Consumenten

Uw pensioenreserve in het pensioenplan laten met een overlijdensdekking die overeenstemt met het bedrag van de verworven reserve

Na uw uitdiensttreding kan u ervoor kiezen om uw verworven reserve in het pensioenplan te laten zonder wijziging van de pensioentoezegging. De voor- en nadelen van deze keuze leest u hier. Dit is ook de standaardkeuze, die wordt toegepast wanneer u niet uitdrukkelijk een andere keuze maakt. 

Een nadeel van deze keuze is dat daarbij in sommige gevallen de overlijdensdekking wegvalt. Sommige pensioenplannen voorzien enkel een overlijdensdekking zolang de werknemer in dienst is. De overlijdensdekking wordt dan stopgezet op het ogenblik dat u de onderneming of sector verlaat. In dat geval ontvangen uw nabestaanden geen vergoeding als u zou overlijden vóór uw pensionering, zelfs niet de terugbetaling van de door u opgebouwde pensioenreserve. 

Om ervoor te zorgen dat aangeslotenen bij zo’n pensioenplan, die hun pensioenreserves in het pensioenplan laten, toch zouden kunnen genieten van een overlijdensdekking, bestaat er voor de uitdiensttredingen nà 1 januari 2016 de mogelijkheid om te kiezen voor een overlijdensdekking die overeenstemt met de verworven reserve. Dat betekent dat, in geval van overlijden, de opgebouwde reserves zullen worden uitbetaald aan de nabestaanden. Maar opgelet, aangezien er na de uitdiensttreding geen bijdragen meer worden gestort, zal een deel van de pensioenreserve gebruikt worden om de overlijdensdekking te financieren. Hierdoor zal uw aanvullend pensioen lager zijn op het ogenblik dat u met pensioen gaat dan wanneer u zou kiezen voor het achterlaten van uw reserve in het pensioenplan zonder wijziging van de pensioentoezegging.

Als u deze optie kiest, moet u dit uitdrukkelijk meedelen aan de pensioeninstelling binnen de 12 maanden na de ontvangst van de uittredingsfiche.

Wat zijn de gevolgen indien ik mijn pensioenreserve in het pensioenplan laat met een overlijdensdekking die overeenstemt met het bedrag van de verworven reserve?

Wanneer u uw pensioenreserve in het pensioenplan laat, dan blijft u aangesloten bij het pensioenplan van uw vroegere werkgever of sector. Uiteraard bouwt u na uw uitdiensttreding geen nieuwe pensioenrechten meer op. Maar de pensioenrechten die op dat ogenblik al had opgebouwd, blijven behouden en zullen verder evolueren volgens de regels van het pensioenplan. Werknemers die hun pensioenreserves na hun uitdiensttreding in het pensioenplan laten, worden “slapers” of “slapende aangeslotenen” genoemd.

Dat u aangesloten blijft bij het pensioenplan betekent dat u blijft genieten van de waarborgen en garanties, zowel ten opzichte van de inrichter (uw voormalige werkgever of de sectorale inrichter) als ten opzichte van de pensioeninstelling.  

  • De verplichtingen die op de inrichter rusten, blijven doorlopen. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft. Hij blijft steeds uiteindelijk verantwoordelijk voor de nakoming van zijn pensioenbelofte aan de werknemers: 

    • bij pensioenplannen van het type vaste bijdragen en cash balance, en in alle gevallen waarbij er persoonlijke bijdragen worden betaald, geniet u van de wettelijke rendementsgarantie; het is de inrichter die daarvoor verantwoordelijk is. 

    • op het ogenblik van uw pensionering heeft u recht op de verworven prestatie. Bij een pensioenplan van het type vaste prestaties, waarbij de inrichter een welbepaald aanvullend pensioen belooft, is opnieuw de inrichter daarvoor verantwoordelijk.  

      Wanneer u kiest voor een overlijdensdekking die overeenstemt met de verworven reserve, dan zal de verworven prestatie wel worden herrekend. Omdat uw pensioenreserves ook worden gebruikt om de overlijdensdekking te financieren, zullen zij minder snel aangroeien. Daardoor zal het bedrag dat u krijgt wanneer u met pensioen gaat wat lager uitvallen dan wanneer u zou kiezen voor het achterlaten van uw reserve in het pensioenplan zonder wijziging van de pensioentoezegging.

