Professionelen

Het begrip 'hefboomfinanciering' in het kader van de AICB-wet

FSMA_Standpunt_2017_01
07/03/2017

De FSMA heeft onderzocht onder welke voorwaarden de beheerder van een AICB waaraan aandeelhoudersleningen zijn verstrekt, kan worden geacht als gevolg daarvan met hefboomfinanciering te werken in de zin van de wet van 19 april 2014. Die vraag rijst voornamelijk met betrekking tot de voor de betrokken AICB-beheerder geldende verplichting om een vergunning aan te vragen dan wel om zich enkel als kleinschalige beheerder te laten registreren.

Voor een beheerder die AICB’s beheert die niet met hefboomfinanciering werken en in verband waarmee er geen terugbetalingsrechten kunnen worden uitgeoefend gedurende een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de oorspronkelijke belegging, geldt de vergunningsplicht enkel als de beheerde activa de drempel van 500 miljoen euro overschrijden. Anders geldt een drempel van 100 miljoen euro.

Het begrip 'hefboomfinanciering' wordt gedefinieerd in artikel 3, 58°, van de wet van 19 april 2014 en verwijst naar 'elke methode waarmee de beheerder de positie van een door hem beheerde AICB vergroot, met geleend contant geld of geleende effecten, met derivatenposities of anderszins'.

De FSMA is in het algemeen van oordeel dat ervan kan worden uitgegaan dat leningen geen hefboomfinanciering vormen in de zin van de wet als zij een economisch substituut voor het kapitaal van het AICB vormen. In dat geval kan immers niet worden gesteld dat de beheerder de positie van de AICB vergroot ingevolge de verstrekking van de lening.

Om die reden is de FSMA van oordeel dat voornamelijk de leningen die aan de hieronder vermelde voorwaarden voldoen, geen hefboomfinanciering vormen:

  • de betrokken leningen worden verstrekt door de aandeelhouders van de AICB, met uitsluiting van alle andere personen. De leningen zijn onlosmakelijk verbonden met de door de betrokken aandeelhouder gehouden aandelen: bij de verkoop van de aandelen wordt ook de toegekende lening overgedragen. Elke aandeelhouder sluit overigens een lening af naar rato van zijn deelneming;
  • de betrokken leningen zijn volledig achtergesteld ten opzichte van alle andere schuldvorderingen (andere dan soortgelijke aandeelhoudersleningen), ongeacht hun oorsprong, en gaan niet gepaard met enige zekerheid op de activa van de AICB;
  • de rentebetaling kan door de AICB worden opgeschort, zonder dat dit in de betaling van verwijlinteresten (of in een andere financiële sanctie) resulteert; en
  • de betrokken leningen lopen ten vroegste af op de vervaldatum van de AICB. Als de AICB in gebreke blijft, worden de leningen daardoor niet onmiddellijk opeisbaar. De leningen kunnen in beginsel niet vervroegd worden terugbetaald, tenzij de AICB tot terugbetaling beslist onder voorwaarden die de naleving van haar korte- en langetermijnverplichtingen garanderen.

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat elk dossier moet worden geïnterpreteerd op basis van zijn eigen merites en dat de beoordeling afhangt van een individuele toetsing in functie van de algemene opzet van de betrokken verrichting.

Afkortingen

AICB

Alternatieve instelling voor collectieve belegging

Wet van 19 april 2014

Wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders