Professionelen

Het opleggen van administratieve sancties vormt een onderdeel van het sanctiebeleid van de FSMA. Dit beleid heeft als doel bij te dragen tot de stabiliteit van en het vertrouwen in de financiële markten. Het streeft ook naar het waarborgen van een loyale, billijke en professionele behandeling van de beleggers en financiële consumenten.

In vergelijking met ernstige administratieve maatregelen die tot doel hebben een bepaalde situatie te verbeteren en/of te herstellen, strekken administratieve sancties ertoe inbreuken te beteugelen en een “ontradend” effect te sorteren. Sancties dragen bij tot de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van de FSMA. Een administratieve sanctie heeft immers een signaalfunctie.

De FSMA kan administratieve sancties opleggen in alle domeinen waarop zij toezicht houdt. Misbruik van voorkennis en marktmanipulatie zijn inbreuken waarvoor de FSMA al lang over sanctiebevoegdheden beschikt. Ook andere inbreuken kunnen aanleiding geven tot een administratieve sanctie: wetten, zoals de prospectuswet, de ICB-wet of de wet betreffende de verzekeringen bevatten specifieke bepalingen die de FSMA toelaten een administratieve sanctie op te leggen.

Het opleggen van een sanctie gebeurt steeds in het kader van een procedure die is voorzien in de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. De voornaamste actoren zijn de sanctiecommissie, het directiecomité en de auditeur van de FSMA.

Het directiecomité gelast de auditeur met een onderzoek wanneer zij over ernstige aanwijzingen beschikt van onwettige praktijken. Deze aanwijzingen kunnen voortspruiten uit klachten van derden of uit de controlewerkzaamheden van de diensten van de FSMA.

De auditeur voert het onderzoek. Hij beschikt over diverse onderzoeksbevoegdheden waaronder het schriftelijk opvragen van informatie en documenten en het verhoren van personen. De auditeur kan tevens, met toestemming van de onderzoeksrechter, gegevens inzake elektronische communicatie opvragen die relevant zijn voor het dossier.

Wanneer de feiten onderzocht zijn, maakt de auditeur het relaas der feiten over aan de betrokken partij. Er wordt uitgelegd voor welke feiten een administratieve sanctie kan worden opgelegd. De betrokken partij krijgt één maand de tijd om haar zienswijze te geven. De auditeur stelt vervolgens het definitief onderzoeksverslag op en sluit het onderzoek af door dit verslag over te maken aan het directiecomité.

Het directiecomité heeft vervolgens drie mogelijkheden.

  1. Het directiecomité kan overgaan tot het instellen van een procedure voor de sanctiecommissie. De betrokken partij ontvangt de grieven van het directiecomité en het onderzoeksverslag van de auditeur. Indien er ook sprake is van een strafrechtelijke inbreuk, gaat dit gepaard met een kennisgeving aan het parket.

    De sanctiecommissie beslist over het opleggen van een administratieve geldboete na een procedure op tegenspraak. De betrokkene krijgt de mogelijkheid om het dossier in te zien, om schriftelijke opmerkingen te formuleren en om gehoord te worden.

    De sanctie moet proportioneel zijn en een ontradend effect hebben. Het bedrag ervan wordt vastgesteld in functie van de ernst van de inbreuk en, desgevallend, in verhouding tot het vermogensvoordeel dat werd behaald. Bepaalde wetgeving voorziet in bijkomende criteria waaronder de draagkracht van de betrokkene of maatregelen die werden genomen om herhaling te voorkomen.

    De beslissing van de sanctiecommissie moet gemotiveerd zijn. Deze beslissing wordt in de regel nominatief bekendgemaakt op de website van de FSMA in de sectie ‘Sancties’. Tegen de beslissingen van de sanctiecommissie kan beroep worden ingesteld bij het Hof van Beroep te Brussel, sectie Marktenhof.
     
  2. Het directiecomité kan ook een minnelijke schikking aanvaarden. De voorwaarde hiertoe is dat de betrokken partij heeft meegewerkt aan het onderzoek en met de minnelijke schikking heeft ingestemd.

    In de praktijk wordt de minnelijke schikking eerst voorgesteld door de auditeur.

    Nadat de betrokkene zich akkoord heeft verklaard, wordt de minnelijke schikking voorgelegd aan het directiecomité. Het bedrag van de minnelijke schikking staat in verhouding tot de ernst van de inbreuk en houdt, desgevallend, tevens rekening met het verkregen vermogensvoordeel. Andere criteria, zoals de fase van het onderzoek en/of de procedure waarin de minnelijke schikking tot stand is gekomen of de draagkracht van de betrokkene, kunnen in aanmerking genomen worden.

    De minnelijke schikkingen worden eveneens in de sectie ‘Sancties’ van de FSMA-website gepubliceerd. Deze publicatie is in de regel nominatief. Voor fysieke personen wordt de nominatieve publicatie beperkt in de tijd en na afloop van deze termijn vervangen door een geanonimiseerde tekst.
     
  3. Het directiecomité kan ten slotte ook beslissen om een dossier zonder gevolg te klasseren. De wet voorziet dat de betrokken partij wordt geïnformeerd van deze beslissing.