Consumenten

Uw pensioenreserve in het pensioenplan laten zonder wijziging van de pensioentoezegging

Wanneer u uit dienst treedt, kan u ervoor kiezen om uw verworven reserve in het pensioenplan te laten, zonder wijziging van de voorwaarden, of, zoals de wet het omschrijft, zonder wijziging van de pensioentoezegging

Als u geen keuze maakt, wordt deze optie automatisch toegepast. De werkgever of de pensioeninstelling kunnen u dus niet dwingen om uw pensioenreserve over te dragen.

Wat zijn de gevolgen indien ik mijn pensioenreserve in het pensioenplan laat zonder wijziging van de pensioentoezegging?

Wanneer u uw pensioenreserve in het pensioenplan laat, dan blijft u aangesloten bij het pensioenplan van uw vroegere werkgever of sector. Uiteraard bouwt u na uw uitdiensttreding geen nieuwe pensioenrechten meer op. Maar de pensioenrechten die u op dat ogenblik al had opgebouwd, blijven behouden en zullen verder evolueren volgens de regels van het pensioenplan. Werknemers die hun pensioenreserves na hun uitdiensttreding in het pensioenplan laten, worden 'slapers' of 'slapende aangeslotenen' genoemd.

Dat u aangesloten blijft bij het pensioenplan betekent dat u blijft genieten van alle waarborgen en garanties, zowel ten opzichte van de inrichter (uw voormalige werkgever of de sectorale inrichter) als ten opzichte van de pensioeninstelling.

  • Alle verplichtingen die op de inrichter rusten, blijven onverkort doorlopen. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft. Hij blijft steeds uiteindelijk verantwoordelijk voor de nakoming van zijn pensioenbelofte aan de werknemers:
    • bij pensioenplannen van het type vaste bijdragen en cash balance, en in alle gevallen waarbij er persoonlijke bijdragen worden betaald, geniet u van de wettelijke rendementsgarantie; het is de inrichter die daarvoor verantwoordelijk is.
    • bij pensionering heeft u recht op de verworven prestatie. Bij een pensioenplan van het type vaste prestaties, waarbij de inrichter een welbepaald aanvullend pensioen belooft, is opnieuw de inrichter daarvoor verantwoordelijk.

    De verantwoordelijkheid van inrichter blijft bestaan nadat u uit dienst bent getreden, althans voor zover en zolang u uw pensioenreserve in het pensioenplan laat. Wanneer er na de uitdiensttreding iets zou misgaan bij de pensioeninstelling of de beleggingen minder opbrengen dan verwacht, waardoor de bij de pensioeninstelling opgebouwde reserves niet zouden volstaan om de verworven prestatie of de rendementsgarantie te betalen, zal de inrichter moeten bijbetalen.

    Meer informatie over de rol van de inrichter.

  • Wanneer het pensioenplan wordt beheerd door een verzekeringsonderneming, waarborgt deze vaak een vast rendement (verzekeringsovereenkomst met gewaarborgd rendement - tak 21). Ook hierin komt geen verandering, wanneer u uw pensioenreserve in het pensioenplan laat.

Wat zal ik krijgen wanneer ik met pensioen ga?

Wanneer u er voor kiest om uw pensioenreserve in het pensioenplan te laten, dan heeft u bij uw pensionering recht op de verworven prestatie. De verworven prestatie is het bedrag waarop u recht heeft bij pensionering op basis van uw loopbaan tot op het ogenblik dat u uit dienst bent getreden. Het bedrag van de verworven prestatie wordt vermeld in de uittredingsfiche, die u na uw uitdiensttreding ontvangt van de inrichter of de pensioeninstelling.

De berekening van de verworven prestatie verschilt naargelang het type pensioenplan en de waarborgen die de pensioeninstelling mogelijkerwijs biedt. Meer informatie.

  • Bij pensioenplannen van het type vaste prestaties zal de verworven prestatie, die op de uittredingsfiche vermeld wordt, na uw uitdiensttreding normaal gezien niet meer wijzigen;
  • Bij pensioenplannen van het type vaste bijdragen beheerd in het kader van een verzekeringsproduct met gewaarborgd rendement (tak 21), is het mogelijk dat het bedrag van de verworven prestatie dat u terugvindt op de uittredingsfiche nadien nog toeneemt, met name wanneer de verzekeringsonderneming in de volgende jaren nog winstdeelnames zou toekennen.

Bij pensioenplannen van het type vaste bijdragen waarbij de pensioeninstelling geen vast rendement waarborgt (een pensioenfonds of een verzekeringsproduct zonder gewaarborgd rendement (tak23)), is het niet mogelijk om een verworven prestatie te berekenen, aangezien het bedrag waarop u bij pensionering recht heeft, niet vaststaat.

