Verbintenis van de inrichter in het kader van een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen zonder (contractueel) gewaarborgd rendement in hoofde van de inrichter

    In het kader van een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen zonder (contractueel) gewaarborgd rendement in hoofde van de inrichter, verbindt deze laatste er zich enkel toe vaste bijdragen te storten die zijn vastgesteld in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De inrichter heeft dus geen enkele verplichting wat de minimale verworven reserves betreft als gedefinieerd in het KB WAP (artikel 9). Bij dit type pensioentoezegging schommelt het bedrag van de minimale verworven reserves immers in functie van het rendement. Dit betekent dat er in geval van insolventie van de pensioeninstelling geen minimale verworven reserve ten laste is van de inrichter. In dat geval is hij uitsluitend aansprakelijk voor het bedrag van de minimale rendementswaarborg als bedoeld in artikel 24 van de WAP. De aanzuivering door de inrichter ten belope van de minimale rendementswaarborg moet uiterlijk worden verricht bij het eerste van de volgende gebeurtenissen: de overdracht van de verworven reserves conform artikel 32 van de WAP, de pensionering of de opheffing van de pensioentoezegging (artikel 30 van de WAP).