Professionelen

Vragen en antwoorden met betrekking tot financiële planning

  • 1. Wat is het doel van de FAQ?

    Met de inwerkingtreding op 1 november 2014 van de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en van het koninklijk besluit van 8 juli 2014 tot uitvoering van de wet, is een wettelijk kader gecreëerd voor het verstrekken van raad over financiële planning.

    Voortaan mag niemand in België nog raad over financiële planning verstrekken als hij niet als onafhankelijk financieel planner is erkend door de FSMA of als hij niet over het statuut van gereglementeerde onderneming beschikt.

    Aangezien het nieuwe wetgeving betreft, heeft de wetgever een overgangsperiode tot 30 april 2015 voorzien voor wie reeds actief was in de sector van de financiële planning op het moment dat de wet van kracht werd (1 november 2014).

    Deze FAQ zijn dynamisch van opzet. Ze hebben tot doel zo concreet mogelijk te antwoorden op de vragen die het meest worden gesteld door gereglementeerde ondernemingen, de kandidaten-onafhankelijk financieel planner en de juridische adviseurs van die entiteiten. De vragen kunnen zowel theoretisch als praktisch van aard zijn. Er is voor geopteerd om elke vraag afzonderlijk en zo volledig mogelijk te beantwoorden en daarbij zo min mogelijk naar andere FAQ te verwijzen. Dit betekent dat herhalingen onvermijdelijk zijn. Dit document vormt geenszins een volledig of definitief antwoord op alle vragen met betrekking tot de nieuwe wetgeving. Het kan evenmin als een juridisch advies worden beschouwd.

  • 2. Wat dekt het statuut van onafhankelijk financieel planner?

    De wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen heeft tot doel de activiteiten te reglementeren die erin bestaan raad te verstrekken over financiële planning:

    • door alle personen die momenteel niet aan een statuut zijn onderworpen en die voornemens zijn de bedoelde activiteit als hun gewone professionele activiteit uit te oefenen, voortaan aan een controle op de toegang tot het beroep te onderwerpen en door de titel van onafhankelijk financieel planner te beschermen;
    • door gedragsregels vast te leggen die van toepassing zijn op de onafhankelijk financieel planners en op de gereglementeerde ondernemingen die raad over financiële planning verstrekken.
  • 3. Hoe kunt u een aanvraag tot vergunning als onafhankelijk financieel planner indienen bij de FSMA?

    Vergunningsaanvragen kunnen bij de FSMA worden ingediend via elektronische weg (opm@fsma.be) én door een dossier voor een vergunningsaanvraag per post te versturen.

    De FSMA heeft een memorandum over het verkrijgen van een vergunning als onafhankelijk financieel planner naar Belgisch recht opgesteld. Lees dit document alvorens uw dossier voor een vergunningsaanvraag op te sturen.

    Alle vragen betreffende het dossier voor een vergunningsaanvraag kunnen naar de FSMA worden gestuurd via volgend emailadres: opm@fsma.be.

  • 4. Binnen welke termijn dient de FSMA een vergunningsaanvraag te behandelen?

    De FSMA dient zich binnen drie maanden na ontvangst van een volledig dossier uit te spreken over het al dan niet toekennen van een vergunning als onafhankelijk financieel planner.

    De verwerkingsduur van het dossier is grotendeels afhankelijk van de kwaliteit van het dossier ter ondersteuning van de vergunningsaanvraag en van de snelheid waarmee de kandidaat-onafhankelijk financieel planner op de vragen van de FSMA antwoordt.

    Het verdient aanbeveling contact op te nemen met de FSMA alvorens een dossier voor een vergunningsaanvraag in te dienen.

  • 5. Welke kosten gaan gepaard met het statuut van onafhankelijk financieel planner?

    Voor het indienen van een aanvraag voor een vergunning als onafhankelijk financieel planner dient een bijdrage aan de FSMA te worden betaald. Overeenkomstig artikel 28, § 1 van het koninklijk besluit van 17 mei 2012 betreffende de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA dienen alle ondernemingen die een aanvraag tot vergunning indienen een bijdrage van 2.500 EUR te betalen aan FSMA voor het onderzoek van die aanvraag.

