Wettelijke minimumrendementswaarborg, kosten en dekking van het overlijdensrisico

    Artikel 24, § 2 van de WAP bepaalt welke de geldende rendementswaarborg is voor de bijdragen die gestort zijn door de inrichter in het kader van een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen of cash balance. Deze rendementswaarborg geldt voor het gedeelte van de bijdragen van de inrichter dat niet werd gebruikt voor (a) de dekking van het overlijdens- en invaliditeitsrisico vóór de pensioenleeftijd en (b) de dekking van de kosten beperkt tot 5 % van de stortingen.

    Wat het overlijdensrisico vóór de pensioenleeftijd betreft, is de FSMA van oordeel dat daarvoor geen enkel bedrag mag worden afgetrokken in geval van een groepsverzekering van het type uitgesteld kapitaal met tegenverzekering van de reserve. Bij een dergelijke verzekeringscombinatie wordt immers niet met risicokapitaal gewerkt.

    Wat de kosten betreft, mogen enkel de kosten die daadwerkelijk ten laste worden gelegd van de bijdragen van de inrichter in aanmerking worden genomen. Kosten in aanmerking nemen die niet daadwerkelijk ten laste zijn gelegd van de bijdrage van de inrichter, is strijdig met artikel 24 van de WAP. Het maximaal toegelaten kostenpercentage is overigens vastgesteld op 5%, ook al overschrijdt het reële percentage deze drempel van 5%.