Uittreding en mogelijke overstap naar de pensioenregling van de Europese Unie

    Artikel 11, lid 2 van bijlage VIII van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen (Verordening EEG, Euratom, EGKS nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968, PB L 056) stelt dat een persoon die in dienst treedt van de Gemeenschappen na in loondienst of als zelfstandige te hebben gewerkt, het kapitaal dat de rechten op pensioen vertegenwoordigt die hij uit hoofde van die activiteit heeft verworven, kan overdragen naar de pensioenregeling van de Gemeenschappen. Een arrest van het Hof van Justitie van 20 oktober 1981 (zaak 137/80, Commissie van de Europese Gemeenschappen/België, Jurispr. 1981, blz. 2393) heeft de notie “rechten op pensioen” gepreciseerd. Daarruit kan worden afgeleid, op grond van de bijzonder algemene bewoordingen van het arrest, dat ook aanvullende pensioenrechten door die notie worden beoogd. Er bestaat een soortgelijke regeling voor andere internationale instellingen waarvan de pensioenregeling gelijkaardige bepalingen bevat als die van artikel 11 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen.

    De wet van 10 februari 2003 tot regeling van de overdracht van pensioenrechten tussen Belgische pensioenregelingen en die van instellingen van internationaal publiek recht, bevat nadere regels voor de overdracht van de rechten ingevolge een Belgisch wettelijk pensioen naar de pensioenregeling van de Europese Gemeenschappen. Er zijn evenwel geen specifieke bepalingen die de overdracht regelen van aanvullende pensioenen naar de pensioenregeling van de Europese Gemeenschappen.

    Rekening houdend met het voormelde arrest is de FSMA van oordeel dat een dergelijke overdracht mogelijk is, ook al wordt dit niet uitdrukkelijk vermeld in artikel 32, § 1 van de WAP, noch in de wet van 10 februari 2003.