    Na het verkrijgen van de vergunning dienen onafhankelijk financieel planners een jaarlijkse bijdrage te betalen die als volgt wordt berekend:

    • een forfaitair basisbedrag van 2.500 EUR;
    • het basisbedrag wordt verhoogd met
      • 500 EUR per medewerker die gemachtigd is om de persoon te vertegenwoordigen bij het verstrekken van raad over financiële planning als de onafhankelijk financieel planner een natuurlijk persoon is;
      • 500 EUR per effectieve leider vanaf de tweede effectieve leider en 500 EUR per medewerker die gemachtigd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen bij het verstrekken van raad over financiële planning als de onafhankelijk financieel planner een rechtspersoon is.

    De som van de bedragen die de onafhankelijk financieel planner verschuldigd is, is geplafonneerd op 10.000 EUR.

  • 6. Dienen de onafhankelijk financieel planner en de medewerkers die gemachtigd zijn om de onafhankelijke financiële planner te vertegenwoordigen over specifieke diploma’s, certificaten en/of praktijkervaring te beschikken?

    De wet bepaalt dat de onafhankelijk financieel planner en de medewerkers die gemachtigd zijn om hem te vertegenwoordigen over de passende deskundigheid moeten beschikken. De controle van die deskundigheid zal onder meer, maar niet uitsluitend, betrekking hebben op de behaalde diploma’s en de gevolgde opleidingen betreffende de vier aspecten die de financiële planning kenmerken: het burgerlijk recht, het fiscaal recht en de fiscaliteit, de sociale zekerheid en de bestaanszekerheid, en de economische en financiële context.

    De FSMA beoordeelt geval per geval of een kandidaat-onafhankelijk financieel planner of een medewerker die gemachtigd is om hem te vertegenwoordigen al dan niet beschikt over de passende deskundigheid, rekening houdend met alle elementen in het dossier ter ondersteuning van de vergunningsaanvraag.

  • 7. Wie moet in het geval van een onafhankelijk financieel planner die een rechtspersoon is over de professionele betrouwbaarheid en de passende deskundigheid beschikken?

    • de leden van het wettelijk bestuursorgaan van de onderneming;
    • de personen belast met de effectieve leiding; en
    • eventueel de medewerkers die gemachtigd zijn om de onafhankelijk financieel planner te vertegenwoordigen.
  • 8. De vergunningsaanvraag van een onafhankelijk financieel planner die een rechtspersoon is, moet vermelden wie met de effectieve leiding is belast. Wat wordt onder ‘effectieve leiding’ verstaan?

    Iedereen die onder welke naam of in welke hoedanigheid ook (bestuurder, zaakvoerder, directeur, …) aan de leiding of het beleid van de onderneming participeert of die een reële invloed heeft op de feitelijke leiding van de onderneming, wordt als effectieve leider beschouwd.

  • 9. De vergunningsaanvraag van een onafhankelijk financieel planner die een rechtspersoon is, moet vermelden wie de controle op de onderneming uitoefent. Wat wordt onder ‘controle’ van de onderneming verstaan?

    Het begrip controle heeft betrekking op de aandeelhouders of vennoten die een directe of indirecte controle over de vennootschap uitoefenen, de personen die de bevoegdheid hebben om in rechte of in feite een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van de bestuurders of zaakvoerders van de vennootschap of op de oriëntatie van het beleid.

    Overeenkomstig artikel 5, § 2 van het Wetboek van Vennootschappen is de controle in rechte en wordt ze onweerlegbaar vermoed:

    • wanneer zij voortvloeit uit het bezit van de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van de betrokken vennootschap;
    • wanneer een vennoot het recht heeft de meerderheid van de bestuurders of zaakvoerders te benoemen of te ontslaan;
    • wanneer een vennoot krachtens de statuten van de betrokken vennootschap of krachtens met die vennootschap gesloten overeenkomsten over de controlebevoegdheid beschikt;
    • wanneer op grond van een overeenkomst met andere vennoten van de betrokken vennootschap een vennoot beschikt over de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van die vennootschap.

    Die aandeelhouders of vennoten moeten als natuurlijk persoon of als rechtspersoon bijlage 3 of 4 invullen bij het memorandum over het verkrijgen van een vergunning als onafhankelijk financieel planner naar Belgisch recht.

  • 10. Welke verzekeringsondernemingen kunnen een verzekeringspolis aanbieden die beantwoordt aan de vereisten van artikel 9 van het koninklijk besluit?

