Consumenten

Wat kan ik met mijn pensioenreserve doen op het ogenblik van mijn ontslag? Waarop moet ik letten wanneer ik een keuze maak?

Na uw uitdiensttreding, ontvangt u van de pensioeninstelling of van de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) een uittredingsfiche. Op deze uittredingsfiche kan u volgende informatie terugvinden:

  • een overzicht van uw opgebouwde pensioenrechten: de verworven reserve en verworven prestatie;
  • de verschillende keuzemogelijkheden waarover u beschikt;
    Bij elke keuzemogelijkheid moet vermeld worden of er een overlijdensdekking aan verbonden is, welk type van overlijdensdekking het betreft en welk bedrag bij overlijden uitbetaald zal worden aan uw nabestaanden.

U beschikt over twee basiskeuzes:

  1. u kan uw pensioenreserve in het pensioenplan laten. Dat betekent dat uw pensioenreserve bij de huidige pensioeninstelling blijft en de bepalingen van het pensioenreglement blijft volgen. Meer informatie.
    Daarbij beschikt u opnieuw over twee mogelijkheden:

    • u laat uw pensioenreserve in het pensioenplan zonder wijziging van de pensioentoezegging;
    • u laat uw pensioenreserve in het pensioenplan, maar met een overlijdensdekking die overeenstemt met de verworven reserve. Deze laatste mogelijkheid is vooral van belang, mocht het pensioenplan niet standaard voorzien in een overlijdensdekking na uitdiensttreding. 
  2. u kan uw pensioenreserve ook overdragen. Meer informatie.
    In dat geval beschikt u opnieuw over een aantal mogelijkheden. U kan uw pensioenreserve overdragen:

U kan uw pensioenreserve niet laten uitbetalen op het ogenblik dat u uit dienst treedt: u moet wachten tot u met pensioen gaat.
Het aanvullend pensioen van de tweede pijler is immers bedoeld als een aanvulling op het wettelijk pensioen, waardoor een aangeslotene de uitbetaling van zijn aanvullend pensioen in principe pas kan verkrijgen op het ogenblik van zijn pensionering.

Het is ook niet mogelijk om uw aanvullende pensioenreserve op een spaarrekening te plaatsen of samen te voegen met het bedrag dat u al heeft opgebouwd in het kader van pensioensparen (derde pijler).

Als uw verworven reserve lager is dan 150 euro, dan heeft u geen keuze: uw reserve blijft dan sowieso in het pensioenplan zonder wijziging van de pensioentoezegging. In dat geval zal u ook geen uittredingsfiche ontvangen (behalve als het pensioenreglement iets anders bepaalt).

De verschillende keuzes worden hieronder schematisch weergegeven:

Pensioenreserve
         
         
   
   
               

 

Waarop moet ik letten wanneer ik een keuze maak?

Door te klikken op bovenstaande links verneemt u meer in detail welke gevolgen er verbonden zijn aan de verschillende keuzemogelijkheden. Tussen de verschillende opties bestaan er belangrijke verschillen. Hieronder stippen we enkele elementen aan die van groot belang zijn bij het maken van een keuze. Het zijn een aantal vragen waarop u het antwoord zou moeten kennen opdat u met kennis van zaken een keuze kan maken.

  • Wat zal ik krijgen wanneer ik op pensioen ga?

    Het voornaamste doel van een pensioenplan is ervoor te zorgen dat u bij uw pensionering over een aanvullend pensioen kan beschikken. Het is dan ook belangrijk dat u bij het maken van uw keuze correct kan inschatten wat het gevolg is van uw keuze op het pensioen dat u later zal ontvangen. Uw toekomstig aanvullend pensioen kan sterk verschillen in functie van de keuze die u maakt.

    Wat u later zal krijgen indien u uw pensioenreserve in het pensioenplan laat staan, kan u terugvinden op de uittredingsfiche. Wat u zal krijgen wanneer u uw pensioenreserves overdraagt, staat doorgaans niet vermeld op de uittredingsfiche. Daarvoor moet u meestal bijkomende informatie opvragen bij de pensioeninstelling waarnaar u uw pensioenreserve overweegt over te dragen.

  • Over welke waarborgen beschik ik en wie is daarvoor verantwoordelijk?

    Wanneer u bent aangesloten bij een pensioenplan geniet u van een aantal contractuele waarborgen en wettelijke garanties:

    • Bij pensioenplannen van het type vaste bijdragen, cash balance en in alle gevallen waarbij er persoonlijke bijdragen worden betaald, geniet u van de wettelijke rendementsgarantie; het is de inrichter die daarvoor verantwoordelijk is.
    • Wanneer u met pensioen gaat, heeft u recht op de verworven prestatie. Bij een pensioenplan van het type vaste prestaties, waarbij de inrichter een welbepaald aanvullend pensioen belooft, is opnieuw de inrichter daarvoor verantwoordelijk.
    • Wanneer het pensioenplan wordt beheerd door een verzekeringsonderneming, waarborgt ook deze vaak een vast rendement (verzekeringsovereenkomst met gewaarborgd rendement - tak 21).

    Wanneer u uw reserves in het pensioenplan laat, blijft u genieten van deze waarborgen en garanties. De inrichter (uw voormalige werkgever of de sectorale inrichter) blijft verantwoordelijk en ook diens pensioeninstelling behoudt alle verplichtingen jegens u. Wanneer u uw pensioenreserves overdraagt, wordt de band met het oorspronkelijke pensioenplan doorgeknipt en verliest u de waarborgen en garanties die met dat pensioenplan verbonden zijn. U sluit in dat geval een nieuwe overeenkomst af en u kan zich voortaan enkel nog richten tot de pensioeninstelling waarnaar u uw reserves heeft overgedragen.

