search_api_autocomplete

Gedeeltelijke schorsing van de inschrijving van een verzekeringstussenpersoon - Hypofin bv

Bij beslissing d.d. 16 juni 2026[1] heeft het directiecomité van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) de inschrijving in het register van de verzekeringstussenpersonen en de nevenverzekeringstussenpersonen van verzekeringstussenpersoon Hypofin bv, gevestigd te Bredabaan 550, bus 101, 2170 Antwerpen, gedeeltelijk geschorst tot nader order.

De schorsing is gedeeltelijk in die zin dat zij uitsluitend betrekking heeft op de activiteit van distributie van levensverzekeringsproducten. Zij houdt een verbod in op de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van deze activiteit.

Deze gedeeltelijke schorsing vloeit voort uit het feit dat Hypofin bv de vragenlijst betreffende de preventie van witwassen van geld en de financiering van terrorisme (betreffende het kalenderjaar 2025) niet heeft ingevuld, ondanks de herinneringen en aanmaning die aan haar werden gericht om de situatie te regulariseren.

Met het oog op de opheffing van deze schorsing heeft het directiecomité van de FSMA Hypofin bv bevolen om uiterlijk op 30 juni 2026 de genoemde vragenlijst in te vullen. 

***

De FSMA herinnert eraan dat de wet betreffende de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, evenals de beperking van het gebruik van contanten, bepaalt dat de FSMA administratieve maatregelen kan nemen bij niet-naleving van haar bepalingen. Meer bepaald voorziet de wet in de mogelijkheid voor de FSMA om:

  • een onderworpen entiteit te bevelen zich in regel te stellen wanneer een inbreuk wordt vastgesteld;
  • een onderworpen entiteit te bevelen haar organisatie en haar beleid inzake witwasbestrijding en terrorismefinanciering (AML/CFT) aan te passen;
  • een onderworpen entiteit te bevelen haar verantwoordelijke leidinggevende, AMLCO (Anti-Money Laundering Compliance Officer) of bestuurders/zaakvoerders te vervangen;
  • de door de FSMA vastgestelde inbreuken openbaar te maken, evenals het feit dat een onderworpen entiteit geen passend gevolg heeft gegeven aan een opgelegde maatregel;
  • een dwangsom op te leggen;
  • de uitoefening van een activiteit, geheel of gedeeltelijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, te schorsen voor een door haar bepaalde duur;
  • tijdelijk de uitoefening van leidinggevende functies te verbieden; en ten slotte
  • een inschrijving door te halen of een vergunning/erkenning in te trekken.
     

[1] Op grond van artikel 102 van de wet inzake de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en inzake de beperking van het gebruik van contanten