    De FSMA nodigt kandidaten-‘onafhankelijk financieel planner’ uit om de lijst te raadplegen met verzekeringsondernemingen erkend door de Nationale Bank van België en gemachtigd om de risico’s van tak 13 ‑ algemene aansprakelijkheid ‑ te dekken.

  • 11. Hoe kan ik nagaan of een onafhankelijk financieel planner erkend is door de FSMA?

  • 12. Mag een persoon die geen gereglementeerde onderneming is een activiteit als ‘niet-onafhankelijk’ financieel planner uitoefenen zonder door de FSMA vergund te zijn?

    Nee, dat is niet mogelijk. Ofwel oefent de persoon de activiteit van onafhankelijk financieel planner uit en moet hij erkend zijn door de FSMA, ofwel onthoudt hij zich van die activiteit. De enige personen die gemachtigd zijn om die activiteit zonder specifieke extra vergunning uit te oefenen, zijn de gereglementeerde ondernemingen bedoeld in artikel 4, 3° van de wet.

    De gereglementeerde ondernemingen zijn de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, § 3 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de verzekeringsondernemingen onderworpen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening als bedoeld in artikel 2, lid 1, 1° van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, de verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld in artikel 5, 20° van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 4, 2° van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en de instellingen voor collectieve belegging als respectievelijk bedoeld in artikel 3, 1° en artikel 3, 10° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles en de beheerders van alternatieve instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 13° van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders.

  • 13. Artikel 3, § 2, b), van de wet voorziet dat personen die raad over financiële planning verstrekken exclusief voor rekening van één enkele familie, niet aan de wet zijn onderworpen (uitgezonderd artikel 7, § 1, 1° en § 2 betreffende het gebruik van de titels van financieel planner en onafhankelijk financieel planner). Wat verstaat men precies onder familie?

    De familie bestaat uit een gezin, zijnde alle personen die onder hetzelfde dak wonen, maar ook alle personen die door bloed- of aanverwantschap een familiale groep vormen. De graad van bloedverwantschap doet niet ter zake.

  • 14. Mag een persoon die niet aan de vergunningsverplichting is onderworpen toch een vergunning als onafhankelijk financieel planner aanvragen?

    Indien het een persoon betreft die onderworpen is aan een door de wet voorziene deontologische code die het verstrekken van raad over financiële planning niet uitsluit, moet de kandidaat-onafhankelijk financieel planner nagaan of de beroepsgroep waartoe hij behoort hem toestaat zijn bestaand statuut te cumuleren met het statuut van onafhankelijk financieel planner.

  • 15. Mogen volgende statuten worden gecumuleerd?

    • Gereglementeerde onderneming en onafhankelijk financieel planner:
      Een gereglementeerde onderneming mag het statuut van gereglementeerde onderneming niet cumuleren met het statuut van onafhankelijk financieel planner. Ze mag daarentegen wel raad over financiële planning verstrekken op voorwaarde dat ze de gedragsregels voorzien door de wet en het koninklijk besluit naleeft.
    • Betalingsinstelling en onafhankelijk financieel planner:
      Een betalingsinstelling als bedoeld in de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen mag haar statuut van betalingsinstelling niet cumuleren met het statuut van onafhankelijk financieel planner.
    • Vastgoedmakelaar en onafhankelijk financieel planner:
      Een vastgoedmakelaar als bedoeld in artikel 2, 4° van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar mag zijn statuut van vastgoedmakelaar niet cumuleren met het statuut van onafhankelijk financieel planner.
  • 16. Is de vrijstelling van vergunning voor een persoon onderworpen aan een door de wet voorziene deontologische code ook van toepassing als die persoon afkomstig is uit een ander land dat lid is van de Europese Economische Ruimte?

    Ja, als die persoon onderworpen is aan een deontologische code voorzien door de wet van zijn land van herkomst, op voorwaarde dat die deontologische code dergelijke activiteit niet uitsluit.

  • 17. Kan het verstrekken van raad over financiële planning het voorwerp uitmaken van een raamovereenkomst?

    Ja, op voorwaarde dat de onafhankelijk financieel planner of de gereglementeerde onderneming alle relevante gegevens (behoeften en doelstellingen van de cliënt, multidisciplinaire analyse, totaal van het vermogen, ...) bijwerkt alvorens opnieuw raad te verstrekken over de financiële planning.

  • 18. Moeten de onafhankelijk financieel planner of de gereglementeerde onderneming gestandaardiseerde vragenlijsten gebruiken?

