Vertrekpunt van de verjaring

    Artikel 55 van de WAP, zoals gewijzigd door de wet houdende diverse bepalingen van 15 mei 2014, voorziet in een verjaringstermijn van 5 jaar voor alle vorderingen tussen een werknemer en/of een aangeslotene, enerzijds, en een inrichter en/of een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan.

    Overeenkomstig dit artikel begint de verjaringstermijn te lopen vanaf de dag volgend op die waarop de werknemer of aangeslotene kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontstaan, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.

    Onderstaande standpunten betreffen de vorderingen tot uitkering van de pensioenprestatie.

    De verjaringstermijn begint in principe te lopen vanaf de dag volgend op die waarop de aangeslotene voldoet aan de voorwaarden om het aanvullend pensioen op te vragen.

    Indien het pensioenreglement voorziet in de mogelijkheid om het aanvullend pensioen vervroegd op te vragen, dan heeft, naar het oordeel van de FSMA, het louter vervullen van de voorwaarden om het aanvullend pensioen vervroegd op te vragen niet tot gevolg dat de verjaringstermijn begint te lopen, tenzij de aangeslotene effectief beslist om zijn aanvullend pensioen vervroegd op te vragen.

    Indien een aangeslotene, nadat hij voldoet aan de voorwaarden om het aanvullend pensioen op te vragen, verder in dienst blijft bij dezelfde werkgever, geniet hij, overeenkomstig artikel 13, derde lid van de WAP, van de pensioentoezegging zolang hij in dienst is. De FSMA is van oordeel dat de verjaring niet begint te lopen zolang de aangeslotene nog in dienst is en bijgevolg verder rechten opbouwt. Als gevolg van het in dienst blijven verschuift het “voorval dat het vorderingsrecht doet ontstaan” naar het ogenblik waarop de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. Dit tenzij de aangeslotene zijn aanvullend pensioen vroeger opvraagt (in de mate dat zulks verenigbaar zou zijn met het pensioenreglement en de wetgeving).