Consumenten

Als een werkgever (of een bedrijfssector) een pensioenplan invoert, zal hij bepalen welke werknemers van het pensioenplan kunnen genieten. Soms geldt een pensioenplan voor het gehele personeel, in andere gevallen enkel voor een bepaalde groep van werknemers. Het is dus mogelijk dat er in één onderneming of sector verschillende pensioenplannen naast elkaar bestaan voor verschillende personeelscategorieën.

Als u binnen de onderneming een andere functie krijgt, zijn er 2 mogelijkheden:

  1. In uw nieuwe functie blijft u voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenplan waarbij u bent aangesloten. In dat geval gebeurt er niets: u blijft gewoon aangesloten bij het pensioenplan.
  2. Door uw functiewijziging voldoet u niet langer aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenplan. In dat geval zal u 'uittreden' uit het pensioenplan. U zal dan in dit plan geen nieuwe pensioenrechten meer opbouwen.
    Als uw werkgever ook een pensioenplan heeft voorzien voor de categorie van werknemers waartoe uw nieuwe functie behoort, dan zal u bij dit pensioenplan worden aangesloten.
    Na de 'uittreding' uit het eerste pensioenplan moeten verschillende stappen worden gevolgd binnen vastgestelde termijnen.

In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

Werknemers: Meer info

  • Procedure bij een ondernemingsplan

    Uw werkgever moet binnen de 30 dagen de pensioeninstelling op de hoogte brengen van uw uittreding. De pensioeninstelling heeft dan 30 dagen de tijd om u te informeren:

    • over het feit dat u bent uitgetreden uit het pensioenplan;
    • of de overlijdensdekking al dan niet behouden blijft.
      Sommige pensioenplannen voorzien immers enkel een overlijdensdekking zolang de werknemer actief is aangesloten bij het pensioenplan. Wanneer u in zo’n geval, ingevolge een functiewijziging uittreedt uit het pensioenplan en u zou nadien overlijden, dan ontvangen uw nabestaanden geen enkele vergoeding, zelfs niet de terugbetaling van de door u opgebouwde pensioenreserve;
    • over de keuzemogelijkheden die u heeft:
      • a) U kan ervoor kiezen om uw aanvullende pensioenrechten in het pensioenplan te laten, zonder wijziging van de voorwaarden, of, zoals de wet het omschrijft, zonder wijziging van de pensioentoezegging. Uw pensioenrechten zullen dan verder evolueren volgens de regels van het pensioenplan.

      • b) Als uw functiewijziging en dus uw 'uittreding' uit het pensioenplan heeft plaatsgevonden na 1 januari 2016, dan heeft u de mogelijkheid om te kiezen voor een overlijdensdekking die overeenstemt met de verworven reserve. Dat betekent dat, in geval van overlijden, de opgebouwde reserves zullen worden uitbetaald aan uw nabestaanden. Dit kan interessant zijn als de overlijdensdekking wegvalt na uw uittreding.

        Maar opgelet, aangezien er na de uittreding geen bijdragen meer worden gestort, zal een deel van de pensioenreserve gebruikt worden om de overlijdensdekking te financieren. Hierdoor zal uw aanvullend pensioen lager zijn op het ogenblik dat u met pensioen gaat.

    Na ontvangst van deze informatie heeft u 30 dagen de tijd om uw keuze mee te delen. Wanneer u de termijn van 30 dagen laat verstrijken zonder een keuze te maken, zal uw pensioenreserve in het pensioenplan blijven zonder wijziging van de pensioentoezegging (optie a). U heeft echter nadien nog 11 maanden de tijd om toch nog te kiezen voor optie b).

    Neem contact op met de personeelsdienst van uw onderneming of met de pensioeninstelling om na te gaan wat voor u het voordeligste is. Veel zal afhangen van het feit of u in uw nieuwe functie al dan niet aangesloten wordt bij een pensioenplan dat in een overlijdensdekking voorziet.

    Het aanvullend pensioen is een pensioen dat door een werkgever (of een bedrijfssector) wordt opgebouwd voor zijn werknemers. Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen en kan de vorm aannemen van een eenmalig kapitaal of een periodieke (maandelijkse, jaarlijkse,...) rente.

    De aanvullende pensioenen worden ook wel de 'tweede pensioenpijler' genoemd.