    De wet bepaalt dat de vereiste informatie om raad over de financiële planning te kunnen verstrekken schriftelijk moet worden ingezameld maar geeft geen precisering over hoe dit moet gebeuren.

    Wat de onafhankelijk financieel planner betreft, controleert de FSMA bij de behandeling van het vergunningsdossier of de manier waarop de onafhankelijk financieel planner voornemens is te werken hem in staat zal stellen om de door de wet vereiste informatie te verzamelen.

    Het verzamelen van informatie zal zowel voor de onafhankelijk financieel planners als voor de gereglementeerde ondernemingen het voorwerp uitmaken van controles achteraf.

  • 19. Mogen de MiFID- of AssurMiFID-vragenlijsten worden gebruikt voor de financiële planning?

    Het behoort aan de gereglementeerde ondernemingen om de adequaatste manier te bepalen voor het verzamelen van alle relevante informatie voor de financiële planning.

    In elk geval moeten de gereglementeerde ondernemingen alle informatie verzamelen vereist door de wet van 25 april 2014 en haar koninklijk uitvoeringsbesluit van 8 juli 2014.

  • 20. Wordt het verstrekken van algemene informatie beschouwd als raad over financiële planning in de zin van de wet van 25 april 2014?

    Het verstrekken van algemene informatie is geen raad over financiële planning in de zin van de wet van 25 april 2014.

    Raad over financiële planning betreft immers raad over het optimaliseren, met name van de structuur, de planning in de tijd, de bescherming, de juridische organisatie of de overdracht, van het vermogen van een cliënt, op grond van de behoeften en de doelstellingen die de cliënt aangeeft, met uitzondering van het verstrekken van investeringsdiensten of elk ander advies dat betrekking heeft op individuele financiële producten.

    Algemene informatie is geen specifiek advies aan een cliënt op grond van zijn behoeften en doelstellingen. Dergelijke informatie wordt vaak verstrekt aan de hand van nieuwsbrieven of brochures bestemd voor een algemene doelgroep (bijvoorbeeld cliënten van private banking).

    Voorbeelden van informatie die niet als raad over financiële planning wordt beschouwd:

    • in het algemeen uitleg geven aan cliënten over de kenmerken en gevolgen van het in een vennootschap onderbrengen van een activiteit, over de juridische gevolgen van alternatieve technieken om een goed te schenken of over bepaalde buitenlandse belastingregimes;
    • bestaande of potentiële cliënten informeren over nieuwe wetgeving, over standpunten van de fiscale administratie of over bepaalde onderwerpen die van belang zijn in de context van successieplanning.
  • 21. Wordt het verstrekken van geïndividualiseerde informatie beschouwd als raad over financiële planning in de zin van de wet van 25 april 2014?

    Het verstrekken van geïndividualiseerde informatie is op zichzelf geen raad over financiële planning in de zin van de wet van 25 april 2014, ook al gebeurt het verstrekken van informatie op grond van de individuele situatie van een cliënt.

    De wet van 25 april 2014 is immers slechts van toepassing als de geleverde dienst raad betreft over het optimaliseren, met name van de structuur, de planning in de tijd, de bescherming, de juridische organisatie of de overdracht, van het vermogen van een cliënt, op grond van de behoeften en de doelstellingen die de cliënt aangeeft.

    Voorbeelden die niet als raad over financiële planning worden beschouwd:

    • de berekening van door de cliënt verschuldigde successierechten;
    • informatie over het toepasselijke erfstelsel bij gebrek aan specifieke maatregelen;
    • fiscale en erfrechtelijke adviezen die bij de commercialisering van een financieel product worden gegeven.
  • 22. Wordt het geven van antwoorden op specifieke vragen beschouwd als raad over financiële planning in de zin van de wet van 25 april 2014?

    Die antwoorden worden niet beschouwd als raad over financiële planning voor zover die antwoorden geen betrekking hebben op het optimaliseren, met name van de structuur, de planning in de tijd, de bescherming, de juridische organisatie of de overdracht, van het vermogen van een cliënt, op grond van de behoeften en de doelstellingen die de cliënt aangeeft.

    In principe worden specifieke vragen gekenmerkt door de volgende drie elementen:

    1. ze hebben betrekking op een specifiek aspect van het recht of een rechtspunt betreffende een specifieke verrichting;
    2. het is niet nodig om de volledige situatie van de cliënt te kennen om een nauwkeurig en volledig antwoord te kunnen geven;
    3. de antwoorden mogen een persoonlijk karakter hebben.

