Professionelen

Regels over het openbaar aanbod van beleggingsinstrumenten

  • D.1. In welke gevallen moet er een prospectus worden gepubliceerd? En in welke gevallen een informatienota?

    ALGEMENE PRINCIPES

    In principe moet een door de FSMA goedgekeurd prospectus worden gepubliceerd voor elke aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek op Belgisch grondgebied.

    Met het oog op een vereenvoudiging hebben de elementen van antwoord op FAQ D.1. uitsluitend betrekking op de aanbiedingen aan het publiek zonder toelating tot de verhandeling op een MTF of een gereglementeerde markt.

    PROSPECTUS

    Bij elke aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek met een totale tegenwaarde in de Europese Unie van meer dan 5.000.000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden, moet een door de FSMA goedgekeurd prospectus worden gepubliceerd[1].

    INFORMATIENOTA

    Volgens de nieuwe prospectuswet[2] geldt de prospectusplicht onder bepaalde voorwaarden niet voor bepaalde aanbiedingen aan het publiek. Zij voorziet in die gevallen wel in de verplichting om vooraf een informatienota te publiceren.

    Het gaat daarbij om de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek met een totale tegenwaarde van 5.000.000 euro of minder, berekend over een periode van twaalf maanden.

    De informatienota is niet te vergelijken met een prospectus. Zo wordt op de informatienota geen a-prioritoezicht uitgeoefend door de FSMA en wordt zij ook niet vooraf door de FSMA goedgekeurd. Toch kan de FSMA de inhoud van de informatienota controleren en administratieve maatregelen of sancties nemen als zou blijken dat de informatienota niet aan de wettelijke vereisten voldoet. Die controle zal dus noodzakelijkerwijs na de publicatie van de informatienota worden uitgevoerd.

    De uitgevende instelling of de aanbieder moet de informatienota uiterlijk op het moment van de beschikbaarstelling ervan aan het publiek, dus uiterlijk op de aanvangsdag van de aanbieding aan het publiek, bij de FSMA neerleggen.

    Met betrekking tot de modaliteiten voor de neerlegging van de informatienota bij de FSMA verwijzen wij naar de FSMA-mededeling van 20 juli 2018.

    ALGEMENE VRIJSTELLINGEN VAN DE VERPLICHTING OM EEN PROSPECTUS EN EEN INFORMATIENOTA TE PUBLICEREN

    Er bestaan verschillende vrijstellingen van de verplichting om een door de FSMA goedgekeurd prospectus te publiceren.

    De verplichting om een prospectus of een informatienota op te stellen geldt in het bijzonder niet voor:

    1. aanbiedingen die uitsluitend aan gekwalificeerde beleggers zijn gericht;
    2. aanbiedingen die aan minder dan 150 personen zijn gericht;
    3. aanbiedingen die een totale tegenwaarde vereisen van minstens 100.000 euro per belegger en per afzonderlijke aanbieding;
    4. aanbiedingen van beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minstens 100.000 euro;
    5. aanbiedingen met een totale tegenwaarde van 500.000 euro of minder, berekend over een periode van twaalf maanden, voor zover elke belegger voor maximum 5.000 euro op de aanbieding mag ingaan, en voor zover alle documenten met betrekking tot de aanbieding aan het publiek de totale tegenwaarde ervan en de maximale belegging per belegger vermelden.

    Voor dergelijke aanbiedingen hoeft dus geen dossier bij de FSMA te worden ingediend.

    Voor meer gedetailleerde informatie over de tenuitvoerlegging van de nieuwe prospectuswet verwijzen wij naar de FSMA-mededeling van 22 juni 2018.

     


     

    [1] Behalve bij een vrijstelling van de prospectusplicht, zoals hieronder toegelicht.

    [2] Wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.

  • D.2.a Wat moet er in een prospectus staan?

    Een prospectus moet alle noodzakelijke informatie bevatten om beleggers in staat te stellen zich met kennis van zaken een oordeel te vormen over het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de emittent, alsook over de rechten die aan de betrokken financiële instrumenten zijn verbonden.

    Het prospectus kan de vorm aannemen van één enkel document (waarin een samenvatting is opgenomen) of van verschillende afzonderlijke documenten (de verrichtingsnota, de samenvatting en het registratiedocument).

