search_api_autocomplete

Coëfficiënt voor de berekening van de verwachte maandelijkse rente

Met toepassing van artikel 306/5 van de programmawet van 27 december 2006 heeft de FSMA de coëfficiënt berekend om de beschikbare reserves op de leeftijd van 65 jaar om te zetten in een verwachte maandelijkse rente.

Deze coëfficiënt is gebaseerd op de volgende parameters:

  1. de prospectieve en genderneutrale sterftetafels die gebaseerd zijn op de meest recente demografische studies van de Algemene Directie Statistieken en Economische Informatie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en het Federaal Planbureau, en van kracht zijn op het ogenblik van de herziening;
  2. de gemiddelde rentevoet van OLO's op 10 jaar tijdens de 6 kalenderjaren vóór de inwerkingtreding van de herziening (2016 tot en met 2020). Op 1 januari 2021 bedroeg deze rentevoet 0,4918 %;
  3. een jaarlijkse indexering van de maandelijkse rente met 2 %;
  4. overdraagbaarheid van 80 % van de maandelijkse rente ten gunste van een andere persoon van dezelfde leeftijd;
  5. de hypothese dat de aangeslotene 65 jaar is en dat de rente ingaat op die leeftijd;
  6. betaling van de maandelijkse rente aan het begin van de periode.

In januari 2021 bedroeg de coëfficiënt 31,6182.

De coëfficiënt wordt om de vijf jaar herzien op basis van de voormelde parameters.