search_api_autocomplete
Home

FSMA zit eerste vergadering voor van het Eonia-college

Persbericht

De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft de eerste vergadering voorgezeten van het Eonia-college. Dit college omvat alle toezichthouders van de banken die deelnemen aan de Eonia-benchmark, en van de landen waarvoor Eonia van systemisch belang is.

In antwoord op de manipulatie, enkele jaren geleden, van financiële benchmarks, voert een Europese verordening[1] een strikt toezicht in op de wijze waarop de berekening van benchmarks wordt georganiseerd en beheerd. Zo wordt onder meer bepaald dat het leveren van benchmarks met een cruciaal belang voorbehouden is aan entiteiten (beheerders) die vergund zijn in het land waar ze gevestigd zijn. Een benchmark wordt als cruciaal beschouwd wanneer hij gebruikt wordt als referentie-index voor financiële instrumenten of financiële contracten of om de resultaten van een beleggingsfonds te meten, met een totale waarde van ten minste 500 miljard euro.

Krachtens de Europese verordening is de FSMA de toezichthouder van het European Money Markets Institute (EMMI), de in Brussel gevestigde entiteit die de Euribor- en Eonia-benchmarks beheert.

In die hoedanigheid richtte de FSMA in september 2016 reeds het Euribor-college op. Nu ook Eonia in juni door de Europese Commissie is aangemerkt als een cruciale benchmark[2], wordt ook voor deze benchmark een college opgericht, en worden beide colleges samengevoegd tot het Euribor/Eonia-college.

Naast ESMA en de FSMA telt het college op dit moment 17 nationale toezichthouders.

 


[1] Verordening (EU) 2016/1011 van 8 juni 2016.

[2] Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1147 van 28 juni 2017.