    Gelet op de zeer technische aard van deze materie, raadt de FSMA aan om zich door een gespecialiseerde advocaat te laten bijstaan opdat het onderzoeks- en goedkeuringsproces van het prospectus vlot zou verlopen.

    Voor het prospectus over een aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek waarvoor de prospectusplicht geldt, moet de Europese vormgeving worden gebruikt als vastgelegd in Verordening (EG) nr. 809/2004 van 29 april 2004 en haar bijlagen.

    Die Verordening beschrijft welke informatie in het prospectus moet worden vermeld naargelang het type emittent en de categorie van financiële instrumenten.

    ESMA (de Europese toezichthouder) heeft aanbevelingen gepubliceerd met interpretaties van en toelichting bij bepaalde punten van Verordening (EG) nr. 809/2004, waarmee rekening moet worden gehouden.

    Daarnaast publiceert ESMA Q&A’s over veel gestelde vragen in verband met het prospectus.

  • D.2.b Welke informatie wordt er opgenomen in de informatienota?

    Een informatienota vormt precontractuele informatie. De inhoud moet dan ook accuraat, eerlijk en niet-misleidend zijn.

    Zij bevat informatie over de uitgevende instelling, de aanbieder, het bedrag en de aard van de aangeboden beleggingsinstrumenten alsook over de redenen voor en de bijzonderheden van de aanbieding en over de risico's die verbonden zijn aan de uitgevende instelling en de betrokken beleggingsinstrumenten.

    Zij heeft de vorm van één enkel document en is opgesteld in een begrijpelijke taal.
    Zij telt maximum vijftien A4-bladzijden. Dankzij de wijze waarop zij wordt voorgesteld en haar lay-out is ze vlot leesbaar, mede door het gebruik van tekens van leesbare grootte.

    Wat precies de inhoud is van de informatienota is vastgelegd in de Belgische wetgeving en nader uitgewerkt in het koninklijk besluit van 23 september 2018 over de publicatie van een informatienota bij een aanbieding aan het publiek en in de bijlage I bij dit besluit.

    De informatie moet worden verstrekt in de volgorde en volgens de voorstelling als vastgelegd in bijlage I van het koninklijk besluit.

  • D.3. Hoe verloopt het onderzoek van een ontwerp van prospectus door de FSMA?

    De FSMA heeft in een circulaire de procedure beschreven voor het indienen van een ontwerpprospectus, alsook de wijze waarop zij dat ontwerpprospectus vervolgens behandelt.

    Zodra een ontwerpprospectus volgens de regels is ingediend, beschikt de FSMA over 10 werkdagen om het te onderzoeken en haar eventuele opmerkingen mee te delen aan de emittent. Telkens als de emittent haar een nieuwe versie van het prospectus voorlegt, begint er voor de FSMA een nieuwe termijn van 10 werkdagen te lopen.

    Die termijn wordt verlengd tot 20 werkdagen als de emittent nog nooit – of althans niet gedurende de laatste 10 jaar – een prospectus heeft ingediend bij de FSMA.

    Aangezien de FSMA voor haar onderzoek is aangewezen op de documenten die haar worden overgemaakt, wordt de totale looptijd van het onderzoeksproces en dus van de eventuele goedkeuring van het prospectus, mee bepaald door de kwaliteit van de voorgelegde documenten. Het is dan ook onmogelijk voor de FSMA om een termijn te waarborgen waarbinnen dit proces kan worden afgerond.

    Tot slot, als de FSMA bij het analyseren van de eerste versie van het prospectus vaststelt dat het qua inhoud of vorm kwalitatief duidelijk ontoereikend is, kan zij haar onderzoek opschorten en het prospectus als dusdanig terugbezorgen aan de emittent met het verzoek om de vastgestelde tekortkomingen te verhelpen alvorens het opnieuw in te dienen.

  • D.4. Mag er reclame worden gemaakt voor alternatieve-financieringsdiensten?

    Principes

    Reclame maken voor alternatieve-financieringsdiensten die verstrekt worden aan niet-professionele cliënten mag, maar is strikt gereglementeerd. De FSMA licht in een circulaire de geldende reglementering toe die met name is vastgelegd in een koninklijk besluit.

