Wijziging van een pensioentoezegging van het type vaste prestaties met begrensde erkende diensttijd

    Wanneer een pensioenstelsel van het type vaste prestaties met begrensde erkende diensttijd (bv. 30 jaar) wordt gewijzigd in een (in het betrokken geval minder gunstig) pensioenstelsel van het type ‘cash balance’, is de FSMA van oordeel dat het voor de erkende diensttijd geldende maximumplafond verder kan worden toegepast voor de volledige pensioenprestatie, zodat na die wijziging het totale aanvullende pensioen, i.e. de som van het aanvullend pensioen op grond van het oude, dynamisch beheerde pensioenplan en het aanvullend pensioen op grond van het nieuwe pensioenplan met betrekking tot de dienstjaren na de wijziging, nooit meer zou kunnen bedragen dan het aanvullend pensioen dat voor de gehele carrière zou voortvloeien uit het oude pensioenplan in de veronderstelling dat dit niet gewijzigd zou zijn.

    In het betrokken geval stemt de aanvullende pensioenprestatie die voor de dienstjaren na de wijziging is opgebouwd, overeen met het minimum dat voortvloeit uit de toepassing van de formule van het type vaste prestaties (rekening houdend met de begrensde erkende diensttijd voor de volledige loopbaan) of van de formule van het type ‘cash balance’:

    P2 = MIN [(MIN (N1+N2; 30) – MIN (N1; 30)) * x% * S; cash balance)]

    De FSMA is van oordeel dat die praktijk niet in strijd is met artikel 15 van het KB WAP, aangezien zij noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks tot een vermindering van de verworven reserves en prestaties voor de dienstjaren vóór de wijziging leidt. De pensioenprestatie voor de dienstjaren vóór de wijziging wordt berekend conform artikel 15, § 1, 1°, van het KB WAP. De in artikel 15, § 1, 2°, van het KB WAP bedoelde vermelding “alsof de betrokken aangeslotene in dienst was getreden op de datum van de wijziging” impliceert niet dat de gewijzigde pensioenformule geen rekening zou kunnen houden met de gehele carrière (N1 en N2) bij de berekening van het voor de erkende diensttijd geldende plafond.

    Aangezien het voor de erkende diensttijd geldende plafond gehandhaafd blijft, zowel voor als na de wijziging, en dit voor alle aangeslotenen, is de FSMA van oordeel dat er geen sprake is van discriminatie in de zin van artikel 14 van de WAP. Hoewel er weliswaar verschillen bestaan tussen de aangeslotenen die het plafond voor de erkende diensttijd al dan niet bereiken, zijn die inherent aan de formules die gebruik maken van een begrenzing van de diensttijd, en manifesteren zij zich evenzeer buiten de context van een wijziging van de pensioentoezegging.

    Tot slot kan uit artikel 13 van de WAP geen algemeen verbod worden afgeleid op het gebruik van een maximumplafond binnen pensioentoezeggingen van het type vaste bijdragen of van het type ‘cash balance’, althans in zoverre dat plafond geen aanleiding geeft tot discriminatie.