinstrumenten uitgeeft en waarvan de hoofdactiviteit één van de volgende is:

        • commerciële activiteit;
        • artisanale activiteit;
        • liberale activiteit; 
        • vastgoedactiviteit;
        • industriële activiteit.
      • A.8. Wat is 'effectieve leiding'?

        Algemene regel

        Alle personen die deelnemen aan de leiding van de onderneming of die er een reële invloed op hebben, behoren tot de effectieve leiding van de onderneming. Deze personen moeten voldoen aan de vereisten die gelden voor effectieve leiders.

        Functies / organen die steeds tot de effectieve leiding behoren

        Sommige functies of organen van de onderneming worden steeds beschouwd als behorend tot de effectieve leiding. Alle personen die deze functies bekleden, moeten voldoen aan de vereisten die gelden voor effectieve leiders.

        Bij de twee meest voorkomende vennootschapsvormen zijn dit:

        Vennootschapsvorm
        Orgaan / functie
        Opmerking

        BVBA

        zaakvoerder

        Het maakt niet uit of de zaakvoerder in de statuten is benoemd of niet, hij behoort steeds tot de effectieve leiding.

        Naamloze vennootschap

        gedelegeerd bestuurder afgevaardigd bestuurder

        Alle gedelegeerd of afgevaardigd bestuurders zijn lid van de effectieve leiding.

        lid van het directiecomité

        Niet alle NV's hebben een directiecomité. Als er een directiecomité is, behoren de leden steeds tot de effectieve leiding.

        Andere effectieve leiders

        Naast de hierboven genoemde functies / organen kunnen nog andere personen behoren tot de effectieve leiding. Het komt aan de onderneming toe om aan te duiden wie de effectieve leiders zijn en om aan te tonen dat zij voldoen aan de vereisten die gelden voor effectieve leiders.

        'Gewone' bestuurders maken niet automatisch deel uit van de effectieve leiding. Dit hangt af van de feitelijke situatie. Als zij daadwerkelijk deelnemen aan de leiding van de onderneming, moeten zij voldoen aan de regels die gelden voor effectieve leiders.

        Directeurs, managers etc. kunnen deel uitmaken van de effectieve leiding. Het is de onderneming die de vraag moet beantwoorden of deze personen daadwerkelijk deelnemen aan de leiding van de onderneming. Hun titel is daarbij niet doorslaggevend.

        Als, bijvoorbeeld bij een inspectie, zou blijken dat de onderneming in werkelijkheid wordt geleid door een persoon die niet is opgegeven als effectieve leider en die niet voldoet aan de voorwaarden voor effectieve leiders, dan voldoet de onderneming niet aan de vergunningsvoorwaarden.

      • A.9. Wat is hoofdbestuur in België?

        Het hoofdbestuur is de plaats waar de onderneming wordt beheerd en waar de beslissingen voor het beheer van de onderneming worden genomen. Op het hoofdbestuur worden ook de documenten ter beschikking van de FSMA gehouden.

        Alternatieve-financieringsplatformen moeten hun hoofdbestuur in België hebben.

      • A.10. Wat is 'passende deskundigheid'?

        De leden van het wettelijk bestuursorgaan en van de effectieve leiding van een alternatieve-financieringsplatform moeten permanent beschikken over de passende deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van hun functie.

        Elke kandidaat-leider moet de noodzakelijke kennis en ervaring hebben van het beheer van ondernemingen en van de activiteiten die het alternatieve-financieringsplatform uitoefent. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar de concrete activiteiten van het platform en naar de materies die onder de directe verantwoordelijkheid van de kandidaat-leider vallen.

        De leiding in haar geheel en elke leider voor wat de materies betreft die onder zijn rechtstreekse verantwoordelijkheid vallen, moeten onafhankelijk de verantwoordelijkheden kunnen dragen die op hun schouders rusten, rekening houdend met het statuut en de concrete activiteiten van het platform. Dit houdt o.a. in dat zij een correct beeld moeten hebben van de Belgische crowdfundingwet en dat ze deze spontaan moet kunnen vertalen naar de organisatie van het platform.

        Concreet gaat de FSMA na of elke kandidaat-leider over de passende deskundigheid beschikt door de analyse van zijn ervaring, die moet blijken uit de vragenlijst die elke kandidaat-leider moet invullen. De FSMA kan ook rekening houden met elke andere relevante informatie waarover zij beschikt.

        Zij kan ook steeds bijkomende vragen stellen.