    De term ‘reclame’ is heel ruim. Hij omvat elke mededeling die er specifiek toe strekt de aankoop van een financieel product te promoten, ongeacht het kanaal waarlangs of de wijze waarop deze mededeling wordt verspreid. De reglementering geldt ook voor de ‘andere documenten en berichten’ die in ditzelfde kader worden verspreid.

    Reclame moet aan een aantal beginselen voldoen. Zo mag zij bijvoorbeeld niet onjuist of misleidend zijn, en moet zij een evenwichtige voorstelling geven van de voordelen en de risico’s van het betrokken financieel product.

    Anderzijds moet reclame de minimuminformatie bevatten als opgegeven in de reglementering (naam en type van het product, looptijd, voornaamste risico’s, verwijzing naar het prospectus, ...). Afhankelijk van de reclamedrager (e-mail, website, banner, Facebook, Twitter, ...) kunnen de basisregels enigszins worden aangepast.

    Tot slot laat de reglementering toe om al reclame te maken vooraleer het prospectus is goedgekeurd (dit heet ‘premarketing’), maar enkel op voorwaarde dat er een ontwerpprospectus is ingediend bij de FSMA. Deze reclame moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de FSMA. Die is van oordeel dat zij enkel haar goedkeuring kan hechten aan reclame die beperkt blijft tot een aankondiging van de toekomstige aanbieding, aangezien alle andere informatie strijdig zou kunnen zijn met het prospectus dat in voorkomend geval achteraf wordt goedgekeurd.

    Controle door de FSMA

    Reclame die verspreid wordt door emittenten wordt gecontroleerd door de FSMA.

    Als voor de betrokken financiële instrumenten een prospectusplicht geldt, wordt deze controle a priori verricht. Dat betekent dat er geen reclame mag worden verspreid vóór de FSMA ze heeft onderzocht en goedgekeurd (de FSMA heeft de procedure voor voorlegging en behandeling van reclame beschreven in een circulaire). Zo moet de reclame die verspreid wordt, volledig identiek zijn aan de versie die is goedgekeurd door de FSMA.

    Zodra het reclameontwerp volgens de regels is voorgelegd aan de FSMA, beschikt zij over 5 werkdagen om het te onderzoeken en haar eventuele opmerkingen mee te delen aan de emittent. Emittenten worden dus verzocht om hun reclameontwerpen zo snel mogelijk voor te leggen, en ten minste 5 werkdagen vóór de vooropgestelde datum van verspreiding.

    Als er voor de betrokken financiële producten geen prospectusplicht geldt, oefent de FSMA haar controle a posteriori uit, waarbij zij de voormelde basisbeginselen hanteert. Als zij vaststelt dat de reclame niet strookt met de reglementering, kan zij sancties opleggen (schorsing van de commercialisering van het product, boetes, ...).

    In de context van de Belgische crowdfundingwet is commercialisering het voorstellen van een beleggingsinstrument, ongeacht de wijze waarop dit gebeurt, om beleggers of potentiële beleggers aan te zetten om het te kopen of erop in te schrijven.

  • D.5. Welke fiscale voordelen bestaan er voor wie belegt in aandelen of schuldinstrumenten in het kader van crowdfunding?

    Schuldinstrumenten

    Er geldt een vrijstelling van roerende voorheffing op de eerste schijf van 9.965 EUR interesten die betrekking hebben op leningen met de volgende kenmerken:
     
    • ze zijn verstrekt door een natuurlijke persoon, buiten zijn beroepswerkzaamheden;
    • via een alternatieve-financieringsplatform dat door de FSMA is erkend of dat wordt beheerd door een gereglementeerde onderneming die op grond van haar vergunning alternatieve-financieringsdiensten mag verrichten;
    • aan een KMO-starter, hetzij rechtstreeks, hetzij via de tussenkomst van een financieringsvehikel;
    • ze omvatten een jaarlijks te betalen interest;
    • ze hebben een looptijd van minimum vier jaar.