  • Wat krijgen mijn nabestaanden wanneer ik zou overlijden?

    Sommige pensioenplannen voorzien enkel in een overlijdensdekking zolang de aangeslotene actief is binnen de onderneming (of sector). De overlijdensdekking wordt dan stopgezet op het ogenblik dat u de onderneming of sector verlaat.

    Wanneer u als aangeslotene bij zo’n pensioenplan uit dienst treedt en u kiest ervoor om uw pensioenreserve in het pensioenplan te laten staan zonder wijziging van de pensioentoezegging, dan ontvangen uw nabestaanden geen vergoeding als u zou overlijden vóór uw pensionering, zelfs niet de terugbetaling van de door u opgebouwde pensioenreserve.

    Stel dat u na uw uitdiensttreding toch een overlijdensdekking wil om uw nabestaanden te beschermen, dan beschikt u over verschillende mogelijkheden:

    Opgelet, aangezien er na de uitdiensttreding geen bijdragen meer worden gestort, zal een deel van uw pensioenreserve gebruikt worden om de overlijdensdekking te financieren. Hierdoor zal uw aanvullend pensioen lager zijn op het ogenblik dat u met pensioen gaat dan wanneer u zou kiezen voor het achterlaten van uw reserve in het pensioenplan zonder wijziging van de pensioentoezegging.

  • Vind ik het belangrijk om al mijn pensioenreserves te centraliseren?

    Wanneer u al meermaals van job bent veranderd, is het mogelijk dat u al heel wat aanvullende pensioenrechten heeft opgebouwd, maar dat deze verspreid zijn over verschillende pensioenplannen en pensioeninstellingen. Mogelijk wenst u al uw pensioenreserves zoveel mogelijk samen te brengen om zo een beter overzicht over uw pensioenrechten te behouden.

    Sinds oktober 2016 kan u uw aanvullende pensioenrechten raadplegen via de website www.mypension.be. U vindt er een overzicht van al uw aanvullende pensioenrechten, zodat dit argument minder belangrijk wordt.
    Meer info.

Het aanvullend pensioen is een pensioen dat door een werkgever (of een bedrijfssector) wordt opgebouwd voor zijn werknemers. Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen en kan de vorm aannemen van een eenmalig kapitaal of een periodieke (maandelijkse, jaarlijkse,...) rente.

De aanvullende pensioenen worden ook wel de 'tweede pensioenpijler' genoemd.

Werknemers: Meer info

Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

  • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

en/of

  • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info

Bij een pensioenplan van het type cash balance belooft de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) een pensioen dat wordt samengesteld uit een bepaalde bijdrage, verhoogd met een in het pensioenreglement vastgesteld rendement.

Hoewel dit erg lijkt op een pensioenplan van het type vaste bijdragen met een door de werkgever gegarandeerd rendement, is het eigenlijk een bijzonder type van vaste prestatieplan. De inrichter belooft immers een welbepaald eindresultaat. Dit eindresultaat wordt uitgedrukt als de kapitalisatie (aan een in het pensioenreglement vastgesteld rendement) van de aan de aangeslotene toegewezen bijdragen.

Werknemers: Meer info

Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

  • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
  • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

Werknemers: Meer info

Een overlijdensdekking zorgt ervoor dat wanneer een werknemer sterft, zijn partner, kinderen of mogelijk nog andere begunstigden een kapitaal of een rente uitbetaald krijgen.

Werknemers: Meer info

Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

Werknemers: Meer info

In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

Werknemers: Meer info

Het pensioenreglement beschrijft de spelregels van het aanvullend pensioenplan.

Het pensioenreglement kan worden opgevraagd bij de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) of bij de pensioeninstelling. Op de jaarlijkse pensioenfiche wordt vermeld bij wie men hiervoor terecht kan. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website www.mypension.be.

Werknemers: Meer info

Het aanvullend pensioen is een extra pensioen dat wordt opgebouwd op grond van tewerkstelling binnen een onderneming of een bedrijfssector. Het initiatief voor de opbouw van het aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers. Die belofte wordt de pensioentoezegging genoemd.

Werknemers: Meer info

Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.

Voorbeeld:

U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.

Nadat een aangeslotene uit dienst is getreden (vb. wegens ontslag of brugpensioen) ontvangt hij van de pensioeninstelling een uittredingsfiche met informatie over de stand van zijn aanvullende pensioenrechten en wat hij hiermee kan doen.

Werknemers: Meer info

Bij een pensioenplan van het type vaste prestaties wordt de betaling van een welbepaald pensioen beloofd: de inrichter (werkgever of sectorale inrichter) belooft aan zijn werknemers een eenmalig kapitaal of een bepaalde rente bij hun pensionering.

Het pensioenreglement beschrijft hoe groot dit kapitaal of de rente zal zijn: dit wordt meestal berekend op basis van een formule die rekening houdt met het aantal jaren dat de werknemer heeft gewerkt en zijn loon.

Werknemers: Meer info

Dit is het bedrag aan pensioenreserve dat een aangeslotene op een bepaald ogenblik tijdens zijn loopbaan al heeft opgebouwd en dat verworven is. Dit wil zeggen dat deze reserve niet meer kan worden afgenomen. Wanneer de aangeslotene uit dienst treedt, kan hij dit bedrag overdragen naar een andere pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info