Professionelen

5. Moet het product de naam van de emittent vermelden?

De naam van een gestructureerd beleggingsinstrument ('note') dient de naam van de uitgevende instelling te vermelden. In overeenstemming met de huidige reglementering zullen de door een gestructureerde ICB uitgegeven rechten van deelneming de statutaire naam van het compartiment van de ICB vermelden, gevolgd door de naam van de ICB. Een gestructureerd tak 23-product waarvan het rendement afhankelijk is van een 'note' of van een door een gestructureerde ICB uitgegeven recht van deelneming zal in de benaming de naam van de uitgevende instelling van de 'note' of de naam van het compartiment van de gestructureerde ICB vermelden.

Het feit dat de naam van de uitgevende instelling of van de ICB in de documentatie (prospectus, productfiche) wordt vermeld, impliceert in se niet dat aan wat voorafgaat, is voldaan.

Als er gebruik gemaakt wordt van een financieringsvehikel dient de naam van het product de volgende drie elementen te bevatten:

  • de naam van de uitgevende instelling
  • het land waar de statutaire zetel van de uitgevende instelling is gevestigd
  • desgevallend de naam van de entiteit waarop de belegger, wat de spaarcomponent betreft, een kredietrisico loopt voor meer dan 50%.

De naam van het product mag in geen enkel geval verwijzen naar een entiteit waarop het kredietrisico voor minder dan 50% rust.

Het marketingmateriaal moet aangeven op welke entiteiten, inclusief een mogelijke garant, de belegger een kredietrisico loopt voor meer dan 20% voor wat de spaarcomponent betreft.

De bovengenoemde 50%- en 20%-regel wordt toegepast op het uitgiftemoment volgens de ESMA-methodologie voor ICB's[1]. Als de structuur van het product evenwel bepaalt dat deze verhoudingen kunnen veranderen tijdens de looptijd van het product, moet het marketingmateriaal dit vermelden en eveneens aangeven op welke wijze de belegger hier in voorkomend geval van op de hoogte zal worden gebracht.

Als gebruik gemaakt wordt van een financieringsvehikel met meerdere compartimenten, moeten de activa van elk afzonderlijk compartiment exclusief tot waarborg strekken van de rechten van zowel de deelnemers van elk afzonderlijk compartiment, als de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van elk afzonderlijk compartiment.

Met betrekking tot de activa die voor de terugbetaling van het kapitaal worden aangewend, moet contractueel zijn bepaald dat zij niet gestructureerd, niet achtergesteld, niet converteerbaar en niet omruilbaar zijn, en dat zij uitsluitend uit de volgende beleggingen mogen zijn samengesteld:

a) deposito’s van een onderneming met een ‘investment grade’-notering die aan prudentieel toezicht is onderworpen en in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, en/of

b) schuldvorderingen uitgegeven door een onderneming met een ‘investment grade’-notering die aan prudentieel toezicht is onderworpen en in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, en/of

c) schuldvorderingen die worden uitgegeven of gewaarborgd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte met een ‘investment grade’-notering.


[1] CESR's Guidelines on Risk Measurement and the Calculation of Global Exposure and Counterparty Risk for UCITS, CESR 10-788 28/07/2010.