Consumenten

U kan uw reserve overdragen naar de onthaalstructuur van uw voormalige werkgever of sector

Een onthaalstructuur is een verzekeringsovereenkomst - of een bijzonder reglement binnen een pensioenfonds - onderschreven door de inrichter van een pensioenplan (de werkgever of sectorale inrichter), die specifiek is bestemd voor het beheer van pensioenreserves van aangeslotenen die uit dienst zijn getreden en die hun pensioenreserves willen overdragen.

Een onthaalstructuur kan zich richten tot:

  1. de voormalige werknemers van de onderneming of de sector;  
  2. de nieuwe werknemers binnen de onderneming of sector die hun elders opgebouwde pensioenreserve wensen over te dragen naar de pensioeninstelling van hun nieuwe werkgever of sector. 

Hieronder hebben we het over de eerste situatie. Meer informatie over de tweede situatie – de overdracht naar de onthaalstructuur van uw nieuwe werkgever of sector.

Niet alle pensioenplannen beschikken over een onthaalstructuur. Het aanbieden van een onthaalstructuur is niet verplicht.

De overdracht van de reserve naar de onthaalstructuur is steeds een vrije keuze van de werknemer en kan niet worden verplicht.

Welke gevolgen heeft een overdracht?

Hoewel de onthaalstructuur is verbonden met het pensioenplan van uw voormalige werkgever of sector, is het een afzonderlijke structuur met eigen voorwaarden en bepalingen, los van het oorspronkelijke pensioenplan. Wanneer u beslist om uw pensioenreserve over te dragen naar de onthaalstructuur, stapt u dus uit het pensioenplan. Uw pensioenreserve zal na de overdracht verder evolueren volgens de regels van de onthaalstructuur en niet langer volgens de regels van het oorspronkelijke pensioenplan. Dit betekent onder meer dat:

  • de verworven prestatie, die u terugvindt op uw uittredingsfiche, niet langer wordt gegarandeerd;
  • de wettelijke rendementsgarantie niet langer van toepassing is op de reserves die u overdraagt naar de onthaalstructuur;
  • de rendementen die mogelijk werden gewaarborgd door de pensioeninstelling in het kader van het oorspronkelijke pensioenplan na de overdracht niet meer van toepassing zijn.

Wat zal ik krijgen wanneer ik met pensioen ga?

Wat u zal krijgen op het ogenblik van uw pensionering hangt af van twee factoren:

  • de formule waarvoor u kiest

    In het kader van een onthaalstructuur worden vaak verschillende formules aangeboden, waarbij u binnen zekere perken zelf kan bepalen hoe u uw pensioenreserve verdeelt over de financiering van het aanvullend pensioen, enerzijds, en een overlijdensdekking, anderzijds. Het pensioenreglement van uw voormalige werkgever of sector beschrijft de verschillende formules waartussen u kan kiezen.

    Wanneer u kiest voor een formule met een (hogere) overlijdensdekking, dan zal er een groter deel van uw pensioenreserve worden gebruikt voor de financiering van die overlijdensdekking en zal er minder overblijven voor de financiering van uw aanvullend pensioen. Uw aanvullend pensioen zal dan ook lager uitvallen dan wanneer u kiest voor een formule met een beperktere overlijdensdekking of zonder overlijdensdekking.

  • het (gewaarborgd) rendement

    Uw pensioenreserve zal na de overdracht verder evolueren volgens de regels van de onthaalstructuur. U doet er dus goed aan om u op voorhand te informeren over de contractuele voorwaarden van de onthaalstructuur. Veel onthaalstructuren nemen de vorm van een verzekeringsovereenkomst met gewaarborgd rendement (tak 21). De wet legt geen minimumrendement vast voor de onthaalstructuur. De rendementen die verzekeringsondernemingen vandaag de dag waarborgen, zullen vaak lager liggen dan het rendement waarop u recht zou hebben, indien u uw pensioenreserve in het pensioenplan van uw voormalige werkgever of sector zou laten. De kans is dan ook reëel dat uw aanvullend pensioen een stuk lager zal uitvallen wanneer u uw pensioenreserves overdraagt naar de onthaalstructuur. Dit zal des te meer het geval zijn naarmate u binnen de onthaalstructuur opteert voor een (hogere) overlijdensdekking. 