    Voorbeelden die niet als raad over financiële planning worden beschouwd:

    • een cliënt wenst een tweede verblijf in Frankrijk te verwerven en wil weten hoe hij die aankoop kan doen;
    • een cliënt vraagt informatie over de techniek van de gesplitste aankoop vruchtgebruik – blote eigendom.
  • 23. Is het begeleiden van een cliënt bij de uitvoering van een vermogens- of successieplanning onderworpen aan de wet van 25 april 2014?

    Het begeleiden van een cliënt bij de uitvoering van een vermogens- of successieplanning is niet onderworpen aan de vereisten van de wet van 25 april 2014 aangezien geen enkele raad wordt gegeven over het optimaliseren, met name van de structuur, de planning in de tijd, de bescherming, de juridische organisatie of de overdracht, van het vermogen van een cliënt, op grond van de behoeften en de doelstellingen die de cliënt aangeeft.

    Voorbeelden:

    • een cliënt heeft rechtstreeks bij een advocaat of notaris advies ingewonnen over de structuur van een schenking aan zijn kleinkinderen:
      • er is hem aangeraden om een bankgift te doen. De cliënt vraagt aan zijn bank om de nodige documenten op te stellen;
      • er is hem aangeraden om een schenking via een notaris te doen en een burgerlijke vennootschap op te richten. De cliënt vraagt advies aan zijn bank over het ontwerp van schenkingsakte opgesteld door de notaris en de statuten opgesteld door de advocaat;
    • een cliënt heeft rechtstreeks bij een notaris advies ingewonnen met betrekking tot het optimaliseren van zijn huwelijksstelsel of zijn nalatenschap. De cliënt vraagt aan zijn bank om een ontwerp van huwelijkscontract of testament opgesteld door zijn notaris na te lezen;
    • een cliënt heeft besloten een som geld aan zijn kinderen te schenken en belast zijn bank met de uitvoering van die verrichting op basis van een standaardcontract. Uitleg en advies die de bank geeft met betrekking tot de gepastheid van vaak voorkomende bedingen in modellen van standaardcontracten, worden niet als raad over financiële planning beschouwd;
    • een bank of een beleggingsonderneming heeft raad over financiële planning gegeven en de cliënt geeft hen opdracht de financiële planning uit te voeren. In dit geval is het belangrijk dat er op operationeel gebied een onderscheid wordt gemaakt tussen het team voor de financiële planning en het team dat beleggingsdiensten aanbiedt of de cliënt voorstelt om bepaalde financiële producten of specifieke verzekeringen te (ver)kopen. Een bank of beleggingsonderneming mag de cliënt vergezellen bij de notaris of advocaat voor formaliteiten die hierop betrekking hebben. Als de cliënt in het kader van zo’n begeleiding echter vragen stelt die verband houden met de planningstechniek, mag de bank of beleggingsonderneming die alleen beantwoorden als ze de tussenkomst vraagt van iemand van de dienst financiële planning.
  • 24. Worden de simulatiemodellen die door de onafhankelijk financieel planners en de gereglementeerde ondernemingen worden gebruikt beschouwd als financiële planning in de zin van de wet van 25 april 2014?

    Als die simulatiemodellen het mogelijk maken raad te geven over de financiële planning (anders gezegd als die hulpmiddelen op zich raad geven over het optimaliseren, met name van de structuur, de planning in de tijd, de bescherming, de juridische organisatie of de overdracht, van het vermogen van een cliënt, op grond van de behoeften en de doelstellingen die hij aangeeft), zal het gebruik ervan worden beschouwd als een activiteit van financiële planning onderworpen aan de vereisten van de wet van 25 april 2014.

    Deze simulatiemodellen worden daarentegen niet beschouwd als financiële planning in de zin van de wet van 25 april 2014 als ze het niet mogelijk maken een raad te geven over de optimalisatie van het vermogen van de cliënt.

    Voorbeeld:

    simulatiemodellen gebruikt in het kader van het leveren van beleggingsdiensten (spaarcalculator of simulator waarmee een extrapolatie kan worden gemaakt van de toekomstige inkomsten op basis van de financiële producten in het vermogen).

    Die simulatiemodellen zullen dus geval per geval worden geëvalueerd.

