Professionelen

De opdrachten die aan het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren werden toevertrouwd zijn gedefinieerd in hoofdstuk IV van de wet van 7 december 2016(1) .

Het College heeft als opdracht toe te zien op de naleving van het wettelijk en reglementair kader dat van toepassing is op het beroep van de bedrijfsrevisor. Het oefent deze opdracht uit in het uitsluitend algemeen belang.

Het College heeft in het bijzonder de eindverantwoordelijkheid over de volgende opdrachten:

  • het toezicht op de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, alsook op het houden en bijwerken van het openbaar register;
  • het toezicht op de permanente vorming;
  • het toezicht op de kwaliteitscontrole;
  • het toezicht op de naleving van de wettelijke, reglementairee en normatieve regels.

Een aantal opdrachten zijn gedelegeerd aan het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR). Het betreft met name:

  • de toekenning en de intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor;
  • de inschrijving, de registratie, het bijhouden en bijwerken van het openbaar register en;
  • de organisatie van de permanente vorming.

In het kader van haar opdrachten neemt het College deel aan de Europese samenwerking tussen de bevoegde toezichtouders in het kader van CEAOB (Committee of European Auditing Oversight Bodies).

Het College onderwerpt de bedrijfsrevisoren aan een kwaliteitscontrole op basis van een risicoanalyse. Alle bedrijfsrevisoren worden minstens om de zes jaar aan een kwaliteitscontrole onderworpen. Bedrijfsrevisoren die controles doen bij omvangrijke organisaties van openbaar belang zijn onderworpen aan een kwaliteitscontrole om de drie jaar. Het College neemt naar aanleiding van deze kwaliteitscontroles de besluiten en neemt de maatregelen die nodig zijn.

Het College verzekert tevens een toezichtsfunctie.  Het waakt erover dat de bedrijfsrevisoren in de uitoefening van de opdrachten die hun werden toevertrouwd, de toepasselijke wettelijke, reglementaire en normatieve regels nakomen. Het behandelt de klachten die het ontvangt en onderzoekt de feiten die door derden ter kennis worden gebracht.

Het organiseert tevens het toezicht op de geregistreerde auditkantoren uit andere EU-lidstaten voor wat betreft de wettelijke controleopdrachten in België uitgeoefend op jaarrekeningen.

Naar aanleiding van de uitoefening van haar bevoegdheden kan het College ten aanzien van de bedrijfsrevisoren administratieve maatregelen nemen zoals bijvoorbeeld het opleggen van een hersteltermijn, het publiceren van zijn positie naar aanleiding van de vaststellingen die het heeft gedaan, of een terechtwijzing uitvaardigen.

Het College kan ten slotte ook de sanctiecommissie van de FSMA vatten wanneer het vaststelt dat een praktijk aanleiding kan geven tot een administratieve maatregel of sanctie.

(1) Wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het toezicht op de bedrijfsrevisoren.