In sommige pensioenplannen van het type cash balance voorziet het pensioenreglement niet in een vast rendement, maar in een flexibel rendement, bijvoorbeeld een rendement dat is gekoppeld aan de inflatie of aan de evolutie van het rendement op overheidsobligaties. In die gevallen is het onmogelijk om op voorhand exact te berekenen op welk bedrag u bij pensionering recht zal hebben. Daardoor is het dan ook niet mogelijk om een verworven prestatie te berekenen.

Op welke manier evolueren de verworven reserves?

De verworven reserve die u al heeft opgebouwd op het ogenblik dat u uit dienst treedt, zal jaar na jaar verder aangroeien tot ze op de pensioenleeftijd gelijk is aan de verworven prestatie.

De manier waarop dit precies gebeurt, hangt af van het type pensioenplan. We overlopen kort de verschillende types pensioenplannen:

  • Pensioenplan van het type vaste prestaties

     

    Bij een  pensioenplan van het type vaste prestaties weerspiegelt de verworven reserve de huidige waarde (of actuele waarde) van de verworven prestatie die bij pensionering zal worden uitbetaald. Om die huidige waarde te berekenen, zal men de verworven prestatie “actualiseren” op basis van een aantal berekeningselementen, waaronder een rentevoet van (meestal) 6 % en een sterftetafel, die de kans weergeeft om op de pensioenleeftijd nog in leven te zijn. Meer informatie over de berekening van de verworven reserve.

     

    Deze berekeningswijze heeft voor gevolg dat, wanneer u uw pensioenreserve in het pensioenplan laat zonder wijziging van de pensioentoezegging, deze jaarlijks met 6 % zal toenemen. In de huidige economische omstandigheden is dit erg gunstig. Indien u uw pensioenreserve zou overdragen, is het immers erg onwaarschijnlijk dat deze reserve jaarlijks een rendement van 6 % zou opbrengen.

     

    De reserve groeit zelfs nog sneller omdat bij de berekening van de verworven reserve ook rekening wordt gehouden met de kans dat u overlijdt voor u met pensioen gaat. Bij dit type van pensioenplannen blijven bij overlijden van een aangeslotene diens pensioenreserves doorgaans bij de pensioeninstelling en dragen zij dus bij in de financiering van de pensioenrechten van de andere aangeslotenen. Voor de berekening van de overlevingskansen doen de pensioeninstellingen beroep op zogenaamde sterftetafels.
  • Pensioenplan van het type vaste bijdragen

     

    Bij een  pensioenplan van het type vaste bijdragen zal uw pensioenreserve verder worden belegd en een rendement opbrengen op dezelfde manier als de pensioenreserves van de actieve aangeslotenen, uiteraard zonder dat er nog bijkomende premies worden betaald.

     

    Wanneer de pensioeninstelling een rendement waarborgt (verzekeringsproduct met gewaarborgd rendement - tak 21), loopt deze waarborg verder na uw uitdiensttreding. Uw pensioenreserve wordt verder gekapitaliseerd aan het gewaarborgde rendement zodat deze op de pensioenleeftijd het bedrag van de verworven prestatie bereikt.

     

    Indien de pensioeninstelling geen rendement waarborgt (pensioenfonds of een verzekeringsproduct zonder gewaarborgd rendement - tak 23), zal uw pensioenreserve verder aangroeien volgens de opbrengst van de beleggingen. In dit geval is het niet mogelijk om op voorhand te bepalen hoe uw pensioenreserve verder zal evolueren. 

  • Pensioenplan van het type cash balance

    Bij  pensioenplannen van het type cash balance wordt de verworven reserve berekend door de aan de aangeslotene toegewezen bijdragen tot op het ogenblik van de uitdiensttreding te kapitaliseren op basis van het in het pensioenreglement vastgelegd rendement.

Wat met de rendementsgarantie?

Op het ogenblik van uw uitdiensttreding wordt de wettelijke rendementsgarantie definitief vastgesteld. Dit bedrag evolueert nadien niet verder. Bij uw uitdiensttreding wordt de rendementsgarantie als het ware “bevroren”.

Wanneer u er voor kiest om uw pensioenreserve in het pensioenplan te laten, moet de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie blijven garanderen tot wanneer u met pensioen gaat. Bij pensionering heeft u sowieso minstens recht op dit bedrag. Aangezien de rendementsgarantie na uw uitdiensttreding niet verder evolueert, spreekt men van een 0 %-garantie.

Bij uw uitdiensttreding wordt het bedrag van de wettelijke rendementsgarantie vastgesteld. Dit bedrag wordt gegarandeerd tot aan de pensionering, maar zonder dat dit nog evolueert of een rendement opbrengt. Er is dus geen bescherming tegen de inflatie: na verloop van jaren zal dit bedrag minder waard zijn omdat het leven steeds duurder wordt.