  • 25. Mag het verstrekken van raad over financiële planning worden beperkt tot een deel van het vermogen van de cliënt?

    Op uitdrukkelijk verzoek van de cliënt, opgenomen in de overeenkomst inzake financiële planning, mag het verstrekken van raad over financiële planning betrekking hebben op een deel van het vermogen en niet het algehele vermogen.

  • 26. Is het verstrekken van raad over financiële planning mogelijk als een volledig overzicht van het vermogen van een cliënt ontbreekt?

    In principe heeft de raad over financiële planning altijd betrekking op het optimaliseren van het algehele vermogen. Dit houdt in dat de cliënt een volledig overzicht moet geven van zijn vermogen, zodat de onafhankelijk financieel planner of de gereglementeerde onderneming zijn doelstellingen en behoeften kan bepalen.

    De wet heeft echter voorzien dat de cliënt de draagwijdte van de raad over financiële planning kan beperken door aan te geven op welke delen van zijn vermogen de raad over financiële planning betrekking moet hebben.

    Als de cliënt weigert een volledig overzicht van zijn vermogen te geven en het voor de onafhankelijk financieel planner en de gereglementeerde onderneming onmogelijk is zijn behoeften en doelstellingen te bepalen, moeten de onafhankelijk financieel planner en de gereglementeerde onderneming zich onthouden van het verstrekken van raad over financiële planning aan die cliënt.

    In dat geval mogen de onafhankelijk financieel planner en de reglementeerde onderneming algemene informatie aan de cliënt geven of antwoorden op specifieke vragen voor zover deze vragen geen betrekking hebben op de optimalisatie van het vermogen.

  • 27. Mag het verstrekken van raad over financiële planning worden beperkt tot het onderzoek van het fiscaal recht en de fiscaliteit?

    In principe moet het verstrekken van raad over financiële planning de vier dimensies voorzien door de wet belichten, namelijk het burgerlijk recht, het fiscaal recht en de fiscaliteit, de sociale zekerheid en de bestaanszekerheid, en de economische en financiële context.

    Als de cliënt niet wenst dat zijn situatie het voorwerp uitmaakt van een multidisciplinaire analyse die rekening houdt met die vier dimensies, moet dit verzoek van de cliënt in de overeenkomst worden vermeld.

    Er dient omzichtig gebruik te worden gemaakt van een systeem waarbij de cliënt de uitgesloten aspecten aankruist. Het is beter dat de cliënt zelf aangeeft welke aspecten hij van de raad over financiële planning wenst uit te sluiten.

    In elk geval dient de cliënt op de hoogte te zijn van de verplichting om die 4 dimensies bij de raad over financiële planning te belichten. Het initiatief om de draagwijdte van het raad over financiële planning te beperken ligt bij de cliënt.

  • 28. Mag een onafhankelijk financieel planner of een gereglementeerde onderneming een beroep doen op externe deskundigen om bepaalde dimensies van financiële planning te behandelen?

    Ja, de onafhankelijk financieel planner en de gereglementeerde onderneming mogen een beroep doen op externe deskundigen om bepaalde aspecten van financiële planning te behandelen. De verplichting van een multidisciplinaire analyse is geen bezwaar om een beroep te doen op externe adviesgevers, indien en voor zover de onafhankelijk financieel planner of de gereglementeerde onderneming niet over de noodzakelijke knowhow beschikt om één van de dimensies van financiële planning te behandelen.

    Ze moeten evenwel over de passende deskundigheid beschikken om rekening te houden met het gespecialiseerde externe advies in hun raad over financiële planning. In elk geval blijven de onafhankelijk financieel planner en de gereglementeerde onderneming verantwoordelijk voor het advies opgenomen in de raad over financiële planning.

  • 29. Mag een onafhankelijk financieel planner of een gereglementeerde onderneming in zijn raad over financiële planning de cliënt verwijzen naar een deskundige voor internationale aanknopingspunten of wanneer aspecten van buitenlands recht in de raad over financiële planning moeten worden opgenomen?

    De onafhankelijk financieel planner of de gereglementeerde onderneming die vaststelt dat er moet worden ingegaan op internationale aanknopingspunten of aspecten van buitenlands recht mag in zijn raad over financiële planning vermelden dat het aangewezen is met een expert in de plaatselijke wetgeving na te gaan of de beoogde financiële planning uitgevoerd kan worden.

  • 30. Wat is het verschil tussen fiscaal recht en fiscaliteit?