        Tenslotte kan de FSMA, als zij dit nuttig acht, de kandidaat-leider uitnodigen voor een gesprek.

      • A.11. Wat is 'professionele betrouwbaarheid'?

        Professionele betrouwbaarheid houdt verband met de eerbaarheid en integriteit van een persoon.

        Een persoon wordt als professioneel betrouwbaar beschouwd wanneer geen elementen voorhanden zijn die duiden op het tegendeel en er geen reden is om redelijkerwijze zijn goede reputatie in twijfel te trekken. Het gaat niet om een formele voorwaarde die beperkt is tot de afwezigheid van strafsancties of administratieve sancties. Betrouwbaarheid gaat over de eerlijkheid en de integriteit van de persoon. Zijn of haar beroepsethiek moet onberispelijk zijn.

        De betrouwbaarheid wordt door de FSMA beoordeeld, onder meer aan de hand van het uittreksel uit het strafregister dat niet ouder mag zijn dan 3 maanden en van een vragenlijst. Zij kan steeds bijkomende vragen stellen.

        De FSMA beoordeelt de professionele betrouwbaarheid van alle leden van het wettelijk bestuursorgaan en effectieve leiders van het alternatieve-financieringsplatform.

        De FSMA controleert daarnaast of deze personen geen beroepsverbod hebben opgelopen.

      • A.12. Wat is een 'passend bedrijfscontinuïteitsbeleid'?

        Elk alternatieve-financieringsplatform moet passend georganiseerd zijn. Dit is één van de wettelijke vereisten om een vergunning als alternatieve-financieringsplatform te krijgen.

        Dit betekent onder meer dat de vennootschap elke redelijke inspanningen moet doen om ervoor te zorgen dat de diensten continu worden verstrekt, zonder onderbreking.

        Het platform moet ervoor zorgen dat het bij een ernstige ongeplande onderbreking van zijn activiteiten zijn verplichtingen kan blijven vervullen en de belangen en rechten van de cliënten kan vrijwaren.

      • A.13. Wat is een 'passende organisatie'?

        Alternatieve-financieringsplatformen moeten een passende organisatie hebben. Dat betekent:

        • dat de organisatie aangepast is aan de aard, omvang en complexiteit van hun activiteiten, zodat de inherente risico's goed beheerd worden;
        • dat de continuïteit van de uitgevoerde activiteiten gewaarborgd wordt; bijzondere aandacht moet worden besteed aan de continue werking van de IT-systemen;
        • dat het platform zich passend heeft verzekerd, met inbegrip van een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering;
        • dat het platform een adequate methode heeft om de beleggingsinstrumenten te selecteren die het commercialiseert;
        • dat het platform, als het beleggingsinstrumenten commercialiseert die in aanmerking komen voor belastingvoordelen, in staat is om na te gaan of de voorwaarden voor deze voordelen vervuld zijn;
        • dat het platform in staat is om te allen tijde de wettelijke vereisten na te leven om zijn vergunning als alternatieve-financieringsplatform te behouden; bijzondere aandacht moet worden besteed aan de procedures die het platform in staat stellen om
          • de vereiste minimuminformatie aan zijn cliënten te bezorgen;
          • een passendheidstoetsing uit te voeren;
          • een geschiktheidstoetsing uit te voeren (enkel als het beleggingsadvies geeft);
          • belangenconflicten passend te beheren;
          • cliëntengegevens op passende wijze te bewaren.

        Het proportionaliteitsbeginsel staat centraal. Dat betekent dat platformen met een eenvoudiger businessmodel een minder ingewikkelde organisatie mogen hebben.

      • A.14. Wat is een 'persoon die controle over de vennootschap uitoefent'?

        Aandeelhouders of vennoten die in rechte of in feite de controle over de vennootschap uitoefenen, zijn personen die bij de aanstelling van de meerderheid van de bestuurders of zaakvoerders een beslissende invloed hebben of die het beleid dat de vennootschap moet voeren kunnen aansturen.

        De concrete wettelijke regels in verband met de controle over de vennootschappen, vindt men terug in de artikelen 5 tot en met 9 van het Wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999:

        Wetboek vennootschappen - Afdeling 1. Controle

        Art. 5. § 1. Onder 'controle' over een vennootschap moet worden verstaan, de bevoegdheid in rechte of in feite om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van bestuurders of zaakvoerders of op de oriëntatie van het beleid.

