Professionelen

Om te vermijden dat een genoteerde vennootschap bestuurd wordt in functie van particuliere belangen en niet in het belang van álle aandeelhouders voorziet de vennootschapswetgeving dat zij onafhankelijke bestuurders aanstelt. Met name in geval van belangenconflicten en los van de eventuele toepassing van de wettelijke belangenconflictregeling (zie FAQ 5) is een kritische ingesteldheid van de onafhankelijke bestuurders van groot belang voor de bescherming van de rechten van de minderheidsaandeelhouders.

De FSMA dringt er bij de onafhankelijke bestuurders op aan om, indien dit nodig is opdat zij hun rol ten volle zouden kunnen spelen, een beroep te doen op eigen juridische adviseurs en/of waarderingsexperten.

Voor inbrengen in natura, fusies, splitsingen of gelijkgestelde verrichtingen is de commissaris belast met een bijzondere controleopdracht (zie FAQ 3). Bij fusie of splitsing bestaat de opdracht van de commissaris erin na te gaan of de in het fusie- of splitsingsvoorstel opgenomen inlichtingen en desgevallend in de verslagen van de bestuursorganen, de algemene vergadering toelaten om de beslissing met volkomen kennis van zaken te nemen, en inzonderheid te verklaren in welke mate de ruilverhouding van de aandelen redelijk is vanuit het standpunt van de aandeelhouder van de vennootschap aan wie hij verslag uitbrengt.

Voor een inbreng in natura is de tussenkomst van de commissaris ook onder het WVV (artikel 7:197) nog steeds beperkt tot het verstrekken van een commentaar bij de beschrijving van de activa die worden ingebracht of overgedragen, alsook bij de waardering en de waarderingsmethodes die het bestuur heeft toegepast om de vergoeding vast te stellen (zie FAQ 3). De FSMA stelt vast dat in de memorie van toelichting bij artikel 7:197 wordt bevestigd dat de commissaris zich moet uitspreken over de redelijkheid van de waardering en van de vergoeding die als tegenprestatie voor de inbreng wordt gegeven, naar analogie met zijn controleopdracht bij het bepalen van de ruilverhouding bij fusie. In de tekst van het artikel zelf is echter van die redelijkheidstoets geen spoor te vinden. De FSMA blijft niettemin van mening dat de commissaris ook in het kader van dergelijke verrichtingen bijzondere aandacht zal moeten besteden aan de weerhouden waarderingen. Een kritische opstelling van de commissaris over de totstandkoming van de ruilverhouding is immers van groot belang voor de bescherming van de rechten van de minderheidsaandeelhouders.

De FSMA is steeds bereid om op een confidentiële basis van gedachten te wisselen met individuele bestuurders en/of de commissaris, en neemt sowieso contact met hen indien ze dit opportuun acht.