search_api_autocomplete

Verzekeringsproduct met gewaarborgd rendement (tak 21)

In een tak 21 verzekeringsproduct waarborgt de verzekeringsonderneming een vast rendement

De rentevoet die de verzekeringsondernemingen mogen waarborgen, wordt door de wetgeving begrensd. De huidige maximale rentevoet bedraagt 2%. De rentevoet die verzekeringsondernemingen vandaag in de praktijk aanbieden, ligt meestal veel lager. Er is wettelijk geen minimale gewaarborgde rentevoet vastgelegd.

In het huidige renteklimaat kan het Het rendement is de opbrengst die men krijgt wanneer men een bedrag belegt. Het neemt de vorm aan van interest.
Voorbeeld:
U belegt 100 euro. Een jaar later heeft u 102 euro. Dit betekent dat de belegging van uw oorspronkelijk bedrag van 100 euro een rendement van 2% heeft opgebracht.
zelfs negatief zijn, omdat ofwel de gewaarborgde rentevoet negatief is ofwel de kosten verbonden aan de verzekering hoger zijn dan de gewaarborgde rentevoet.
Geen nood, in dat geval heeft u nog steeds recht op de minimale rendementsgarantie die is voorzien in de wet. Indien nodig zal uw werkgever (of sectorale Het initiatief voor de opbouw van een aanvullend pensioen ligt bij de inrichter. De inrichter is degene die het aanvullend pensioen belooft aan de werknemers.

In de meeste gevallen gaat het initiatief uit van de werkgever. Heel wat werkgevers hebben een pensioenplan ingevoerd voor de werknemers van hun onderneming. In dat geval spreekt men van een ondernemingspensioen of ondernemingsplan.
Het initiatief kan ook uitgaan van een bedrijfssector. In dat geval zal het pensioenplan gelden voor de werknemers van een hele sector. Men spreekt in dat geval van een sectorpensioen of sectorplan.

Wanneer de sociale partners een sectorplan invoeren, moeten zij een instelling aanduiden die de rol van inrichter op zich neemt. Dit moet een instelling zijn die gezamenlijk wordt bestuurd door vertegenwoordigers van de werknemers en van de werkgevers. Meestal is dit een fonds voor bestaanszekerheid.
Werknemers: Meer info.
) het verschil moeten bijpassen.

Veel oude contracten waarborgen echter nog een hoger rendement van 3,25%, 3,75% of zelfs 4,75%. De Het aanvullend pensioen kan gefinancierd worden door:

werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever stort aan de pensioeninstelling;

en/of

werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen): dit zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort aan de pensioeninstelling.

Werknemers: Meer info.
die in het kader van dergelijke contracten werden gestort, blijven verder van deze hoge gewaarborgde rendementen genieten. Alles hangt echter af van het soort overeenkomst dat men heeft afgesloten: 

  1. Bij sommige verzekeringsovereenkomsten geldt het gewaarborgde rendement voor alle bijdragen die worden gestort; zowel voor de reeds betaalde als voor de toekomstige bijdragen. Wanneer de verzekeringsonderneming zijn gewaarborgd rendement wijzigt, zal dat geen gevolgen hebben voor deze overeenkomsten. Alle bijdragen die in het kader van een dergelijke overeenkomst worden gestort, blijven genieten van het vroegere gewaarborgde rendement, en dit tot de aangeslotene met pensioen gaat.
  2. Bij andere verzekeringsovereenkomsten geldt het gewaarborgde rendement enkel voor de reeds betaalde bijdragen en niet voor de toekomstige bijdragen. Voor die toekomstige bijdragen kan de verzekeringsonderneming het gegarandeerde rendement verhogen of verlagen. Het aangepaste rendement geldt dan voor de nieuwe bijdragen die worden gestort na de aanpassing. Op de bijdragen die in het verleden werden gestort, wordt verder het oude rendement toegepast, en dit tot de aangeslotene met pensioen gaat. Op die manier is het mogelijk dat verschillende bijdragen aan een verschillend rendement worden gekapitaliseerd. Dit soort overeenkomsten wordt in het jargon wel eens 'overeenkomsten met opeenvolgende koopsommen' genoemd.
  3. Bij een laatste type van verzekeringsovereenkomsten geldt het gewaarborgd rendement niet tot op de pensioenleeftijd, maar slechts voor een beperkte duurtijd: 1 jaar, 3 jaar, 5 jaar,…. Na afloop van die periode wordt een nieuw gewaarborgd rendement vastgelegd. De nieuwe rentevoet wordt toegepast op de bijdragen die nadien worden gestort, maar ook op de verdere kapitalisatie van de bijdragen die in het verleden al werden gestort. Dit soort verzekeringsovereenkomsten met een variabel gewaarborgd rendement, komt veel minder vaak voor dan de twee eerste types.

Winstdeelname...

Als de resultaten van de verzekeringsonderneming het toelaten, kan zij een winstdeelname toekennen. Dit is een bijkomend rendement bovenop het gewaarborgde rendement. Het bedrag van de winstdeelname kan van jaar tot jaar verschillen omdat dit afhangt van de algemene resultaten van de verzekeringsonderneming. Het is de algemene vergadering van de verzekeringsonderneming die daarover beslist. Winstdeelnames mogen nooit op voorhand worden gewaarborgd. Het kan dus ook gebeuren dat er voor een bepaald jaar helemaal geen winstdeelname wordt toegekend.

Voorbeeld

Een pensioenplan van het type vaste bijdragen wordt beheerd door een verzekeringsonderneming in het kader van een verzekeringsproduct met gewaarborgd rendement (tak21).

De verzekeringsonderneming waarborgt een jaarlijks rendement van 2%.

De groene lijnen geven de bijdragen weer die jaarlijks aan de verzekeringsonderneming worden gestort.

De blauwe lijn toont de evolutie van de opgebouwde reserves, die jaarlijks aangroeien met een rendement van 2%. Er wordt verondersteld dat de verzekeringsonderneming geen winstdeelnames toekent.