        § 2. De controle is in rechte en wordt onweerlegbaar vermoed:

        • 1° wanneer zij voortvloeit uit het bezit van de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van de betrokken vennootschap;

        • 2° wanneer een vennoot het recht heeft de meerderheid van de bestuurders of zaakvoerders te benoemen of te ontslaan;

        • 3° wanneer een vennoot krachtens de statuten van de betrokken vennootschap of krachtens met die vennootschap gesloten overeenkomsten over de controlebevoegdheid beschikt;

        • 4° wanneer op grond van een overeenkomst met andere vennoten van de betrokken vennootschap, een vennoot beschikt over de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van die vennootschap;

        • 5° in geval van gezamenlijke controle.

        § 3. De controle is in feite wanneer zij voortvloeit uit andere factoren dan bedoeld in § 2.

        Een vennoot wordt, behoudens bewijs van het tegendeel, vermoed over een controle in feite te beschikken op een vennootschap, wanneer hij op de voorlaatste en laatste algemene vergadering van deze vennootschap stemrechten heeft uitgeoefend die de meerderheid vertegenwoordigen van de stemrechten verbonden aan de op deze algemene vergaderingen vertegenwoordigde aandelen.

        Art. 6. Voor de toepassing van dit wetboek wordt verstaan:

        • 1° onder 'moedervennootschap', de vennootschap die een controlebevoegdheid uitoefent over een andere vennootschap;

        • 2° onder 'dochtervennootschap', de vennootschap ten opzichte waarvan een controlebevoegdheid bestaat.

        Art. 7. § 1. Om de controlebevoegdheid vast te stellen:

        • 1° wordt de onrechtstreekse bevoegdheid via een dochtervennootschap bij de rechtstreekse bevoegdheid geteld;

        • 2° wordt de bevoegdheid van een persoon die optreedt als tussenpersoon van een andere persoon, geacht uitsluitend in het bezit te zijn van laatstgenoemde.

        Om de controlebevoegdheid vast te stellen wordt geen rekening gehouden met een schorsing van stemrechten, noch met de stemrechtbeperking bedoeld in dit wetboek of in wettelijke of statutaire beperkingen met een soortgelijke uitwerking.

        Voor de toepassing van artikel 5, § 2, 1° en 4° moeten de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van een dochtervennootschap worden verminderd met de stemrechten verbonden aan de aandelen van deze dochtervennootschap, gehouden door laatstgenoemde zelf of door haar dochtervennootschap. Dezelfde regel is van toepassing in het in artikel 5, § 3, tweede lid, bedoelde geval, wat de aandelen betreft die op de laatste twee algemene vergaderingen zijn vertegenwoordigd.

        § 2. Onder 'tussenpersoon' moet worden verstaan, elke persoon die optreedt krachtens een overeenkomst van lastgeving, commissie, portage, naamlening, fiducie of een overeenkomst met een gelijkwaardige uitwerking, voor rekening van een andere persoon.

        Art. 8. Onder 'exclusieve controle' moet worden verstaan, de controle die een vennootschap alleen of samen met één of meer van haar dochtervennootschappen uitoefent.

        Art. 9. Onder 'gezamenlijke controle' moet worden verstaan, de controle die een beperkt aantal vennoten samen uitoefenen, wanneer zij zijn overeengekomen dat beslissingen omtrent de oriëntatie van het beleid niet zonder hun gemeenschappelijke instemming kunnen worden genomen.

        Onder 'gemeenschappelijke dochtervennootschap' moet worden verstaan, de vennootschap ten opzichte waarvan een gezamenlijke controle bestaat.

      • A.15. Wat is het 'wettelijk bestuursorgaan'?

        Het wettelijk bestuursorgaan is het bestuursorgaan zoals bedoeld in het Wetboek van vennootschappen. Het draagt de algemene verantwoordelijkheid voor de vennootschap. Het is bevoegd om alle handelingen te stellen die nodig zijn tot verwezenlijking van het maatschappelijk doel van de vennootschap, behalve deze waarvoor volgens de wet enkel de algemene vergadering van aandeelhouders bevoegd is.

        Het wettelijk bestuursorgaan kan verschillende vormen aannemen naargelang de vennootschapsvorm. Zo is de raad van bestuur het wettelijk bestuursorgaan van een NV en is dit bij een BVBA onder de vorm van zaakvoerder(s) (eventueel in een college van zaakvoerders).

        Het wettelijk bestuursorgaan mag niet verward worden met de effectieve leiding van de vennootschap.

      • A.16. Wat zijn de 'vereiste kwaliteiten gelet op de noodzaak om een gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering te voeren'?

        De FSMA gaat na of de invloed van een persoon die de controle uitoefent over een alternatieve-financieringsplatform een gezond en voorzichtig beleid in de weg kan staan. De controle hierop gebeurt onder meer aan de hand van een vragenlijst die voor elke controlerende persoon moet worden ingevuld.

        Een alternatieve-financieringsplatform is een onderneming

        • die geen gereglementeerde onderneming is
        • en die bij wijze van gewone professionele activiteit alternatieve-financieringsdiensten verstrekt op Belgisch grondgebied, ook als dat niet haar hoofdactiviteit is.

        De FSMA gaat na of de invloed van een betekenisvolle aandeelhouder van VVB een gezond en voorzichtig beleid kan in de weg staan. De controle hierop gebeurt onder meer aan de hand van een vragenlijst die voor elke betekenisvolle aandeelhouder moet worden ingevuld.

      • A.17. Wat zijn de minimumvereisten voor een 'beroepsaansprakelijkheidsverzekering'?

        Alternatieve-financieringsplatformen moeten een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afsluiten die aan de volgende voorwaarden voldoet:

        • minimumbedrag van de dekking:
          • als het platform beleggingsinstrumenten commercialiseert die uitgegeven zijn door een financieringvehikel of als het beleggingsadvies geeft: € 1.250.000 per schadegeval en par jaar (geïndexeerd);
          • in andere gevallen: € 750.000 (geïndexeerd);
        • een vrijstelling van maximum 10% per schadegeval, met een absoluut maximum van € 1.250 per schadegeval (geïndexeerd);
        • een opzegtermijn van minimum 3 maanden.

        Het verzekeringsattest moet minimum het volgende vermelden:

        • de identificatiegegevens van de verzekeringnemer (d.w.z. de naam en het ondernemingsnummer van het alternatieve-financieringsplatfrom);
        • het bedrag van de dekking;
        • het bedrag van de vrijstelling;
        • de opzegtermijn;
        • de datum van uitgifte van het verzekeringsattest;
        • de periode waarvoor de verzekeringsovereenkomst geldt;
        • een handtekening namens de verzekeringsonderneming.

        Er is sprake van beleggingsadvies als er (b) gepersonaliseerde (a) aanbevelingen worden verstrekt aan een cliënt, hetzij op diens verzoek, hetzij op initiatief van de dienstverlener, met betrekking tot één of meer (c) verrichtingen die betrekking hebben op (d) financiële instrumenten.

        Om te kunnen spreken van beleggingsadvies moeten er dus verschillende elementen aanwezig zijn:

        (a) de dienstverlener geeft een aanbeveling

        Een aanbeveling bevat een oordeel van de adviesverlener over de te ondernemen acties die worden voorgesteld als in het belang van de belegger. Louter algemene informatie verstrekken, zonder verdere toelichting of enig waardeoordeel over het nut ervan voor de beslissingen die de belegger kan nemen, wordt niet beschouwd als een aanbeveling.

        (b) de aanbeveling is gepersonaliseerd

        Een aanbeveling is gepersonaliseerd als zij wordt voorgesteld als specifiek afgestemd op de betrokken cliënt of als zij gebaseerd is op een analyse van zijn persoonlijke situatie. Als de dienstverlener informatie inwint over zijn cliënt alvorens hem een belegging aan te bevelen, mag de cliënt redelijkerwijs verwachten dat de informatie die hij verstrekt heeft, is aangewend om de aanbeveling af te stemmen op zijn situatie. In een dergelijk geval is de aanbeveling dus altijd gepersonaliseerd aangezien zij gebaseerd is of zou moeten zijn, op de persoonlijke situatie van de cliënt.

        (c) de aanbeveling heeft betrekking op een of meer verrichtingen

        Er is sprake van een 'verrichting' als een bepaald financieel instrument wordt gekocht, verkocht, geruild, te gelde gemaakt, gehouden, overgenomen of als erop ingetekend wordt. Hieronder valt eveneens het al dan niet uitoefenen van het door een bepaald financieel instrument verleende recht om een financieel instrument te kopen, te verkopen, te ruilen, te gelde te maken of om erop in te tekenen.

        (d) de aangeraden verrichting heeft betrekking op financiële instrumenten

        Er is enkel sprake van beleggingsadvies als dit betrekking heeft op financiële instrumenten. Een aanbeveling die betrekking heeft op een beleggingsinstrument dat wettelijk gezien geen financieel instrument is, zoals een niet-verhandelbare gestandaardiseerde lening, wordt dus niet beschouwd als beleggingsadvies.