    Fiscaal recht is het vakgebied van het recht dat betrekking heeft op de grondslag, de berekening en de heffing van belastingen.

    Fiscaliteit kan worden gedefinieerd als het belastingsysteem dat niet alleen het fiscaal recht, maar ook het fiscaal beleid omvat.

  • 31. Wat wordt verstaan onder ‘sociale zekerheid en bestaanszekerheid’?

    Met sociale zekerheid en bestaanszekerheid wordt op de eerste plaats een analyse van de elementen met betrekking tot de vier pijlers van de bestaanszekerheid en de bijbehorende fiscaliteit bedoeld (wettelijk pensioen, aanvullend bedrijfspensioen met fiscale voordelen, individueel pensioensparen met fiscaal voordeel, individueel sparen en beleggen zonder fiscaal voordeel).

    Afhankelijk van de situatie van de cliënt kan het relevant zijn om andere aspecten van de sociale zekerheid (zoals het stelsel van ziekte- en invaliditeitsverzekering) aan te snijden in de raad over financiële planning. Het is de taak van de onafhankelijk financieel planner en de gereglementeerde onderneming om te bepalen welke elementen van de sociale zekerheid en van de bestaanszekerheid relevant zijn voor de cliënt.

    De onafhankelijk financieel planner of de gereglementeerde onderneming zijn evenwel niet verplicht over te gaan tot de exacte berekening van het pensioen of andere aspecten van de sociale zekerheid van de cliënt.

  • 32. Wat wordt verstaan onder ‘de economische en financiële context’?

    Met economische en financiële context worden op de eerste plaats de algemene macro-economische tendensen bedoeld (bijvoorbeeld: periode van inflatie of van deflatie, hoge of lage rente enz.) en de andere tendensen die relevant worden geacht op grond van de samenstelling van het vermogen.

  • 33. Mag een verzekeringsonderneming van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zich beroepen op haar statuut van gereglementeerde onderneming om in België raad te verstrekken over financiële planning zonder te beschikken over een vergunning als onafhankelijk financieel planner, als die activiteit haar in haar land van herkomst verboden is?

    Nee, want haar statuut in haar land van herkomst verbiedt de activiteit van raad verstrekken over financiële planning.

  • 34. Mag een Belgische verzekeringsonderneming zich beroepen op haar statuut van gereglementeerde onderneming om raad te verstrekken over financiële planning?

    Nee, een Belgische verzekeringsonderneming mag geen raad verstrekken over financiële planning. Artikel 9 van de wet van 9 juli 1975 betreffende het statuut en de controle van verzekeringsondernemingen bepaalt immers dat het maatschappelijk doel van een verzekeringsonderneming beperkt moet zijn tot de verzekering, de kapitalisatie of het beheer van gemeenschappelijke pensioenfondsen en van de verrichtingen die er rechtstreeks uit voortvloeien.

  • 35. Mag een verzekeringstussenpersoon van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte zich beroepen op zijn paspoort om raad te verstrekken over financiële planning?

    Financiële planning wordt niet gedekt door het paspoort van een verzekeringstussenpersoon, maar het paspoort sluit het verstrekken van dergelijk advies niet uit. Dit betekent dat die verzekeringstussenpersoon in het kader van de activiteiten van een bijkantoor (dus niet het vrij verrichten van diensten) van rechtswege raad over financiële planning mag verstrekken, voor zover die activiteit in zijn land van herkomst niet is uitgesloten (cf. artikel 34, § 3 van de wet).

  • 36. Mag een beleggingsonderneming van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte zich beroepen op haar paspoort om advies te verstrekken over financiële planning in het kader van het vrij verrichten van diensten?

    Nee, want financiële planning wordt niet gedekt door het paspoort. Deze beleggingsondernemingen mogen daarentegen wel raad verstrekken over financiële planning via de oprichting van bijkantoren (cf. artikel 34, § 3 van de wet).

  • 37. Mag een kredietinstelling van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte zich beroepen op haar paspoort om in België raad te verstrekken over financiële planning?

    Financiële planning wordt gedekt door het paspoort van een kredietinstelling. Dit betekent dat een kredietinstelling van rechtswege raad mag verstrekken over financiële planning via de oprichting van bijkantoren of in het kader van het vrij verrichten van diensten (cf. artikel 34, § 4 van de wet).

