Nieuws & Waarschuwingen

Tweejaarlijks verslag betreffende de sectorale pensioenstelsels

Persbericht
News article
02/09/2019

De FSMA heeft de zevende editie van haar tweejaarlijks verslag over de sectorale pensioenstelsels gepubliceerd. Eind 2017 waren bijna 1,3 miljoen werknemers actief aangesloten bij een sectoraal pensioenstelsel. Dat is een stijging met zes procent ten opzichte van 2015.

De Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) uit 2004 had als voornaamste doelstelling om de toegang tot de tweede pensioenpijler te 'democratiseren'. Daartoe werd een kader gecreëerd voor de invoering van pensioenplannen op het niveau van de bedrijfssectoren. Deze sectorale pensioenstelsels zijn omwille van hun breed toepassingsgebied, meer dan pensioenplannen op het niveau van de onderneming, in staat om grote groepen werknemers te bereiken.

De FSMA volgt de evolutie van de sectorale pensioenstelsels op. Om de twee jaar publiceert ze hierover een verslag. Hieronder vindt u de voornaamste vaststellingen over de periode 2016-2017:

  • het aantal actieve aangeslotenen bij sectorale pensioenstelsels steeg eind 2017 tot 1.283.820. Dat is een stijging met zes procent vergeleken met 2015, het laatste jaar uit de vorige verslagperiode;
  • wat de aard van de toegezegde voordelen betreft, worden de trends die in vorige verslagen werden vastgesteld, bestendigd. De overgrote meerderheid van de sectorale pensioenstelsels zijn stelsels van het type 'vaste bijdragen’;
  • eind 2017 bestonden er 50 sectorale pensioenstelsels. In de verslagperiode 2016-2017 kwam er één stelsel bij. De vaststelling blijft dat bepaalde bedrijfstakken achterblijven en nog geen sectorale pensioenstelsels hebben ingevoerd;
  • het overwicht van mannelijke aangeslotenen neemt jaar na jaar af en bedroeg in 2017 60 procent;
  • het totaalbedrag aan verworven reserves, namelijk de opgebouwde pensioenrechten van alle aangeslotenen, beliep in 2017 4,6 miljard euro. Dat was een stijging met 19 procent ten aanzien van 2015;
  • de overgrote meerderheid van de aanvullende pensioenen (94 procent) werd uitgekeerd onder de vorm van een eenmalig kapitaal;
  • de bijdrageniveaus van de meeste sectorale pensioenstelsels blijven bescheiden;
  • achttien sectoren verhoogden tijdens de verslagperiode de bijdrage ter financiering van het aanvullend pensioen van hun aangeslotenen. De bijdrageverhogingen situeren zich tussen 0,05 procent en 0,86 procent van het loon;
  • alle door sectorale inrichters gesloten verzekeringsovereenkomsten zijn van het type tak 21. De meeste stelsels genoten een gewaarborgd rendement van één procent of lager, met als minimum 0,01 procent. Slechts twee stelsels gaven een waarborg van 3,25 procent als technische rentevoet op in 2017 gestorte premies;
  • ruim drie kwart van de stelsels wordt beheerd door een verzekeringsonderneming. Niettemin nemen de pensioenfondsen de bovenhand inzake aantal aangeslotenen en vermogen;
  • alle verzekeringsondernemingen maken gebruik van inningstoeslagen. Dat zijn kosten die ze aanrekenen voor het innen van bijdragen. Ruim de helft van de verzekerde stelsels hanteert een inningstoeslag lager dan 2 procent van de premie. Het niveau van de inningstoeslagen liep sterk uiteen, van 0,5 procent tot 8 procent van de premie. In verhouding tot de reserves komen de totale aangerekende toeslagen door verzekeringsondernemingen gemiddeld neer op 0,19 procent, terwijl bij pensioenfondsen de gemiddelde kosten op 0,13 procent neerkomen;
  • op uitzondering van één sector houden de reserves opgebouwd in het kader van sectorale pensioenstelsels rekening met sociale, ethische en leefmilieuaspecten;
  • op 31 december 2017 waren er voor het eerst sinds 2009 opnieuw meer sociale dan gewone pensioenstelsels. Meer dan de helft van de sectorale stelsels is een sociaal stelsel. Er wordt een zeer sterke stijging vastgesteld van de uitgekeerde solidariteitsprestaties naar aanleiding van faillissementen van werkgevers.

U leest het tweejaarlijkse verslag over de sectorale pensioenstelsels op onze website www.fsma.be onder de rubriek 'Pensioenen'.