search_api_autocomplete
314.

Aan welke voorwaarden moet een kredietgever die overnemer is van schuldvorderingen uit een hypothecair krediet met een onroerende bestemming, voldoen om een vergunning te krijgen?

  1. De overnemer is een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een beleggingsonderneming uit de EER of een IBP (Instelling voor bedrijfspensioenvoorziening) uit de EER.

Algemene regels

De kredietgevers moeten beschikken over een organisatie, inclusief toezichtsmaatregelen, die hen in staat stelt om aan alle wettelijke en reglementaire verplichtingen te voldoen die overeenkomstig boek VII van het Wetboek van Economisch Recht en zijn uitvoeringsbesluiten op hen van toepassing zijn.

Tot slot moeten zij de volgende documenten en gegevens aan de FSMA bezorgen:

  • hun organigram;
  • een toelichting over hun nauwe banden met andere personen;
  • een toelichting over de aard en omvang van hun verrichtingen in verband met hypothecair krediet en/of consumentenkrediet, en over hun organisatie;
  • een toelichting over de manier waarop ze de gegevens in verband met hun activiteit als kredietgever bewaren;
  • een toelichting waaruit blijkt dat hun boekhouding aan de wettelijke vereisten voldoet;
  • hun professioneel e-mailadres;
  • als de aanvraag wordt ingediend door iemand die hiervoor een volmacht heeft gekregen, een bewijs van deze volmacht.

Deze lijst is evenwel niet exhaustief. De FSMA bepaalt welke informatie en documenten de kredietgevers haar moeten verstrekken opdat zij zou kunnen nagaan of ze de wettelijke en reglementaire bepalingen te allen tijde naleven. De FSMA bepaalt ook op welke wijze en hoe frequent ze deze informatie en documenten moeten overmaken. Voldoen aan de verzoeken van de FSMA, binnen de termijn die zij vastlegt, is een voorwaarde om een vergunning als kredietgever te krijgen en te behouden.

Bijkomende voorwaarde enkel voor IBP's uit de EER:

De IBP’s uit de EER genieten dezelfde vrijstellingen van de vergunningsvoorwaarden als de overnemers die een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een beleggingsonderneming uit de EER zijn, op voorwaarde dat zij zijn ingeschreven op de lijst, conform artikel 59 of artikel 143 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.

 

  1. De overnemer is een mobiliseringsinstelling of een AICB (alternatieve instelling voor collectieve belegging) uit de EER

Leiding

De leiding van een kredietgever bestaat uitsluitend uit natuurlijke personen. De effectieve leiding bestaat uit ten minste twee personen.

Kredietgevers moeten over al hun leiders de volgende documenten en gegevens aan de FSMA bezorgen:

 

Aandeelhouders

De aandeelhouder van een kredietgever kan zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon zijn.

Bij het indienen van zijn vergunningsaanvraag, moet de kredietgever de FSMA op de hoogte brengen van de identiteit van de personen die een deelneming van minstens 20% in zijn kapitaal bezitten of die hem controleren. Uit deze kennisgeving moet blijken hoe groot het aandeel van elk van deze personen is, en hoeveel stemrechten zij bezitten.

De FSMA zal de geschiktheid van deze aandeelhouders onderzoeken, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de kredietgever. Oordeelt de FSMA dat zij onvoldoende geschikt zijn, dan weigert zij de vergunning als kredietgever.

Wie voornemens is om een deelneming te verwerven in het kapitaal van een vergunde kredietgever, waardoor de drempel van 20%, 30% of 50% van de aandelen of de stemrechten wordt bereikt of overschreden, moet de FSMA hierover op voorhand informeren.

Ook in dat geval de FSMA onderzoeken of deze persoon over de nodige kwaliteiten beschikt. Zij zal alle noodzakelijke inlichtingen kunnen vragen, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de kredietgever. Oordeelt zij dat de aandeelhouder onvoldoende geschikt is, dan kan zij zich tegen de voorgenomen verwerving verzetten.