  • 38. Moeten bijkantoren van gereglementeerde ondernemingen van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte zich melden bij de FSMA om activiteiten van financiële planning uit te oefenen in het kader van artikel 34, § 3 en 4 van de wet?

    Nee, die bijkantoren mogen van rechtswege activiteiten van financiële planning uitoefenen zonder zich voorafgaand bij de FSMA te melden.

    Dit recht staat los van de procedure van kennisgeving die moet worden gevolgd om een nieuw bijkantoor van een gereglementeerde onderneming te vestigen.

  • 39. Mag een gereglementeerde onderneming zich ‘onafhankelijk financieel coach’ of ‘coach financier indépendant’ noemen of gebruikmaken van gelijkaardige termen die naar onafhankelijkheid verwijzen?

    Nee, enkel de onafhankelijke financiële planners aan wie de FSMA een vergunning heeft verleend, mogen zich aan het publiek voorstellen als onafhankelijk bij de uitoefening van hun activiteiten van financiële planning voor niet-professionele cliënten.

    Een gereglementeerde onderneming mag zich aan het publiek voorstellen als financieel planner of gebruikmaken van gelijkaardige termen zonder te verwijzen naar het onafhankelijke karakter.

  • 40. Wie mag de titel van ‘onafhankelijk financieel planner’ gebruiken?

    De wet behoudt het gebruik van de titel ‘onafhankelijk financieel planner’ of van soortgelijke termen voor onafhankelijk financieel planner aan wie de FSMA een vergunning heeft verleend.

    Enkel de onafhankelijke financiële planners aan wie de FSMA een vergunning heeft verleend, mogen in hun maatschappelijke of commerciële naam gebruikmaken van de woorden ‘financieel planner’ of van gelijkaardige woorden.

  • 41. Wie mag de titel van ‘financieel planner’ gebruiken?

    De wet behoudt het gebruik van de titel ‘financieel planner’ of van gelijkaardige termen voor aan gereglementeerde ondernemingen en onafhankelijke financiële planners aan wie de FSMA een vergunning heeft verleend. De gereglementeerde ondernemingen mogen in hun maatschappelijke of commerciële naam evenwel geen gebruikmaken van de woorden ‘financieel planner’ of van gelijkaardige woorden.

  • 42. Mag een onafhankelijk financieel planner een mandaat of volmacht op de rekeningen van zijn cliënten bezitten?

    Nee, onafhankelijk financieel planners mogen geen mandaat of volmacht bezitten op een rekening van hun cliënten, tenzij van inwonende gezinsleden en van handelsvennootschappen waarvan ze effectieve leider zijn.

    Een recht van inzage is daarentegen wel toegestaan.

  • 43. Mag de onafhankelijk financieel planner zijn cliënt beleggingsdiensten aanbieden of advies verstrekken over transacties in individuele financiële producten?

    Nee. Het is onafhankelijk financieel planners ten strengste verboden beleggingsdiensten aan te bieden of advies te verstrekken over transacties in individuele financiële producten.

    Voor de gereglementeerde ondernemingen moet een operationele en organisatorische scheiding van de activiteiten van financiële planning en het verstrekken van beleggingsdiensten worden voorzien. Gereglementeerde ondernemingen voldoen aan die eis van operationele en organisatorische scheiding als beide activiteiten door twee verschillende teams worden behandeld.

  • 44. Mag een relatiebeheerder van een gereglementeerde onderneming de raad over de financiële planning aan de cliënt overhandigen en de inhoud ervan toelichten?

    De relatiebeheerder mag de raad over de financiële planning aan de cliënt overhandigen. De relatiebeheerder mag de juridische termen uitleggen die zijn gebruikt in de raad over de financiële planning, zodat de cliënt dit document begrijpt. In dit verband mag de relatiebeheerder de raad over de financiële planning van uitleg of commentaar voorzien. Relatiebeheerders die van deze mogelijkheid gebruikmaken, dienen bijzondere aandacht te besteden aan hun opleiding met betrekking tot de technieken en juridische termen die in het kader van financiële planning worden gebruikt.

    Als de cliënt tijdens het uitleggen of verduidelijken van de juridische termen vragen stelt die verband houden met de beoordeling van de gebruikte planningstechniek, zijn de gespecialiseerde diensten van de gereglementeerde onderneming verplicht de planning opnieuw te bekijken. Hun tussenkomst dient dan overeenkomstig de wet te gebeuren.