    Aandelen

    Er wordt een belastingvermindering van 30% (45% voor micro-ondernemingen) verleend voor betalingen, tot 100.000 EUR per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk, bij de intekening op nieuwe aandelen, voor zover aan volgende voorwaarden is voldaan:
     
    • de aandelen
      • zijn op naam;
      • zijn uitgegeven door
        • een KMO-starter, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks, via de tussenkomst van een financieringsvehikel;
        • een startersfonds dat voldoet aan de regels die de fiscale wetgeving stelt opdat de vermindering zou kunnen worden toegestaan;
    • de uitgevende vennootschap leeft de regels na die de fiscale wetgeving stelt opdat de vermindering zou kunnen worden toegestaan:
      • de vennootschap is geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap, geen patrimoniumvennootschap en geen managementvennootschap;
      • de vennootschap is niet beursgenoteerd;
      • de vennootschap heeft nog geen kapitaalvermindering doorgevoerd of dividenden uitgekeerd;
      • de vennootschap bevindt zich niet in of in de voorwaarden van een collectieve insolventieprocedure;
      • de vennootschap gebruikt de ontvangen sommen niet voor de uitkering van dividenden of de aankoop van aandelen, noch voor het verstrekken van leningen;
      • de vennootschap heeft maximaal 250.000 EUR ontvangen onder dit regime;
    • de belegger
      • is geen bedrijfsleider of bestuurder van de uitgevende vennootschap, al dan niet via een managementvennootschap;
      • verwerft door op de aandelen in te tekenen geen participatie van meer dan 30% in de uitgevende vennootschap.

    Het belastingvoordeel wordt proportioneel teruggenomen als binnen de 48 maanden na de verwerving van de aandelen

    • de belegger geen aandeelhouder meer is (tenzij de belegger is overleden), of
    • de vennootschap niet meer aan de voorwaarden voldoet om de belastingvermindering te behouden.

    Het belastingvoordeel is definitief verworven als, gedurende de vier jaar volgend op het jaar van verwerving,

    • de belegger aandeelhouder is (tenzij de belegger is overleden);
    • de vennootschap aan de voorwaarden voldoet om de belastingvermindering te behouden.

    De uitgevende vennootschap moet de belegger hiervan een schriftelijk bewijs bezorgen, dat de belegger bij zijn belastingaangifte moet voegen.

    Het alternatieve-financieringsplatform moet erop toezien dat de voorwaarden worden nageleefd opdat de belegger de fiscale voordelen zou genieten voor beleggingen die hij via het platform verricht.

    De FSMA is niet bevoegd inzake belastingaangelegenheden. Voor een volledig inzicht moet u de artikelen 21, 13° en 145.26 van het wetboek van inkomstenbelastingen raadplegen. Als u hierover vragen heeft, raden wij u aan om een fiscaal adviseur te raadplegen.

     

    Een alternatieve-financieringsplatform is een onderneming

    • die geen gereglementeerde onderneming is
    • en die bij wijze van gewone professionele activiteit alternatieve-financieringsdiensten verstrekt op Belgisch grondgebied, ook als dat niet haar hoofdactiviteit is.

    In de context van de Belgische crowdfundingwet zijn er twee soorten gereglementeerde ondernemingen: 

    • kredietinstellingen, en
    • beleggingsondernemingen.

    Een KMO (kleine en middelgrote onderneming) is een onderneming die maximum aan één van de onderstaande criteria beantwoordt:

    • gemiddeld aantal werknemers van 50 (op jaarbasis);
    • jaaromzet (exclusief BTW) van 9.000.000 EUR;
    • balanstotaal van 4.500.000 EUR.

    Een KMO-starter is een KMO die is opgericht na 1 januari 2013 en minder dan 48 maanden bij de 'Kruispuntbank van Ondernemingen' is aangemeld.

    Er zijn twee soorten startersfondsen:

    • openbare startersfondsen, vermeld op de officiële lijst gepubliceerd door de FSMA;
    • private startersprivaks, vermeld op de officiële lijst gepubliceerd door de FOD Financiën.

    Startersfondsen beleggen in KMO-starters. Beleggers in startersfondsen komen in aanmerking voor belastingvoordelen als de startersfondsen aan de fiscale regelgeving voldoen.