      De verantwoordelijkheid van de inrichter blijft bestaan nadat u uit dienst bent getreden, althans voor zover en zolang u uw pensioenreserve in het pensioenplan laat. Wanneer er na de uitdiensttreding iets zou misgaan bij de pensioeninstelling of de beleggingen minder opbrengen dan verwacht, waardoor de bij de pensioeninstelling opgebouwde reserves niet zouden volstaan om de (herrekende) verworven prestatie of de rendementsgarantie te betalen, zal de inrichter moeten bijbetalen.
      Meer informatie over de rol van de inrichter.

  • Wanneer het pensioenplan wordt beheerd door een verzekeringsonderneming, waarborgt deze vaak een vast rendement (verzekeringsovereenkomst met gewaarborgd rendement - tak 21). Ook hierin komt geen verandering, wanneer u uw pensioenreserve in het pensioenplan laat.

Wat zal ik krijgen wanneer ik met pensioen ga?

Wanneer u ervoor kiest om uw pensioenreserve in het pensioenplan te laten zonder wijziging van de pensioentoezegging, dan heeft u bij uw pensionering recht op de verworven prestatie. De verworven prestatie is het bedrag waarop u recht heeft bij pensionering op basis van uw loopbaan tot op het ogenblik dat u uit dienst bent getreden. Het bedrag van de verworven prestatie wordt vermeld in de uittredingsfiche, die u na uw uitdiensttreding ontvangt van de inrichter of de pensioeninstelling. 

Als u kiest voor een overlijdensdekking die overeenstemt met de verworven reserve, dan zal de verworven prestatie worden herrekend. Omdat uw pensioenreserves ook worden gebruikt om de overlijdensdekking te financieren, zullen zij minder snel aangroeien. Daardoor zal het bedrag dat u krijgt wanneer u met pensioen gaat wat lager uitvallen dan wanneer u zou kiezen voor het achterlaten van uw reserve in het pensioenplan zonder wijziging van de pensioentoezegging. De uittredingsfiche vermeldt, naast de oorspronkelijke verworven prestatie, ook deze herrekende verworven prestatie, zodat u onmiddellijk de impact van de overlijdensdekking kan zien en met kennis van zaken een beslissing kan nemen.

De berekening van de verworven prestatie verschilt naargelang het type pensioenplan en de waarborgen die de pensioeninstelling mogelijkerwijs biedt. Meer informatie.

Op welke manier evolueren de verworven reserves?

De verworven reserve die u al heeft opgebouwd op het ogenblik dat u uit dienst treedt, zal jaar na jaar verder aangroeien tot ze op de pensioenleeftijd gelijk is aan de verworven prestatie. Als u kiest voor een overlijdensdekking, wordt deze verworven prestatie wel herrekend. Omdat uw pensioenreserves ook worden gebruikt om de overlijdensdekking te financieren, zullen zij minder snel aangroeien. Daardoor zal het bedrag dat u krijgt wanneer u met pensioen gaat wat lager uitvallen dan wanneer u zou kiezen voor het achterlaten van uw reserve in het pensioenplan zonder wijziging van de pensioentoezegging. De herrekende verworven prestatie vindt u eveneens terug op uw uittredingsfiche. 

De manier waarop de verworven reserve verder evolueert, hangt af van het type pensioenplan. We overlopen kort de verschillende types pensioenplannen:

  • Pensioenplan van het type vaste prestaties

    Bij een pensioenplan van het type vaste prestaties weerspiegelt de verworven reserve de huidige waarde (of actuele waarde) van de verworven prestatie die bij pensionering zal worden uitbetaald. Om die huidige waarde te berekenen, zal men de verworven prestatie 'actualiseren' op basis van een aantal berekeningselementen, waaronder een rentevoet van (meestal) 6 % en een sterftetafel, die de kans weergeeft om op de pensioenleeftijd nog in leven te zijn. Meer informatie over de berekening van de verworven reserve

    Deze berekeningswijze heeft voor gevolg dat, wanneer u uw pensioenreserve in het pensioenplan laat, deze jaarlijks met 6 % zal toenemen. In de huidige economische omstandigheden is dit erg gunstig. Indien u uw pensioenreserve zou overdragen, is het immers erg onwaarschijnlijk dat deze reserve jaarlijks een rendement van 6 % zou opbrengen.

    Wanneer u ervoor kiest om uw pensioenreserve in het pensioenplan te laten zonder wijziging van de pensioentoezegging en er geen overlijdensdekking meer geldt, zal de reserve zelfs nog wat sneller aangroeien omdat bij de berekening van de verworven reserve ook rekening wordt gehouden met de kans dat u overlijdt voor u met pensioen gaat. Bij dit type van pensioenplannen blijven bij overlijden van een aangeslotene diens pensioenreserves doorgaans bij de pensioeninstelling en dragen zij dus bij in de financiering van de pensioenrechten van de andere aangeslotenen. 

    Wanneer u kiest voor een overlijdensdekking die overeenstemt met de verworven reserve, dan wijzigt u de spelregels. De pensioenreserves die in geval van overlijden normaal gezien ten goede zouden komen van de andere aangeslotenen, worden dan uitbetaald aan uw nabestaanden. De keerzijde van de medaille is echter dat die reserves, wanneer u in leven blijft, wat minder snel zullen aangroeien, omdat u evenmin nog kan 'profiteren' van de reserves van wie vroegtijdig overlijdt. 
  • Pensioenplan van het type vaste bijdragen

    Bij een pensioenplan van het type vaste bijdragen zal uw pensioenreserve verder worden belegd en een rendement opbrengen op dezelfde manier als de pensioenreserves van de actieve aangeslotenen, uiteraard zonder dat er nog bijkomende premies worden betaald.
     
    Wanneer de pensioeninstelling een rendement waarborgt (verzekeringsproduct met gewaarborgd rendement - tak 21), loopt deze waarborg verder na uw uitdiensttreding. Uw pensioenreserve wordt verder gekapitaliseerd aan de gewaarborgde rentevoet zodat deze op de pensioenleeftijd het bedrag van de verworven prestatie bereikt. Wanneer het pensioenplan niet standaard voorzag in een overlijdensdekking, dan zal, zoals hierboven werd toegelicht, de verworven prestatie wel worden herrekend om rekening te houden met het feit dat de verworven reserve voortaan ook zal worden gebruikt voor de financiering van de overlijdensdekking.
     
    Indien de pensioeninstelling geen rendement waarborgt (pensioenfonds of een verzekeringsproduct zonder gewaarborgd rendement - tak 23), zal uw pensioenreserve verder aangroeien volgens de opbrengst van de beleggingen. In dit geval is het niet mogelijk om op voorhand te bepalen hoe uw pensioenreserve verder zal evolueren. 
  • Pensioenplan van het type cash balance

    Bij pensioenplannen van het type cash balance wordt de verworven reserve berekend door de bijdragen, die aan de aangeslotene zijn toegewezen tot op het ogenblik van de uitdiensttreding, te kapitaliseren op basis van het in het pensioenreglement vastgelegd rendement.

Wat met de rendementsgarantie?

Op het ogenblik van uw uitdiensttreding wordt de wettelijke rendementsgarantie definitief vastgesteld. Dit bedrag evolueert nadien niet verder. Bij uw uitdiensttreding wordt de rendementsgarantie als het ware 'bevroren'.

Wanneer u er voor kiest om uw pensioenreserve in het pensioenplan te laten, moet de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie blijven garanderen tot wanneer u met pensioen gaat. Op het ogenblik van uw pensionering heeft u sowieso minstens recht op dit bedrag. Aangezien de rendementsgarantie na uw uitdiensttreding niet verder evolueert, spreekt men van een 0 %-garantie. 

Bij uw uitdiensttreding wordt het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie vastgesteld. Dit bedrag wordt gegarandeerd tot aan de pensionering, maar zonder dat dit nog evolueert of een rendement opbrengt. Er is dus geen bescherming tegen de inflatie: na verloop van jaren zal dit bedrag minder waard zijn omdat het leven steeds duurder wordt.

