Consumenten

Wanneer u een aanvullend pensioenplan invoert binnen uw onderneming, vloeien daar voor u – als inrichter van het pensioenplan - een aantal belangrijke verantwoordelijkheden uit voort. De inrichter speelt als initiatiefnemer van het aanvullend pensioenplan een erg belangrijke rol in de werking ervan:

  • op de eerste plaats betaalt u de bijdragen voor de financiering van het aanvullend pensioen. Mogelijk betalen ook de de aangeslotenen een deel van de bijdragen.De eventuele bijdragen van de aangesloten worden door u van hun loon afgehouden en doorgestort aan de pensioeninstelling;
  • de financiële verantwoordelijkheid van u als inrichter houdt echter niet op bij de betaling van de bijdragen. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft. U moet er dan ook voor zorgen dat die belofte wordt waargemaakt. Hoewel u het beheer van het pensioenplan moet toevertrouwen aan een pensioeninstelling, blijft u uiteindelijk verantwoordelijk voor de nakoming van uw pensioenbelofte aan de werknemers. Wanneer er iets misgaat bij de pensioeninstelling of de beleggingen minder opbrengen dan verwacht, waardoor de opgebouwde reserves niet volstaan om het beloofde aanvullend pensioen te betalen, zal u moeten bijbetalen. Hoe groot uw verantwoordelijkheid is, hangt af van wat u precies heeft beloofd. Dit verschilt naargelang het type pensioenplan;
     

  • u moet periodiek de nodige informatie over uw medewerkers bezorgen aan de pensioeninstelling;
  • de wetgeving vereist dat er sociaal overleg plaatsvindt over het aanvullend pensioen. Zo moet de werkgever in bepaalde gevallen het advies van de ondernemingsraad vragen;
  • u ligt aan de basis van het pensioenplan, maar dat betekent niet dat u het pensioenplan daarna volledig op eigen houtje kan wijzigen of stopzetten. Het pensioenplan wordt immers geacht deel uit te maken van de arbeidsovereenkomst met de werknemers. Bovendien blijven de pensioenrechten die werknemers in het verleden al hadden opgebouwd steeds behouden. Wijzigingen aan het pensioenplan kunnen enkel gevolgen hebben voor de toekomst;
     
  • de werkgever is, samen met de pensioeninstelling, het eerste aanspreekpunt, wanneer een aangeslotene vragen heeft over zijn aanvullend pensioen.
     

Wanneer uw onderneming is aangesloten bij een sectorplan, dan zijn de gevolgen voor u als werkgever veel beperkter. U zal weliswaar moeten bijdragen aan de financiering van het stelsel, maar voor het overige draagt u geen directe financiële verantwoordelijkheid voor de het sectorale pensioenplan. Die verantwoordelijkheid berust bij de sectorale inrichter. Ook op andere vlakken is de rol van een werkgever veel beperkter in het kader van een sectoraal pensioenplan. Zo vindt het sociaal overleg over het aanvullend pensioen plaats op sectoraal niveau en niet per onderneming. De gegevens die de pensioeninstelling nodig heeft om het pensioenplan te beheren worden doorgaans rechtstreeks uit de databanken van de sociale zekerheid geput, zodat de werkgevers deze niet aan de pensioeninstelling moeten bezorgen.

Personen die zijn aangesloten bij een aanvullend pensioenplan worden aangeslotenen genoemd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • actieve aangeslotenen: dit zijn personen die nog in dienst zijn:

    • van de werkgever die voor hen een aanvullend pensioen opbouwt;
    • of binnen de bedrijfssector waarvoor het pensioenplan geldt;
  • slapers: dit zijn personen die niet meer in dienst zijn binnen de onderneming of bedrijfssector, maar hun reserves in het pensioenplan achterlaten;
  • rentegenieters: dit zijn personen die met pensioen zijn en waarvan het aanvullend pensioen in de vorm van een rente wordt uitbetaald.

Werknemers: Meer info.

Het aanvullend pensioen is een pensioen dat door een werkgever (of een bedrijfssector) wordt opgebouwd voor zijn werknemers. Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen en kan de vorm aannemen van een eenmalig kapitaal of een periodieke (maandelijkse, jaarlijkse,...) rente.

De aanvullende pensioenen worden ook wel de 'tweede pensioenpijler' genoemd.

Werknemers: Meer info

Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

  • werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

en/of

  • werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info

Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

  • In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
  • Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.

Werknemers: Meer info

Dit is de instelling die het aanvullend pensioen beheert. Dit kan een verzekeringsonderneming of een pensioenfonds zijn.

Werknemers: Meer info

In deze Q&A wordt de term pensioenplan als een algemene term gebruikt voor alle soorten van pensioentoezeggingen.

Als een werkgever het initiatief neemt om een aanvullend pensioen te organiseren voor alle of een deel van de werknemers in zijn onderneming, spreekt men van een ondernemingsplan. Wanneer het initiatief uitgaat van een paritair comité van een bepaalde bedrijfssector, is dit een sectorplan.

Werknemers: Meer info