Waarborg op de gestorte bijdragen – vóór 2004 opgebouwde reserves

    Om te verifiëren of aan de rendementswaarborg van artikel 24 van de WAP is voldaan, dient te worden nagegaan of de totale verworven reserve (inclusief de reserve die is opgebouwd met bijdragen die vóór 1 januari 2004 zijn gestort) minstens gelijk is aan de totale waarborg. De werknemersbijdragenreserve en de werkgeversbijdragenreserve hoeven dus niet afzonderlijk te worden vergeleken met de overeenkomstige waarborg.

    Voor het bepalen van de waarborg op de werkgeversbijdragen moeten krachtens artikel 60 van de WAP enkel de werkgeversbijdragen die gestort zijn vanaf 1 januari 2004 in aanmerking genomen worden.

    Voor het bepalen van de waarborg op de persoonlijke bijdragen moeten daarentegen ook de bijdragen die gestort zijn vóór die datum in aanmerking genomen worden, voor zover er reeds vóór de inwerkingtreding van de WAP een waarborg van toepassing was, d.w.z. voor de groepsverzekeringen minstens op de persoonlijke bijdragen gestort vanaf 1 januari 1996 (datum van inwerkingtreding van de wet van 6 april 1995 betreffende de aanvullende pensioenen) en voor de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening minstens op de persoonlijke bijdragen gestort vanaf 1 januari 1986 (datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 tot toepassing op de voorzorgsinstellingen, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen).

    Wat ten slotte de financiering betreft, dient enkel de waarborg op de persoonlijke bijdragen bij de pensioeninstelling gefinancierd te zijn.