Uittreding en kennisgeving aan de uittredende aangeslotene

    Artikel 31, § 1 van de WAP legt de termijnen vast die de inrichters en de pensioeninstellingen in acht dienen te nemen ingeval van uittreding: de inrichter stelt de pensioeninstelling hiervan in kennis binnen 30 dagen na de uittreding; de pensioeninstelling deelt de informatie als bedoeld in de wet binnen de 30 dagen mee aan de inrichter die op zijn beurt de aangeslotene hiervan in kennis stelt.

    De FSMA heeft er geen bezwaar tegen dat de pensioeninstellingen de in artikel 31, § 1 bedoelde informatie rechtstreeks overmaken aan de uittredende aangeslotene in plaats van ze uitsluitend mee te delen aan de inrichter die ze op zijn beurt onmiddellijk moet meedelen aan de uittredende aangeslotene, althans mits deze werkwijze de waarborg biedt dat de uittredende aangeslotene de betrokken informatie tijdig ontvangt.