Organisatie

Algemene regels

De kredietgevers moeten beschikken over een organisatie, inclusief toezichtsmaatregelen, die hen in staat stelt om aan alle wettelijke en reglementaire verplichtingen te voldoen die overeenkomstig boek VII van het Wetboek van Economisch Recht en zijn uitvoeringsbesluiten op hen van toepassing zijn.

Tot slot moeten zij de volgende documenten en gegevens aan de FSMA bezorgen:

  • het antwoord op de vraag of ze een onderneming zijn zoals bedoeld in artikel VII.163, § 2 van het Wetboek van Economisch Recht;
  • hun organigram;
  • een toelichting over hun nauwe banden met andere personen;
  • een toelichting over de aard en omvang van hun verrichtingen in verband met hypothecair krediet en/of consumentenkrediet, en over hun organisatie;
  • een toelichting over de manier waarop ze de gegevens in verband met hun activiteit als kredietgever bewaren;
  • een toelichting waaruit blijkt dat hun boekhouding aan de wettelijke vereisten voldoet;
  • hun professioneel e-mailadres;
  • als de aanvraag wordt ingediend door iemand die hiervoor een volmacht heeft gekregen, deze volmacht.

Deze lijst is evenwel niet exhaustief. De FSMA bepaalt welke informatie en documenten de kredietgevers haar moeten verstrekken opdat zij zou kunnen nagaan of ze de wettelijke en reglementaire bepalingen te allen tijde naleven. De FSMA bepaalt ook op welke wijze en hoe frequent ze deze informatie en documenten moeten overmaken. Voldoen aan de verzoeken van de FSMA, binnen de termijn die zij vastlegt, is een voorwaarde om een vergunning als kredietgever te krijgen en te behouden.

Organisatie inzake de voorkoming van het witwassen van geld

Kredietgevers moeten binnen hun entiteit de volgende personen aanstellen:

  • een verantwoordelijke hooggeplaatste leidinggevende, en
  • een of meerdere witwasverantwoordelijke(n) (AMLCO).

De identiteit van de aangestelde personen voor deze twee functies moet opgegeven worden in het vergunningsdossier, behalve voor de kredietgevers die onderworpen zijn aan het prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België.

De AMLCO zal onder meer moeten zorgen voor het opstellen en overmaken aan de FSMA van het jaarlijks activiteitenverslag over AML.

De verantwoordelijken voor de distributie en de personen in contact met het publiek van de kredietgevers moeten ook kennis hebben van de antiwitwaswetgeving, vermits dit deel uitmaakt deel van de vereiste beroepskennis.

Voor meer informatie over dit onderwerp, gelieve het antwoord te lezen op de vraag “Wat zijn de belangrijkste verplichtingen die uit de AML-wetgeving voortvloeien voor de kredietgevers?”.

  1. Specifieke regels van toepassing op alle in punt 1 en 2 vermelde overnemers

Deze kredietgevers die overnemer zijn van een portefeuille schuldvorderingen uit hypothecair krediet met onroerende bestemming, zijn vrijgesteld van de verplichting om toe te treden tot de buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen mits de volgende voorwaarden zijn vervuld:

  • de kredietgever die de portefeuille kredietovereenkomsten heeft overgedragen is wél toegetreden tot de buitengerechtelijke geschillenregeling;
  • én de consument (kredietnemer) is niet in kennis gesteld van de overdracht of deze overdracht is niet door hem erkend.

Deze kredietgevers mogen de activiteit van kredietbemiddeling niet uitoefenen, tenzij zij over een inschrijving in het register van kredietbemiddelaars beschikken.

 

[1] Deze voorwaarde geldt niet voor IBP's uit de EER.

[2] Deze kredietgevers mogen ook in de vorm van een beleggingsfonds zijn opgericht.