Bij pensionering moet de pensioeninstelling nagaan of uw aanvullend pensioen niet lager uitvalt dan de wettelijke rendementsgarantie. U heeft in elk geval recht op het hoogste van de twee bedragen. Als zou blijken dat uw aanvullend pensioen minder bedraagt dan de wettelijke rendementsgarantie, dan moet de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) het verschil bijpassen.

Wat krijgen mijn nabestaanden wanneer ik overlijd?

Sommige pensioenplannen voorzien enkel een overlijdensdekking zolang de werknemer in dienst is. De overlijdensdekking wordt dan stopgezet op het ogenblik dat u de onderneming of sector verlaat.

Soms wordt nog wel voorzien in de terugbetaling van de pensioenreserve wanneer u na uw uitdiensttreding zou overlijden, maar in andere gevallen blijft er geen enkele overlijdensdekking behouden. In dat laatste geval ontvangen uw nabestaanden dus geen vergoeding als u zou overlijden vóór uw pensionering, zelfs niet de terugbetaling van de door u opgebouwde pensioenreserve. Wanneer u uit dienst treedt, is het dan ook erg belangrijk om na te gaan of er al dan niet een overlijdensdekking behouden blijft. U kan dit nakijken op de uittredingsfiche.

Bent u aangesloten bij zo'n pensioenplan en wil u na uw uitdiensttreding toch een overlijdensdekking, dan heeft u volgende mogelijkheden:

  • u kan uw pensioenreserve in het pensioenplan laten, maar opteren voor een overlijdensdekking die overeenstemt met de verworven reserve. Meer informatie.
  • u kan uw pensioenreserve overdragen, waarbij u kan kiezen voor een overlijdensdekking. Meer informatie.

Opgelet, aangezien er na de uitdiensttreding geen bijdragen meer worden gestort, zal een deel van uw pensioenreserve gebruikt worden om de overlijdensdekking te financieren. Hierdoor zal uw aanvullend pensioen lager zijn op het ogenblik dat u met pensioen gaat dan wanneer u zou kiezen voor het achterlaten van uw reserve in het pensioenplan zonder wijziging van de pensioentoezegging.

Wat zijn de voor- en nadelen van het behoud van uw pensioenreserve in het pensioenplan zonder wijziging van de pensioentoezegging?

Voordelen 
  • U blijft aangesloten bij het oorspronkelijke pensioenplan.  Dat betekent dat u blijft genieten van alle waarborgen en garanties, zowel ten opzichte van de inrichter (uw voormalige werkgever of de sectorale inrichter), als ten opzichte van  de pensioeninstelling.
  • U blijft genieten van de wettelijke rendementsgarantie zoals ze werd berekend bij uw uitdiensttreding.  Deze neemt wel niet verder toe.
  • De rendementen waarop u recht heeft, liggen in de huidige economsiche omstandigheden vaak een heel stuk hoger dan de rendementen die u zou kunnen behalen wanneer u uw reserves overdraagt.  Dat geldt vooral bij pensioenplannen van het type vaste prestaties. 
Nadelen
  • Het is mogelijk dat het pensioenplan niet meer voorziet in een overlijdensdekking na uw uitdiensttreding. Wanneer u overlijdt tussen het moment van uw ontslag en de pensionering wordt in dat geval niets uitgekeerd aan de nabestaanden.
  • Wanneer u vaak van job verandert en u telkens uw pensioenreserves in het pensioenplan achterlaat, zitten uw pensioenrechten verspreid over verschilllende pensioenplannen en pensioeninstellingen.  Dit maakt het wat moeilijker om het overzicht te bewaren. Sinds okotober 2016 kan u uw aanvullende pensioenrechten raadplegen via de website www.mypension.be. U vindt er een overzicht van al uw aanvullende pensioenrechten, zodat dit argument minder belangrijk wordt.

Personen die zijn aangesloten bij een aanvullend pensioenplan worden aangeslotenen genoemd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • actieve aangeslotenen: dit zijn personen die nog in dienst zijn:

    • van de werkgever die voor hen een aanvullend pensioen opbouwt;
    • of binnen de bedrijfssector waarvoor het pensioenplan geldt;
  • slapers: dit zijn personen die niet meer in dienst zijn binnen de onderneming of bedrijfssector, maar hun reserves in het pensioenplan achterlaten;
  • rentegenieters: dit zijn personen die met pensioen zijn en waarvan het aanvullend pensioen in de vorm van een rente wordt uitbetaald.

Werknemers: Meer info.

Het aanvullend pensioen is een pensioen dat door een werkgever (of een bedrijfssector) wordt opgebouwd voor zijn werknemers. Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen en kan de vorm aannemen van een eenmalig kapitaal of een periodieke (maandelijkse, jaarlijkse,...) rente.

