Professionelen

1. Particuliere certificeringsinitiatieven

Er zijn vele particuliere initiatieven, zowel Belgische als Europese, op het gebied van de certificering van duurzame financiële producten. Deze labels worden vastgesteld door de actoren die losstaan van de overheid, en komen uit de burgermaatschappij of de financiële sector zelf. Zij kunnen een beroep doen op een extern comité dat de kandidaturen beoordeelt, met de steun van academische deskundigen of ratingbureaus.

Op Belgisch niveau worden voornamelijk twee certificeringen gebruikt:

  • Het 'Towards-Sustainability'-label[1]: de kwaliteitsnorm voor duurzaam en maatschappelijk verantwoord beleggen is ontwikkeld door de vereniging die de Belgische banksector vertegenwoordigt (Febelfin). Deze norm voorziet in de uitsluiting van activiteiten met toepassing van sociale en milieucriteria voor de producenten van financiële producten en andere derivaten. Het label 'Towards Sustainability' wordt toegekend door een labelbureau dat zowel vertegenwoordigers van de vereniging als onafhankelijke personen uit de academische en verenigingsmiddens omvat.
  • Het label Financing/Fairfin: deze twee verenigingen hebben een gemeenschappelijk certificeringsproces ontwikkeld om financiële producten het “solidaire financiering”-label te kunnen toekennen. De benadering omvat de drie ESG-dimensies en vereist ook dat het product ertoe strekt de solidariteit te bevorderen door de financiering van de sociale economie. De naleving van de voorwaarden wordt geverifieerd door een “Labelcomité”, bestaande uit specialisten op het vlak van coöperatief en maatschappelijk beleggen, en specialisten uit de academische wereld[2].

Ook op internationaal niveau zijn er heel wat initiatieven. De vaakst voorkomende labels in België op dat vlak, zijn de drie “LuxFlag”-labels (Luxembourg – Environment, Climate finance et ESG)[3], het label van de Scandinavische landen “Nordic Swan Ecolabel” (Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden)[4] of nog het label “FNG-Siegel” (Duitsland)[5].

De eisen waaraan moet worden voldaan om die labels te verkrijgen, evenals de uitzonderingen die zijn toegestaan, lopen sterk uiteen. Een zorgvuldige lectuur van de documentatie is daarom aanbevolen.

2. De rol van de FSMA met betrekking tot private labels

De FSMA is niet betrokken bij privé-initiatieven tot certificering van financiële producten. Aangezien het om privé-initiatieven gaat, controleert de FSMA niet of de producten met een label effectief aan de voorwaarden van de kwaliteitsnorm voldoen. De FSMA waakt er daarentegen wel over dat de aandacht wordt gevestigd op het feit dat die controle niet wordt uitgevoerd. Dit gebeurt door middel van een waarschuwing dat het label niet door de FSMA is goedgekeurd, en dat de private labels niet noodzakelijkerwijs voldoen aan de verplichtingen die, krachtens de toekomstige Europese verordeningen, op hen van toepassing zullen zijn. De FSMA ondersteunt momenteel proactief de succesvolle voltooiing van de Europese werkzaamheden en de inwerkingtreding van een geharmoniseerd kader dat de beleggers beter informeert over financiële producten, ongeacht of zij al dan niet een label hebben gekregen.

In afwachting van de goedkeuring van de Europese verordeningen zal de belegger dus aandachtig moeten letten:

  • op de eisen die aan het product worden gesteld om in aanmerking te komen voor het label, in het bijzonder als het om positieve verplichtingen (bv. beleggingen in projecten met een positieve impact op het milieu of op de energietransitie) of om eenvoudige uitsluitingen van bepaalde beleggingsdomeinen (bv. verbod op beleggingen in de wapen- of steenkoolsector) gaat. Een inclusieve benadering is vaak moeilijker te realiseren, omdat de onderneming zich actief moet opstellen om een doel te bereiken; een exclusieve benadering, hoewel noodzakelijk, is gemakkelijker toe te passen (zo zijn er bv. maar weinig bedrijven actief in de steenkoolwinning, waardoor een grote meerderheid van hen de facto aan de voorwaarde voldoet).
  • op de tolerantiemarges die in het kader van het toekenningsproces van het label zijn toegestaan. Het Duitse label “FNG-Siegel” staat geen beleggingen in ondernemingen toe die meer dan 5% van hun inkomsten halen uit de niet-conventionele olie- en gaswinning, terwijl het 'Towards sustainability'-label ter zake in een drempel van 10% voorziet. Bij sommige labels is de cumulatie van tolerantiemarges mogelijk, terwijl bij andere doorgaans de investeringen die niet aan de uitsluitingscriteria voldoen, tot een bepaald maximum worden beperkt (zo vereist het Nordic Swan-label bijvoorbeeld dat 90% van de investeringen aan alle vereisten voldoet).
  • op de rating die soms bij het label hoort. De duurzame labels geven, naast de controle op de naleving van de criteria die specifiek zijn voor elke kwaliteitsnorm, soms ook een score aan het financiële product, waardoor het ten opzichte van concurrerende producten kan worden gepositioneerd. Het Duitse label “FNG-Siegel” beoordeelt financiële producten bijvoorbeeld op drie niveaus, waarbij aan elk product één tot drie sterren worden toegekend. De drie Luxemburgse labels “LuxFlag” zijn minder streng voor de klimaateffecten, waarbij het “Finance Climate”-label het meest selectief is wat de naleving van klimaatgerelateerde criteria betreft.
  • op de naleving van de criteria: product of onderneming. Indien het percentage van positieve gefinancierde activiteiten of de toegestane tolerantiemarges voor investeringen in controversiële domeinen op productniveau worden geschat, is het mogelijk om, bij de gehouden activa of bij de activiteiten waarin de fondsen beleggen, ondernemingen te hebben die geen enkel criterium van het label naleven; dat is niet het geval indien de selectiecriteria worden toegepast op het niveau van de onderneming of op het niveau van de activiteiten van de onderneming.[6].
  • op de mogelijkheid voor de beheerder van het product om van de labelvereisten af te wijken tijdens de levensduur van het product, indien de wettelijke documentatie van het product niet expliciet ingaat op de methodologie of op de selectiecriteria op het vlak van de duurzaamheid.
  • op de toegepaste selectiviteit. Als het label wordt toegekend aan veel financiële producten, inclusief producten waarvan het beleggingsbeleid geen duurzaamheidsbenadering en strenge criteria voor de selectie van gefinancierde bedrijven of activiteiten bevat, is het waarschijnlijk minder moeilijk om aan de voorwaarden te voldoen dan bij een label waarvan de toekenningsprocedure veel veeleisender en langduriger is. 
  • op de te publiceren informatie. In afwachting van de inwerkingtreding van de verordening inzake Disclosure blijven mededelingen over de duurzaamheid van beleggingen grotendeels vrijwillig. Sommige labels vereisen dat de beheerder of de producent opvolgen of de doelstellingen worden verwezenlijkt en of de periodieke publicaties met betrekking tot de aangehouden activa, worden uitgevoerd. 

 


[3] Voor meer informatie: https://www.luxflag.org/.

[4] Voor meer informatie: http://www.nordic-ecolabel.org/.

[5] Voor meer informatie: https://www.fng-siegel.org/.

[6] Deze laatste optie wordt door de Taxonomie in aanmerking genomen.