    Werknemers: Meer info

    Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

    • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

    en/of

    • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

    Werknemers: Meer info

    Een overlijdensdekking zorgt ervoor dat wanneer een werknemer sterft, zijn partner, kinderen of mogelijk nog andere begunstigden een kapitaal of een rente uitbetaald krijgen.

    Werknemers: Meer info

    Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

    Werknemers: Meer info

    In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

    Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

    Werknemers: Meer info

    Het aanvullend pensioen is een extra pensioen dat wordt opgebouwd op grond van tewerkstelling binnen een onderneming of een bedrijfssector. Het initiatief voor de opbouw van het aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers. Die belofte wordt de pensioentoezegging genoemd.

    Werknemers: Meer info

  • Procedure bij een sectorplan

    Uw werkgever moet binnen de 30 dagen de sectorale inrichter op de hoogte brengen van uw uittreding. De inrichter informeert op zijn beurt de pensioeninstelling binnen de 30 dagen. De pensioeninstelling heeft dan 30 dagen de tijd om u te informeren:

    • over het feit dat u bent uitgetreden uit het pensioenplan;
    • of de overlijdensdekking al dan niet behouden blijft.
      Sommige pensioenplannen voorzien immers enkel een overlijdensdekking zolang de werknemer actief is aangesloten bij het pensioenplan. Wanneer u in zo’n geval, ingevolge een functiewijziging uittreedt uit het pensioenplan en u zou nadien overlijden, dan ontvangen uw nabestaanden geen enkele vergoeding, zelfs niet de terugbetaling van de door u opgebouwde pensioenreserve;
    • over de keuzemogelijkheden die u heeft:
      • a) U kan ervoor kiezen om uw aanvullende pensioenrechten in het pensioenplan te laten, zonder wijziging van de voorwaarden, of, zoals de wet het omschrijft, zonder wijziging van de pensioentoezegging. Uw pensioenrechten zullen dan verder evolueren volgens de regels van het pensioenplan.
      • b) Als uw functiewijziging en dus uw 'uittreding' uit het pensioenplan heeft plaatsgevonden na 1 januari 2016, dan heeft u de mogelijkheid om te kiezen voor een overlijdensdekking die overeenstemt met de verworven reserve. Dat betekent dat, in geval van overlijden, de opgebouwde reserves zullen worden uitbetaald aan uw nabestaanden. Dit kan interessant zijn als de overlijdensdekking wegvalt na uw uittreding.
        Maar opgelet, aangezien er na de uittreding geen bijdragen meer worden gestort, zal een deel van de pensioenreserve gebruikt worden om de overlijdensdekking te financieren. Hierdoor zal uw aanvullend pensioen lager zijn op het ogenblik dat u met pensioen gaat.

    Na ontvangst van deze informatie heeft u 30 dagen de tijd om uw keuze mee te delen. Wanneer u de termijn van 30 dagen laat verstrijken zonder een keuze te maken, zal uw pensioenreserve in het pensioenplan blijven zonder wijziging van de pensioentoezegging (optie a). U heeft echter nadien nog 11 maanden de tijd om toch nog te kiezen voor optie b).

    Neem contact op met de personeelsdienst van uw onderneming of met de pensioeninstelling om na te gaan wat voor u het voordeligste is. Veel zal afhangen van het feit of u in uw nieuwe functie al dan niet aangesloten wordt bij een pensioenplan dat in een overlijdensdekking voorziet.

    Het aanvullend pensioen is een pensioen dat door een werkgever (of een bedrijfssector) wordt opgebouwd voor zijn werknemers. Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen en kan de vorm aannemen van een eenmalig kapitaal of een periodieke (maandelijkse, jaarlijkse,...) rente.

    De aanvullende pensioenen worden ook wel de 'tweede pensioenpijler' genoemd.

    Werknemers: Meer info

    Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

    • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

    en/of

    • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

    Werknemers: Meer info

    Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

    • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
    • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

    Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

    Werknemers: Meer info

    Een overlijdensdekking zorgt ervoor dat wanneer een werknemer sterft, zijn partner, kinderen of mogelijk nog andere begunstigden een kapitaal of een rente uitbetaald krijgen.

    Werknemers: Meer info

    Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

    Werknemers: Meer info

    In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

    Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

    Werknemers: Meer info

    Het aanvullend pensioen is een extra pensioen dat wordt opgebouwd op grond van tewerkstelling binnen een onderneming of een bedrijfssector. Het initiatief voor de opbouw van het aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers. Die belofte wordt de pensioentoezegging genoemd.

    Werknemers: Meer info