Bij pensionering moet de pensioeninstelling nagaan of uw aanvullend pensioen niet lager uitvalt dan de wettelijke rendementsgarantie. U heeft in elk geval recht op het hoogste van de twee bedragen. Als zou blijken dat uw aanvullend pensioen minder bedraagt dan de wettelijke rendementsgarantie, dan moet de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) het verschil bijpassen.

Wat krijgen mijn nabestaanden wanneer ik overlijd?

 

 Als u overlijdt, zal de op dat ogenblik opgebouwde verworven reserve uitgekeerd worden aan uw nabestaanden.

Als u een hogere overlijdensdekking wenst of een overlijdensdekking met een andere verhouding tussen pensioen en overlijden, dan moet u uw pensioenreserve overdragen. Meer informatie.

Wat zijn de voor- en nadelen van het behoud van uw pensioenreserve in het pensioenplan met een overlijdensdekking die overeenstemt met het bedrag van de verworven reserve?

Voordelen 
  • U blijft aangesloten bij het oorspronkelijke pensioenplan.  Dat betekent dat u blijft genieten van alle waarborgen en garanties, zowel ten opzichte van de inrichter (uw voormalige werkgever of de sectorale inrichter), als ten opzichte van  de pensioeninstelling.
  • U blijft genieten van de wettelijke rendementsgarantie zoals ze werd berekend bij uw uitdiensttreding.  Deze neemt wel niet verder toe.
  • De rendementen waarop u recht heeft, liggen in de huidige economsiche omstandigheden vaak een heel stuk hoger dan de rendementen die u zou kunnen behalen wanneer u uw reserves overdraagt.  Dat geldt zeker bij pensioenplannen van het type vaste prestaties. 
Nadelen
  • U kan enkel voor deze optie kiezen als u uit dienst treedt vanaf 1 januari 2016.
  • De overlijdensdekking wordt gefinancierd vanuit uw pensioenreserve, waardoor u bij pensionering een lager aanvullend pensioen zal ontvangen.
  • U kan enkel kiezen voor een overlijdensdekking die voorziet in de terugbetaling van uw verworven reserves. Een hogere overlijdensdekking is niet mogelijk.
  • Wanneer u vaak van job verandert en u telkens uw pensioenreserves in het pensioenplan achterlaat, zitten uw pensioenrechten verspreid over verschilllende pensioenplannen en pensioeninstellingen.  Dit maakt het wat moeilijker om het overzicht te bewaren. Sinds okotober 2016 kan u uw aanvullende pensioenrechten raadplegen via de website www.mypension.be. U vindt er een overzicht van al uw aanvullende pensioenrechten, zodat dit argument minder belangrijk wordt.

Personen die zijn aangesloten bij een aanvullend pensioenplan worden aangeslotenen genoemd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • actieve aangeslotenen: dit zijn personen die nog in dienst zijn:

    • van de werkgever die voor hen een aanvullend pensioen opbouwt;
    • of binnen de bedrijfssector waarvoor het pensioenplan geldt;
  • slapers: dit zijn personen die niet meer in dienst zijn binnen de onderneming of bedrijfssector, maar hun reserves in het pensioenplan achterlaten;
  • rentegenieters: dit zijn personen die met pensioen zijn en waarvan het aanvullend pensioen in de vorm van een rente wordt uitbetaald.

Werknemers: Meer info.

Het aanvullend pensioen is een pensioen dat door een werkgever (of een bedrijfssector) wordt opgebouwd voor zijn werknemers. Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen en kan de vorm aannemen van een eenmalig kapitaal of een periodieke (maandelijkse, jaarlijkse,...) rente.

De aanvullende pensioenen worden ook wel de 'tweede pensioenpijler' genoemd.

Werknemers: Meer info

Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

  • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

en/of

  • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info

Bij een pensioenplan van het type cash balance belooft de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) een pensioen dat wordt samengesteld uit een bepaalde bijdrage, verhoogd met een in het pensioenreglement vastgesteld rendement.