Sommige pensioeninstellingen vermelden op de uittredingsfiche uitdrukkelijk het bedrag (of de bedragen, indien er meerdere formules worden aangeboden) dat u bij pensionering vanuit de onthaalstructuur zou krijgen. Wanneer u dit bedrag vergelijkt met de verworven prestatie – dat is het bedrag waarop u recht heeft wanneer u uw pensioenreserve in het pensioenplan laat zonder wijziging van de pensioentoezegging – kan u onmiddellijk vaststellen welke impact de overdracht naar de onthaalstructuur heeft op uw toekomstig aanvullend pensioen.
Vaak vermeldt de uittredingsfiche echter niet uitdrukkelijk wat u bij pensionering vanuit de onthaalstructuur zal ontvangen. In dat geval moet u contact opnemen met de pensioeninstelling om dit bedrag (of deze bedragen) te kennen. 

Om na te gaan welke impact de overdracht naar de onthaalstructuur heeft op uw later aanvullend pensioen, moet u de verworven prestatie die vermeld wordt op uw uittredingsfiche vergelijken met de bedragen die u bij pensionering vanuit de onthaalstructuur zou ontvangen. Wanneer deze laatste bedragen niet uitdrukkelijk op de uittredingsfiche worden vermeld, vraagt u hier best naar bij de pensioeninstelling. Zonder deze bedragen is het onmogelijk om een correcte vergelijking te maken.

Wat krijgen mijn nabestaanden wanneer ik overlijd?

U kan in het kader van een onthaalstructuur vaak kiezen uit verschillende formules, met een verschillende verhouding tussen pensioen en overlijden.

Vaak voorkomende formules zijn:

  • uitsluitend pensioenopbouw, zonder overlijdensdekking. De pensioenreserve groeit verder aan, maar wanneer u overlijdt, ontvangen uw nabestaanden niets (dit wordt in het jargon uitgesteld kapitaal zonder tegenverzekering genoemd, afgekort UKZT);
  • terugbetaling van de pensioenreserve bij overlijden. De pensioenreserve groeit verder aan. Wanneer u overlijdt, wordt de op dat ogenblik gevormde pensioenreserve uitbetaald aan uw nabestaanden (dit wordt in het jargon uitgesteld kapitaal met terugbetaling van de reserves genoemd, afgekort UKMR);
  • overlijdenskapitaal gelijk aan het pensioenkapitaal. De pensioenreserve groeit verder aan. Bij overlijden ontvangen uw nabestaanden een kapitaal gelijk aan het pensioenkapitaal dat u zou hebben ontvangen op het ogenblik van uw pensionering (dit wordt in het jargon een gemengde verzekering 10/10 genoemd);

Aangezien de onthaalstructuur u toelaat te kiezen voor een overlijdensdekking, kan de overdracht naar de onthaalstructuur interessant zijn wanneer de overlijdensdekking binnen het oorspronkelijke pensioenplan na uw uitdiensttreding wegvalt.

Hou er wel rekening mee dat de overlijdensdekking wordt gefinancierd vanuit uw pensioenreserve en dat een hogere overlijdensdekking noodzakelijkerwijs zal leiden tot een lager aanvullend pensioen.  

Wanneer u nà 1 januari 2016 uit dienst bent getreden, kan u er ook voor kiezen om uw pensioenreserve in het pensioenplan te laten met een overlijdensdekking die overeenstemt met de verworven reserve. Wanneer u daarvoor kiest, worden uw opgebouwde pensioenreserves in geval van overlijden uitbetaald aan uw nabestaanden. Is het u enkel te doen om uw pensioenreserves te beschermen en bent u niet geïnteresseerd in een hogere overlijdensdekking, dan zal die mogelijkheid wellicht interessanter zijn voor u dan een overdracht van uw reserves. U blijft dan immers aangesloten bij het oorspronkelijke pensioenplan en alle waarborgen en garanties in het kader van dat pensioenplan blijven van kracht. Meer informatie. Neemt u geen genoegen met alleen de terugbetaling van uw pensioenreserve bij overlijden en wil u een hogere overlijdensdekking, dan zal u uw reserves moeten overdragen en kan de onthaalstructuur een oplossing bieden.

De voor- en nadelen van de onthaalstructuur 

Voordelen 
  • In de onthaalstructuur sluit u eigenlijk een nieuwe overeenkomst: hierdoor kan u een andere formule kiezen die mogelijk beter bij u past. De keuzemogelijkheden worden in het pensioenreglement beschreven.
  • U kan kiezen voor een overlijdensdekking. Een overlijdensdekking zorgt ervoor dat uw nabestaanden een kapitaal of rente ontvangen als u zou overlijden vóór uw pensionering.
Nadelen
  • De overlijdensdekking wordt gefinancierd vanuit uw pensioenreserve. Een (hogere) overlijdensdekking zal noodzakelijkerwijs leiden tot een lager aanvullend pensioen.
  • Door de overdracht van uw pensioenreserve naar de onthaalstructuur, stapt u uit het pensioenplan en verliest u de daarmee samenhangende garanties, zoals de wettelijke rendementsgarantie en de verworven prestatie.
  • U heeft niet langer recht op het gewaarborgd rendement dat gold in het oorspronkelijk pensioenplan: het gewaarborgd rendement van de onthaalstructuur is van toepassing. Dit zal in veel gevallen lager zijn.