De aanvullende pensioenen worden ook wel de 'tweede pensioenpijler' genoemd.

Werknemers: Meer info

Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

  • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

en/of

  • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info

Bij een pensioenplan van het type cash balance belooft de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) een pensioen dat wordt samengesteld uit een bepaalde bijdrage, verhoogd met een in het pensioenreglement vastgesteld rendement.

Hoewel dit erg lijkt op een pensioenplan van het type vaste bijdragen met een door de werkgever gegarandeerd rendement, is het eigenlijk een bijzonder type van vaste prestatieplan. De inrichter belooft immers een welbepaald eindresultaat. Dit eindresultaat wordt uitgedrukt als de kapitalisatie (aan een in het pensioenreglement vastgesteld rendement) van de aan de aangeslotene toegewezen bijdragen.

Werknemers: Meer info

Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

  • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
  • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

Werknemers: Meer info

Kapitaliseren betekent dat de interest die men op een bepaald bedrag krijgt, nadien bij dat bedrag wordt gevoegd en zo op zijn beurt ook interest zal opbrengen.
Voorbeeld: er wordt een rendement van 2% gegarandeerd.

  • Jaar 1: een bedrag van 100 euro brengt een rendement van 2 euro op;
  • Jaar 2: een bedrag van 102 euro brengt een rendement van 2,04 euro op;
  • Jaar 3: een bedrag van 104,04 euro brengt een rendement van 2,0808 euro op;
  • ...

Een overlijdensdekking zorgt ervoor dat wanneer een werknemer sterft, zijn partner, kinderen of mogelijk nog andere begunstigden een kapitaal of een rente uitbetaald krijgen.

Werknemers: Meer info

Een pensioenfonds is een instelling die wordt opgericht door één of meerdere ondernemingen of bedrijfssectoren met als doel het beheer van hun aanvullende pensioenplannen. De raad van bestuur van deze instelling bestaat voor het merendeel uit vertegenwoordigers van deze onderneming(en) of bedrijfssector(en) en soms ook vertegenwoordigers van de aangeslotenen. Op die manier hebben de oprichtende onderneming(en) of sector(en) rechtstreeks inspraak in het beheer van hun aanvullend pensioenplan en de manier waarop de bijdragen worden belegd.

Een pensioenfonds wordt ook instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of IBP genoemd.

Werknemers: Meer info

Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

Werknemers: Meer info

In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

Werknemers: Meer info

Het pensioenreglement beschrijft de spelregels van het aanvullend pensioenplan.

Het pensioenreglement kan worden opgevraagd bij de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of bij de pensioeninstelling. Op de jaarlijkse pensioenfiche wordt vermeld bij wie men hiervoor terecht kan. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website www.mypension.be.

Werknemers: Meer info

Het aanvullend pensioen is een extra pensioen dat wordt opgebouwd op grond van tewerkstelling binnen een onderneming of een bedrijfssector. Het initiatief voor de opbouw van het aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers. Die belofte wordt de pensioentoezegging genoemd.

Werknemers: Meer info

Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

Voorbeeld:

U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

Om het beleggingsrisico voor de aangeslotenen te beperken, heeft de wet een rendementsgarantie ingevoerd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) is verplicht om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen bij pensionering of overdracht na uitdiensttreding, minstens het bedrag van de gestorte werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen krijgen, gekapitaliseerd tegen een wettelijk vastgesteld minimumrendement.

Werknemers: Meer info

Nadat een aangeslotene uit dienst is getreden (vb. wegens ontslag of brugpensioen) ontvangt hij van de pensioeninstelling een uittredingsfiche met informatie over de stand van zijn aanvullende pensioenrechten en wat hij hiermee kan doen.

Werknemers: Meer info

Bij een pensioenplan van het type vaste prestaties wordt de betaling van een welbepaald pensioen beloofd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) belooft aan zijn werknemers een eenmalig kapitaal of een bepaalde rente bij hun pensionering.

Het pensioenreglement beschrijft hoe groot dit kapitaal of de rente zal zijn: dit wordt meestal berekend op basis van een formule die rekening houdt met het aantal jaren dat de werknemer heeft gewerkt en zijn loon.

Werknemers: Meer info

De verworven prestatie is het aanvullend pensioen dat op de pensioenleeftijd zal worden uitbetaald, rekening houdend met het aantal loopbaanjaren dat de aangeslotene op een bepaald ogenblik al 'op de teller' heeft.

Werknemers: Meer info

Dit is het bedrag aan pensioenreserve dat een aangeslotene op een bepaald ogenblik tijdens zijn loopbaan al heeft opgebouwd en dat verworven is. Dit wil zeggen dat deze reserve niet meer kan worden afgenomen. Wanneer de aangeslotene uit dienst treedt, kan hij dit bedrag overdragen naar een andere pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info