Ondernemingspensioentoezegging: slaper die opnieuw in dienst treedt bij de inrichter en opnieuw een actieve aangeslotene wordt– verwervingsperiode van één jaar

    Een werknemer die aanspraak kan maken op verworven reserves en prestaties kan, bij uittreding, conform artikel 32, § 1, 3° van de WAP besluiten om zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling van zijn inrichter te laten zonder wijziging van de pensioentoezegging en een slaper te worden.

    Als diezelfde werknemer naderhand een nieuwe arbeidsovereenkomst afsluit met de inrichter waardoor hij, ingevolge deze latere nieuwe arbeidsovereenkomst, opnieuw toetreedt tot hetzelfde pensioenstelsel, geldt er volgens de FSMA geen nieuwe verwervingsperiode van één jaar vooraleer hij aanspraak kan maken op pensioenrechten. Deze werknemer voldoet immers reeds aan de voorwaarde van één jaar aansluiting bij de pensioentoezegging en bovendien is hij een (slapende) aangeslotene van de pensioenregeling gebleven.

    De situatie zou evenwel anders zijn mocht de aangeslotene bij uittreding, na beëindiging van zijn eerste arbeidsovereenkomst, hebben besloten om zijn reservers over te dragen naar een andere pensioeninstelling of naar een onthaalstructuur. In dat geval zou het afsluiten van een latere nieuwe arbeidsovereenkomst leiden tot een nieuwe aansluiting bij het pensioenstelsel en zou de aangeslotene een nieuwe verwervingsperiode van één jaar moeten doorlopen vooraleer hij aanspraak zou kunnen maken op pensioenrechten.