Verwervingsperiode van één jaar

    Artikel 17, eerste lid van de WAP stelt dat de aangeslotene na één jaar aansluiting bij een pensioentoezegging aanspraak kan maken op de verworven reserves en prestaties overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.

    Volgens de FSMA betekent deze bepaling dat in het pensioenreglement of in de pensioenovereenkomst een bepaling kan worden opgenomen op grond waarvan een aangeslotene pas na één jaar aansluiting aanspraak kan maken op pensioenrechten (of na een kortere periode, te bepalen in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst). Als het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst geen dergelijke verwervingsperiode voorschrijft, zijn de reserves en prestaties onmiddellijk verworven door de aangeslotene.  Andersom, als in het pensioenreglement of in de pensioenovereekomst wel in een verwervingsperiode is voorzien, kan de aangeslotene geen aanspraak maken op verworven reserves en prestaties mocht hij in de loop van die periode uittreden.

    Deze interpretatie vloeide reeds voort uit de ministeriële omzendbrief ter verduidelijking van sommige begrippen en bepalingen uit de wet van 6 april 1995 betreffende de aanvullende pensioenen en het koninklijk besluit van 10 januari 1996 tot uitvoering van de wet van 6 april 1995 betreffende de aanvullende pensioenen. In deze omzendbrief werd namelijk het volgende gesteld: “Indien het pensioenreglement dit uitdrukkelijk bepaalt (...) zijn de prestaties en reserves die voortvloeien uit de werkgeverstoelagen uiterlijk één jaar na de aansluiting verworven”. Blijkens de memorie van toelichting bij de WAP beoogde artikel 17 van de wet de  principes van de wet van 6 april 1995 op dit punt te behouden.

    Een dergelijke interpretatie eerbiedigt ook het beginsel dat het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst, binnen de wettelijk toegelaten grenzen, de bron vormt van de rechten en plichten van de partijen.

    Kortom, als er geen specifieke bepaling is opgenomen in het pensioenreglement of in de pensioenovereenkomst, kan een aangeslotene die in de loop van het eerste aansluitingsjaar uittreedt aanspraak maken op de verworven reserves en prestaties, berekend volgens de artikelen 18 en 19 van de WAP.