Personen die zijn aangesloten bij een aanvullend pensioenplan worden aangeslotenen genoemd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • actieve aangeslotenen: dit zijn personen die nog in dienst zijn:

    • van de werkgever die voor hen een aanvullend pensioen opbouwt;
    • of binnen de bedrijfssector waarvoor het pensioenplan geldt;
  • slapers: dit zijn personen die niet meer in dienst zijn binnen de onderneming of bedrijfssector, maar hun reserves in het pensioenplan achterlaten;
  • rentegenieters: dit zijn personen die met pensioen zijn en waarvan het aanvullend pensioen in de vorm van een rente wordt uitbetaald.

Werknemers: Meer info.

Het aanvullend pensioen is een pensioen dat door een werkgever (of een bedrijfssector) wordt opgebouwd voor zijn werknemers. Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen en kan de vorm aannemen van een eenmalig kapitaal of een periodieke (maandelijkse, jaarlijkse,...) rente.

De aanvullende pensioenen worden ook wel de 'tweede pensioenpijler' genoemd.

Werknemers: Meer info

Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

  • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
  • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

Werknemers: Meer info

De uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een eenmalig kapitaal betekent dat het volledige opgebouwde bedrag in één keer wordt uitbetaald.

Dit in tegenstelling tot de uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een rente, waarbij het opgebouwde bedrag gespreid in de tijd wordt uitbetaald: er wordt dan maandelijks of jaarlijks een deel uitbetaald, meestal zolang de begunstigde in leven is.

Werknemers: Meer info

Een onthaalstructuur is een verzekeringsovereenkomst of een bijzonder reglement beheerd door een pensioenfonds dat specifiek bestemd is voor het beheer van verworven reserves van aangeslotenen die uit dienst zijn getreden. Na de uitdiensttreding kan een aangeslotene ervoor kiezen om zijn reserves niet in het pensioenplan te laten, maar over te dragen naar de onthaalstructuur.

Werknemers: Meer info

Een overlijdensdekking zorgt ervoor dat wanneer een werknemer sterft, zijn partner, kinderen of mogelijk nog andere begunstigden een kapitaal of een rente uitbetaald krijgen.

Werknemers: Meer info

Een pensioenfonds is een instelling die wordt opgericht door één of meerdere ondernemingen of bedrijfssectoren met als doel het beheer van hun aanvullende pensioenplannen. De raad van bestuur van deze instelling bestaat voor het merendeel uit vertegenwoordigers van deze onderneming(en) of bedrijfssector(en) en soms ook vertegenwoordigers van de aangeslotenen. Op die manier hebben de oprichtende onderneming(en) of sector(en) rechtstreeks inspraak in het beheer van hun aanvullend pensioenplan en de manier waarop de bijdragen worden belegd.

Een pensioenfonds wordt ook instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of IBP genoemd.

Werknemers: Meer info

Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

Werknemers: Meer info

In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

Werknemers: Meer info

Het pensioenreglement beschrijft de spelregels van het aanvullend pensioenplan.

Het pensioenreglement kan worden opgevraagd bij de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of bij de pensioeninstelling. Op de jaarlijkse pensioenfiche wordt vermeld bij wie men hiervoor terecht kan. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website www.mypension.be.

Werknemers: Meer info

Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

Voorbeeld:

U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

Werknemers: Meer info

De uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een rente betekent dat het opgebouwde bedrag gespreid in de tijd wordt uitbetaald. Er wordt maandelijks of jaarlijks een deel uitbetaald, meestal zolang de begunstigde in leven is.

Dit in tegenstelling tot de uitbetaling van het aanvullend pensioen onder de vorm van een eenmalig kapitaal, waarbij het volledige bedrag in één keer wordt uitbetaald.

Werknemers: Meer info

Nadat een aangeslotene uit dienst is getreden (vb. wegens ontslag of brugpensioen) ontvangt hij van de pensioeninstelling een uittredingsfiche met informatie over de stand van zijn aanvullende pensioenrechten en wat hij hiermee kan doen.

Werknemers: Meer info

De verworven prestatie is het aanvullend pensioen dat op de pensioenleeftijd zal worden uitbetaald, rekening houdend met het aantal loopbaanjaren dat de aangeslotene op een bepaald ogenblik al 'op de teller' heeft.

Werknemers: Meer info