Hoewel dit erg lijkt op een pensioenplan van het type vaste bijdragen met een door de werkgever gegarandeerd rendement, is het eigenlijk een bijzonder type van vaste prestatieplan. De inrichter belooft immers een welbepaald eindresultaat. Dit eindresultaat wordt uitgedrukt als de kapitalisatie (aan een in het pensioenreglement vastgesteld rendement) van de aan de aangeslotene toegewezen bijdragen.

Werknemers: Meer info

Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

  • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
  • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

Werknemers: Meer info

Kapitaliseren betekent dat de interest die men op een bepaald bedrag krijgt, nadien bij dat bedrag wordt gevoegd en zo op zijn beurt ook interest zal opbrengen.
Voorbeeld: er wordt een rendement van 2% gegarandeerd.

  • Jaar 1: een bedrag van 100 euro brengt een rendement van 2 euro op;
  • Jaar 2: een bedrag van 102 euro brengt een rendement van 2,04 euro op;
  • Jaar 3: een bedrag van 104,04 euro brengt een rendement van 2,0808 euro op;
  • ...

Een overlijdensdekking zorgt ervoor dat wanneer een werknemer sterft, zijn partner, kinderen of mogelijk nog andere begunstigden een kapitaal of een rente uitbetaald krijgen.

Werknemers: Meer info

Een pensioenfonds is een instelling die wordt opgericht door één of meerdere ondernemingen of bedrijfssectoren met als doel het beheer van hun aanvullende pensioenplannen. De raad van bestuur van deze instelling bestaat voor het merendeel uit vertegenwoordigers van deze onderneming(en) of bedrijfssector(en) en soms ook vertegenwoordigers van de aangeslotenen. Op die manier hebben de oprichtende onderneming(en) of sector(en) rechtstreeks inspraak in het beheer van hun aanvullend pensioenplan en de manier waarop de bijdragen worden belegd.

Een pensioenfonds wordt ook instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of IBP genoemd.

Werknemers: Meer info

Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

Werknemers: Meer info

In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

Werknemers: Meer info

Het pensioenreglement beschrijft de spelregels van het aanvullend pensioenplan.

Het pensioenreglement kan worden opgevraagd bij de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of bij de pensioeninstelling. Op de jaarlijkse pensioenfiche wordt vermeld bij wie men hiervoor terecht kan. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website www.mypension.be.

Werknemers: Meer info

Het aanvullend pensioen is een extra pensioen dat wordt opgebouwd op grond van tewerkstelling binnen een onderneming of een bedrijfssector. Het initiatief voor de opbouw van het aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers. Die belofte wordt de pensioentoezegging genoemd.

Werknemers: Meer info

Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

Voorbeeld:

U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

Werknemers: Meer info

Nadat een aangeslotene uit dienst is getreden (vb. wegens ontslag of brugpensioen) ontvangt hij van de pensioeninstelling een uittredingsfiche met informatie over de stand van zijn aanvullende pensioenrechten en wat hij hiermee kan doen.

Werknemers: Meer info

Bij een pensioenplan van het type vaste prestaties wordt de betaling van een welbepaald pensioen beloofd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) belooft aan zijn werknemers een eenmalig kapitaal of een bepaalde rente bij hun pensionering.

Het pensioenreglement beschrijft hoe groot dit kapitaal of de rente zal zijn: dit wordt meestal berekend op basis van een formule die rekening houdt met het aantal jaren dat de werknemer heeft gewerkt en zijn loon.

Werknemers: Meer info

De verworven prestatie is het aanvullend pensioen dat op de pensioenleeftijd zal worden uitbetaald, rekening houdend met het aantal loopbaanjaren dat de aangeslotene op een bepaald ogenblik al 'op de teller' heeft.

Werknemers: Meer info

Dit is het bedrag aan pensioenreserve dat een aangeslotene op een bepaald ogenblik tijdens zijn loopbaan al heeft opgebouwd en dat verworven is. Dit wil zeggen dat deze reserve niet meer kan worden afgenomen. Wanneer de aangeslotene uit dienst treedt, kan hij dit bedrag overdragen naar een andere pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info