Vervroegde uitbetaling van de pensioenprestaties en medisch onderzoek

    Een bepaling in het pensioenreglement op grond waarvan de pensioenprestaties voor slapers enkel vervroegd kunnen worden uitbetaald vanaf de leeftijd van 60 jaar (voor zover de geldende reglementering dit toestaat) mits voldaan is aan een medisch onderzoek, is in strijd met de WAP.

    Volgens de WAP kan immers enkel in drie situaties een geneeskundig onderzoek worden opgelegd (artikel 13, vijfde lid van de WAP): wanneer de aangeslotene de vrijheid krijgt om de omvang van de overlijdensdekking zelf te kiezen, indien het kapitaal bij overlijden ten minste 50 % hoger is dan het kapitaal bij leven of indien er tien werknemers of minder zijn aangesloten bij het pensioenstelsel. Artikel 13, vijfde lid van de WAP is restrictief verwoord: enkel in die drie situaties mag een geneeskundig onderzoek worden opgelegd. Er kan dus geen geneeskundig onderzoek worden vereist als dit niet kadert in een van deze drie situaties.

    De clausule in kwestie beantwoordt aan geen enkele van de door de WAP bedoelde situaties , zodat er geen enkel medisch onderzoek mag worden vereist.

    Het opleggen van een geneeskundig onderzoek zou ook indruisen tegen artikel 32, § 1, eerste lid, 3°, a) van de WAP. De aangeslotenen hebben immers de mogelijkheid om bij uittreding hun pensioenreserves bij de pensioeninstelling te laten zonder wijziging van de pensioentoezegging. Aangezien het tijdstip en de wijze van uitbetaling van de prestaties een wezenlijk onderdeel uitmaken van de pensioentoezegging, moeten zij identiek zijn voor de actieve en passieve aangeslotenen. Het is niet mogelijk om bijzondere voorwaarden vast te stellen voor de passieve aangeslotenen.